Boek uit de kast Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt Arjen Fortuin steeds een boek, bespreekt het, en geeft het door. Vandaag een massa weerloze boeken op de Geldersekade.
Nee, een straatboekenkastje is dit gevaarte niet te noemen, maar hoe vaak komt het voor dat ergens een pop-upcontainer vol boeken op het trottoir verschijnt? Al twee donderdagen achter elkaar, voor Geldersekade 107 in Amsterdam. Hier wordt Antiquariaat Schuhmacher ontruimd, na het overlijden in februari van eigenaar Wilma Schuhmacher (97). Wat er aan waarde was in de collectie is overgebracht naar elders, de rest ligt nu weerloos in de bak. Voer voor boekenredders, die elkaar op sociale media attendeerden op wat hier op de drempel van de vernietiging lag.
Niet dat er tegen deze hoeveelheden op te redden valt. Vandaag liggen er vooral literaire tijdschriften. Een netjes ingebonden jaargang 1871 van Dietsche Warande en Belfort, die van Roeping uit 1928-1929. Zeer actueel ogen de met een touwtje bijeengebonden exemplaren van Hollands Maandblad uit 1967. Bovenop een themanummer Anti-Amerikanisme, met onder anderen Renate Rubinstein, W.F. Hermans, de broers Van het Reve en Willem Drees jr..
Redacteur K.L. Poll had dit sterrenensemble verzameld om te reageren op een eerder artikel van Jacques de Kadt. Het leidt tot polemieken waarin het ad hominem niet werd geschuwd, of eigenlijk het ad animalem (of hoe zeg je dat in het Latijn). Hermans maakte De Kadt uit voor ‘Heilige Koe’, terwijl Rubinstein hem een ‘schaap in wolfskleren’ vond. De Kadt, niet per se in het nauw, maar wel venijnig: „Want wat let je Renate om in je pittige en intelligente Libelle-voor-de-middle-brow-stijl, dit kwasi-realistische schaap even in zijn wolfshempje te zetten en te laten zien dat hij geen flauw benul heeft van politiek in het tijdperk van de teach-in.” Overigens heb ik het op de cover aangekondigde ‘damessupplement’ niet aangetroffen.
De jaargang leidt ons soepel door de controverses van 1967. ‘D’66: meer vijand dan vriend’ schrijft Poll. Een fascinerend artikel van arabist J. Brugman komt na de Zesdaagse Oorlog tot een 58 jaar na dato nog niet versleten conclusie over de „golf van sympathie” die Israël ten deel valt, „en wel juist in kringen die zich op alle andere gebied met afschuw uitspreken tegen het principe dat macht recht maakt?” Woede, overigens, in het volgende nummer, dat Hollands Maandblad niet „verschoond” was gebleven van „het pro-Arabische standpunt”.
Subtieler dan de rechttoe-rechtaan polemieken is het interview van Andreas Burnier met een zekere Dr. Hemelweg, die betoogt dat ‘heterofilie’ wel degelijk te genezen is, al moet men wel het een en ander overwinnen om van de neurose af te komen: „Je hebt ook weerstand uit radeloosheid. Mensen die zeggen: ach, ik ben nu eenmaal hetero, mijn ouders waren ook zo.” Hemelweg rekent 60 gulden per uur: „Langzaamaan zie je ze dan optimistischer worden, gay. Ze gaan eens dansen op de club, in plaats van hun kinderbijslag uit te rekenen.”
Tussen het maatschappeljike door is er lekker veel literatuur, zoals het duizend regels lange liefdesgedicht ‘God en Godin’ van Leo Vroman waarin een ‘antilichamelijk en antinaakt’ opgevoede Hollandse jongeman, God genaamd, in het zuiden het spiernaakte meisje Godin ontmoet. Ze reizen naar Holland om de mensen daar te leren bloot te zijn: een gedicht als een nudistische avonturenroman. Misschien moeten we steeds aan het begin van de maand een nieuw Hollands Maandblad uit 1967 pakken en kijken of de wereld nog veranderd is.
Source: NRC