Home

Na erkenning van Franse koloniale oorlog door Macron ‘moet Kameroen nu zelf aan de slag’

Karine Ramondy en Blick Bassy | onderzoekers koloniaal verleden De Franse president Emmanuel Macron erkende een koloniale oorlog in Kameroen, na publicatie van een rapport. NRC sprak met twee opstellers daarvan. „We hebben een nieuw nationaal verhaal nodig waarin onze geschiedenis niet pas na de kolonisatie begint.”

De martelarenmuur in het dorp Bahouan.

Het dit jaar verschenen rapport van 1.032 pagina’s over de Franse aanwezigheid in Kameroen tussen 1945 en 1971 is duizelingwekkend. Het document – opgesteld door een Frans-Kameroens onderzoeksteam – toont hoe Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog een meedogenloos koloniaal systeem optuigde in het Centraal-Afrikaanse land.

En vooral hoe het weigerde daar na de onafhankelijkheid in 1960 afstand van te doen. Ook al was Kameroen gedekoloniseerd. Ook al verzette de bevolking zich fel, onder meer door zich te verenigen in de Union des Populations du Cameroun (UPC), dat ook militante takken had die gewapend verzet pleegden.

Frankrijk was onwrikbaar. Met repressieve methoden sloegen de Fransen, samen met door hen gesteunde regeringen, het verzet neer. Critici werden gemarteld, UPC-leiders geliquideerd, burgers vermoord, gedwongen verplaatst of weggestopt in kampen. Via druk op de media, diplomaten en met rechters die Kameroenezen strenger straften dan Fransen werd kritiek onderdrukt. Naar schatting kwamen tienduizenden Kameroeners om, nog veel meer raakten gewond of getraumatiseerd.

Over het Franse geweld in Kameroen is in Frankrijk decennialang veelal gezwegen, zelfs in Kameroen is het onderwerp voor velen een taboe. Het in januari gepubliceerde rapport, opgesteld op verzoek van president Emmanuel Macron, moet nieuw licht werpen op de wrede geschiedenis. Het heeft in elk geval één belangrijk gevolg: Macron erkende vorige maand als eerste Franse staatshoofd dat Frankrijk een koloniale oorlog voerde in Kameroen. „Het is aan mij om de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor deze gebeurtenissen op mij te nemen”, schreef hij in een brief aan zijn Kameroense ambtgenoot, de 92-jarige autocraat Paul Biya.

Kunstenaar Blick Bassy.

Onderzoeker Karine Ramondy

De Franse historicus Karine Ramondy en de Kameroense kunstenaar Blick Bassy leidden gezamenlijk het onderzoeksteam en roemen in afzonderlijke gesprekken met NRC Macrons reactie. „Het is een erkenning van het lijden dat de Kameroeners is aangedaan”, zegt Ramondy. „De Kameroense gemeenschap heeft dit nodig om vooruit te kunnen”, zegt Bassy. „Eindelijk erkent Parijs dat de kolonisatie niet enkel betekende dat er ziekenhuizen en autowegen werden aangelegd.”

Na de dekolonisatie poogde Frankrijk in al zijn oud-koloniën invloed te behouden, onder meer door autocratische regimes te steunen en middels militaire missies. Wat maakte Kameroen specifiek aantrekkelijk?

Ramondy: „Vanaf het begin van de twintigste eeuw zag Frankrijk dat Kameroen [dat gekoloniseerd was door Duitsland en na de Eerste Wereldoorlog werd verdeeld in Franse en Britse mandaatgebieden] strategisch interessant was. Het is gelegen in het hart van Afrika, grenst aan tal van andere belangrijke landen en heeft een zeegrens. Ook is Kameroen divers qua landschap, wat het economisch interessant maakte voor de Fransen die er aan onder meer bos- en mijnbouw gingen doen.”

Frankrijk zette oorlogsmethoden in die mensenrechten en het oorlogsrecht schonden. Hoe kan het dat deze gewelddadige gebeurtenissen zo lang nauwelijks besproken werden?

Bassy: „In Kameroen is de koloniale geschiedenis lange tijd op onjuiste wijze verteld omdat onderwijzers boeken gebruikten die in Frankrijk waren geschreven. Daarin werden verzetsstrijders neergezet als terroristen. Mijn volk, de Bassa, wordt beschreven als gewelddadig omdat wij in de regio woonden waar de oorlog plaatsvond en wij ons verzetten tegen de onderdrukker. Hierdoor waren veel Kameroeners die in het Franse leger dienden trots als zij verzetsstrijders hadden vermoord, terwijl de getraumatiseerde résistants zwegen over hun strijd. Zelfs in mijn eigen familie: mijn grootvader was de rechterhand van UPC-leider Ruben Um Nyobè [die in 1958 werd vermoord door het Franse leger], maar dat wilde hij lang niet toegeven.”

Ahmadou Babatoura Ahidjo, de eerste president van Kameroen, spreekt op 1 januari 1960 de bevolking toe in Yaoundé, bij de onafhankelijkheid van het land.

Ramondy: „Vraag een gemiddelde Fransman en de kans is groot dat hij niet eens weet dat Frankrijk in Kameroen aanwezig was – behalve als die persoonlijke banden heeft met Afrika. Dat komt door de Franse censuur tijdens de oorlog in Kameroen en doordat er alleen beroepsmilitairen aanwezig waren – geen gewone burgers met dienstplicht zoals in bijvoorbeeld Algerije. En in Franse schoolboeken was er lange tijd sowieso nauwelijks aandacht voor het koloniale verleden. Vanaf de jaren negentig is er meer aandacht gekomen voor vooral de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog [1954-1962]. Daarmee ontstond het beeld dat enkel de dekolonisatie van Algerije gepaard ging met geweld, terwijl dat in sub-Sahara Afrika zogenaamd op vredige wijze was gebeurd.”

