Hongersnood De restaurants in Gaza zijn open, meldt het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, dus het zal wel meevallen met die hongersnood. Die conclusie klopt niet, zegt de hongersnoodexpert.
Palestijnen proberen voedsel te halen bij een gaarkeuken.
Twee mannen gooien synchroon deegplakken in de lucht. Ze vangen ze weer op en maken er een pizza calzone van. Vegetarisch, met tomaat, ei en paprika. Of met vlees. Of calamari.
Dit zijn restaurants in Gaza-Stad. Het beeld, uit juni 2025, is op YouTube geplaatst door het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. De boodschap aan de zes miljoen kijkers van de video is duidelijk: dat er helemaal geen hongersnood in Gaza is.
NRC kan niet van alle beelden vaststellen of ze daadwerkelijk onlangs in Gaza zijn gemaakt. Wel zijn verschillende restaurants uit de door Israël verspreide filmpjes actief op sociale media. De video van de twee pizzabakkende mannenis op 18 juni door het restaurant, genaamd O2, op Facebook geplaatst. Twee van de uitgelichte restaurants en een ijssalon bevinden zich in de wijk Zeitoun in Gaza-Stad, die de afgelopen weken onder vuur lag van het Israëlische leger en waarvan uit satellietbeelden blijkt dat die grotendeels is verwoest.
Dat er nog restaurants en markten open zijn in Gaza verbaast hongersnooddeskundige Alex de Waal niet. „Hongersnoden voltrekken zich volgens een bekend patroon”, zegt de Brit, verbonden aan de Amerikaanse Tufts-universiteit, telefonisch. „Ze beginnen onderaan de sociaal-economische piramide.”
De eerste keer dat De Waal met eigen ogen een hongersnood zag, was in de jaren tachtig in Soedan. „Hoewel ik de wetenschappelijke literatuur kende, was ik toch geschokt door het feit dat ik in een restaurant een prima maaltijd kon eten, terwijl er op de stoep buiten het restaurant mensen stierven van de honger.”
De meeste hongersnoden, aldus De Waal, raken vooral de armste 20 tot 40 procent van de bevolking. De rest van de samenleving kan volgens hem ook onder voedseltekorten en prijsstijgingen lijden, maar „redt zich over het algemeen wel”.
Van de hongersnood in Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog is bekend dat die ook de hogere klassen raakte, zegt De Waal. „En zelfs daar beschrijft schrijver Lidia Ginzburg in haar memoires [Omsingeld. Notities van een belegerde] dat ze in het badhuis zowel uitgehongerde vrouwen zag als vrouwen die goed gevoed waren.”
De traceerbare restaurants uit de video van het Israëlisch ministerie reageerden niet op vragen van NRC. Wel benaderde NRC een jongeman wiens Instagrampost over Hotdog Restaurant in Gaza-Stad door dat restaurant werd gedeeld.
In directe berichten aan NRC schreef de man, die zijn naam niet met de krant wil delen, dat het restaurant beschadigd is, maar nog geopend: „Ze proberen midden in een verwoestende oorlog de kost te verdienen. Maar vanwege het ernstige tekort aan voedsel hebben alle restaurants de prijzen flink moeten verhogen. Pizza kostte vroeger 2 dollar [1,70 euro], en nu meer dan 20 dollar [17 euro]. Dat kunnen veel mensen zich niet veroorloven.”
Ook in een filmpje van nieuwszender Al Jazeera is te zien dat in Gaza-Stad nog een voedselmarkt is. Het gaat volgens de zender om commerciële waar zonder al te veel voedingswaarde die Israël de laatste weken mondjesmaat toelaat, zoals potjes Nutella, instant noodles, biscuitjes, pretzels, zoute sticks en mayonaise. Volgens een geïnterviewde marktkoopman zijn verse voedingsmiddelen als groente, fruit en eieren niet verkrijgbaar of erg duur. In een van de door Israël verspreide filmpjes is te zien dat wel groente wordt verkocht op de markt.
Er is dus wel iets te eten - voor wie wat te besteden heeft. Eind juli kostte een kilo uien 29 euro, een kilo tomaten of aardappelen 25,50 euro en betaalden Gazaanse ouders 42,50 euro voor 400 gram babyvoeding, berichtte de Kamer van Koophandel van Gaza.
Door het toelaten van meer goederen zijn in augustus de prijzen wat gedaald. Ook worden gestolen hulpgoederen op de markt aangeboden. Dat betekent vooral, zegt Alex de Waal, dat de relatief welgestelden iets meer eten kunnen kopen, of een keer in een restaurant kunnen eten.
Deze situatie, zegt waarnemend Gaza-directeur Sam Rose van de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) telefonisch, „zorgt er op geen enkele manier voor dat de mensen die het voedsel het hardst nodig hebben, het ook daadwerkelijk kunnen krijgen”. Kortom: zij lijden onverminderd honger.
Rose beschrijft hoe moeilijk het is om ondervoede kinderen in Gaza te behandelen, vooral in Gaza-Stad waar het Israëlische leger bezig is met een nieuw offensief. „In een situatie waar de stad wordt gebombardeerd, is het erg moeilijk om klinieken te bevoorraden.” Artsen kunnen volgens Rose de klinieken niet goed bereiken, en er zijn tekorten aan medicijnen en brandstof om generatoren van stroom te voorzien.
Dat er in Gaza-Stad een hongersnood heerst, werd vorige maand vastgesteld door het IPC, een VN-orgaan dat als gezaghebbend geldt. Voor deze kwalificatie bezigt de organisatie strenge criteria: minstens een op de vijf mensen moet lijden onder extreme voedseltekorten, een bepaald percentage kinderen moet acuut ondervoed zijn en dagelijks moeten er twee op de tienduizend inwoners sterven door honger, ondervoeding of ziekte.
De Israëlische regering sprak bij publicatie van het IPC-rapport schande van de conclusies. Zo zou het IPC volgens Israël de drempel om acute ondervoeding bij kinderen vast te stellen, hebben verlaagd, van 30 tot 15 procent. Maar experts wijzen erop dat het IPC was aangewezen op een alternatieve manier om ondervoeding te meten vanwege de zware druk op het aanwezige medische personeel. In plaats van het meten van het gewicht en lengte van een kind, werd de omtrek van de bovenarm gemeten. Voor die laatste meting - die gemakkelijker en sneller is uit te voeren - geldt er een lagere drempel om hongersnood uit te roepen.
Israël is vol in de publicitaire tegenaanval gegaan. Behalve de verhaallijn dat in Gaza-Stad nog pizza’s gebakken worden, is er een tweede argument: dat de beelden van uitgehongerde kinderen zonder uitzondering in scène gezet zouden zijn. Filmpjes over deze onderwerpen verspreidt het ministerie onder meer in het Engels, Duits en Italiaans.
The New York Times publiceerde een geruchtmakende foto van een uitgemergeld kind, waarover de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zei dat het niet aan honger leed, maar aan een al bestaande ziekte. Ook andere wijdverspreide beelden van uitgehongerde Gazanen zouden nep zijn, aldus de premier.
Daarover zegt De Waal: „Wat de omstandigheden ook waren waarin dit kind zich van tevoren bevond, het zou er niet zo uitzien als het niet uitgehongerd was.” Een hongersnood, benadrukt hij nog maar eens, raakt niet iedereen gelijkmatig. „Een hongersnood begint met het uitroeien van de allerarmsten en de zwaksten. Het valt dus te verwachten dat kinderen met al bestaande aandoeningen de eersten zijn die eraan bezwijken.”
De Waal noemt het „niet echt een plausibele manier om de situatie te verzachten” door te stellen dat deze kinderen erg ziek en zwak waren. „Als je wist dat deze zieke en zwakke kinderen er waren, waarom liet je ze dan verhongeren? Ik vind Netanyahu’s aanval op die foto’s heel smakeloos, beschamend eigenlijk, gewoonweg verkeerd.”
Source: NRC