U heeft twee jaar veld- en archiefonderzoek gedaan met een Frans-Kameroens team. Waarom was het belangrijk dat het team gemend was?

Ramondy: „Het is een gedeelde geschiedenis en het is ondenkbaar om hier met een volledig Frans team aan te werken. Ons team bestond uit onderzoekers met verschillende achtergronden en leeftijden, ieder had zijn eigen specialiteit. Dat maakt ons werk legitiemer. En onze Kameroense collega’s hebben lokale netwerken en kennen het terrein, dat hielp bij het maken van afspraken en het wegnemen van wantrouwen.”

Bassy: „We wilden geen westerse onderzoeksmethoden opdringen, ook omdat het westerlingen waren die dood hadden gezaaid in Kameroen. In Frankrijk moet je bronnen een document laten ondertekenen waarin ze onderkennen dat ze op de hoogte zijn van de Europese privacywet AVG (Algemene verordening gegevensbescherming). Dat kon hier niet altijd: stel je voor dat je bij een bejaarde man aanklopt die door de Fransen is gemarteld en je zegt: ‘voordat we over uw trauma’s beginnen, moet u eerst even dit papiertje ondertekenen’. Die methoden kwamen soms in botsing, maar de lokale gebruiken moesten voorgaan.”

Kameroense historici uitten kritiek op het feit dat u, meneer Bassy, het onderzoek leidde en niet een historicus.

Bassy: „De critici vergeten dat deze geschiedenis vooral cultureel is. In Kameroen worden verhalen historisch gezien niet verteld door historici met een westerse universitaire opleiding, maar door griots [orale geschiedvertellers of muzikanten].”

Wat betekent deze erkenning door Macron?

Ramondy: „Lang poogden Franse politici het beeld op te houden dat er niets ernstigs gebeurd was in Kameroen en andere koloniën, met het idee dat erkenning van deze gewelddadige geschiedenis een zwakte zou laten zien. Dat Macron dit doet, zeker in een Europa dat steeds meer onderhevig is aan de invloeden van radicaal-rechts [dat de koloniale periode neigt te verheerlijken], is een belangrijke politieke daad. En het staat niet op zichzelf: al sinds 2017 is politique mémorielle een belangrijk thema voor Macron.” Er zijn ook commissies die onderzoek doen naar de Franse aanwezigheid in onder meer Algerije, Haïti en Madagascar, en Macron heeft ook verantwoordelijkheid genomen voor gruwelijkheden in andere oud-koloniën. Zo erkende hij in 2021 dat in 1961 tientallen Algerijnse demonstranten gericht zijn vermoord in Parijs.

Bassy: „Deze erkenning is essentieel voor Kameroeners. Een oudere vrouw die we spraken voor het onderzoek zei dat Kameroen geplaagd wordt door zijn geschiedenis, doordat zoveel mensen hun leven hebben gegeven maar nooit de erkenning kregen die ze verdienden. Zo hebben geliquideerde vrijheidsstrijders niet de traditionele rituelen gekregen om hun ziel na de dood te begeleiden. Zij gelooft dat de bestuursproblemen die we nu hebben voortkomen uit een vloek die rust op het land. Dit is een eerste stap om spiritueel gezien weer in het reine te komen.”

De Franse president Emmanuel Macron verwelkomt president Paul Biya in augustus 2024.

Wat hoopt u dat er nu zal gebeuren?

Ramondy: „We hebben presidenten Biya en Macron gevraagd de schoolcurricula te herzien en onder meer nationalistische helden een plek te geven. Ook hebben we het voor elkaar gekregen dat alle archieven die onze commissie heeft gebruikt nu op één plek worden bewaard, zodat historici verder kunnen met onderzoek. En het zal interessant zijn om te zien of ook Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hun rol als oud-kolonisatoren van Kameroen zullen onderzoeken.”

Bassy: „Ik hoop dat Duitsland en het VK hun verantwoordelijkheid nemen. En Kameroen moet nu zelf aan de slag – hoewel niet duidelijk is of Biya dat zal willen doen.” De president heeft nog niet gereageerd op Macrons brief. „Er is nog zo veel te onderzoeken: hoeveel doden er precies zijn gevallen, hoeveel grond is ingenomen door de Fransen. We hebben mensen gesproken die zeggen dat Frankrijk napalm heeft gebruikt, maar dat konden wij niet bewijzen. Dit kan een aanleiding zijn voor de Kameroense regering om daar serieus onderzoek naar te doen. Pas als al die feiten op tafel liggen, kun je het serieus hebben over zaken als herstelbetalingen.

„Ons rapport moet verder worden gepopulariseerd: er moeten documentaires, videogames en boeken worden gemaakt waarmee jonge Kameroeners kunnen leren over hun geschiedenis. We hebben een nieuw nationaal verhaal nodig, waarin onze geschiedenis niet na de kolonisatie begint, maar waarin we een paradijselijk land zijn met duizenden jaren oude tradities. Zo’n récit national zal ertoe leiden dat Kameroeners zich meer verbonden voelen met hun land. En het zal ervoor zorgen dat onze jongeren zich minder genoodzaakt voelen om de dood te riskeren door in bootje te stappen naar Europa.”

Source: NRC

Previous

Next