Serie | Kleine Musea Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er deze zomer twaalf, uit elke provincie één. Deel 7: Museum Oldenzaal
De kleine domineesbibliotheek, tjokvol 18de-eeuwse banden. Foto Eric Brinkhorst
Volgens een oude Twentse zegswijze „mot ie noar vrogger kiek’n um vedaag te könn’ begriep’n”. In Oldenzaal, de oudste stad van Overijssel, gaat dat vanzelf. De Plechelmusbasiliek uit 954 n.Chr. verwelkomt de passant ieder uur met zijn diepe gebeier en herinnert aan de tijd dat Oldenzaal als kapittel van het bisdom Utrecht een belangrijk Rooms-Katholiek centrum was. Later stond dominee Johannes Palthe (1767-1854) hier ook een tijd op de kansel, maar dan voor de protestantse notabelen van de stad. Daar maakte Lodewijk Napoleon in 1810 snel een eind aan: de Plechelmus werd gewoon weer de plek voor de katholieke meerderheid van de stad.
Wat: Museum Oldenzaal https://museumoldenzaal.nl/
Waar: Marktstraat 13, 7571 ED Oldenzaal. Telefoonnummer 0541 513 482
info@museumoldenzaal.nl
Geopend: dinsdag t/m zondag van 12.00 tot 17.00 uur.
Verzameld wordt: Museum Oldenzaal heeft verschillende locaties in de Marktstraat in Oldenzaal: het historische woonhuis van dominee Palthe, het Hanzehuis en de tentoonstellingen ‘Ritme van het leven’ en ‘Stad in Oorlog 1940-1945’ (te zien t/m 5 oktober).
Pronkstuk: Stoel van Huttenkloas
Oppervlakte: 450 m2
Aantal bezoekers per jaar: 16.500
Aantal medewerkers/vrijwilligers: circa 7 medewerkers en 60 vrijwilligers.
Begroting: € 382.000,-
Het familiewoonhuis van Palthe, nu Museum Oldenzaal, ligt midden in het stadscentrum en is voorzien van een moderne entree. Sinds kort koop je er één kaartje voor het drie-in-een-museum dat in mei 2025 ontstond na een fusie van het Palthehuis met de naastgelegen musea De Pelgrim en het Hanzehuis. Het fusie-initiatief kwam van directeur Nikkie Olde Monnikhof, een geboren Oldenzaalse, „en was een heel goed idee”, vindt oud-onderwijzeres Francy Spiegelenberg (78), die vandaag de balie bemant van wat eerder museum De Pelgrim was. „Sinds de fusie is er veel meer aanloop. Mensen gaan in één moeite door even alle musea langs.”
Die bezoekers, vertelt directeur Olde Monnikhof, zijn voornamelijk vakantievierders uit de Randstad (70 procent) en Duitse dagjesmensen van vlak over de grens (10 procent). De rest komt uit de omgeving, net als de zestig vrijwilligers zonder wie de musea niet zouden kunnen bestaan. Zoals Frans Peters (78), „oud-Oldenzaler met liefde voor geschiedenis”. Hij vertelt graag over de oorsprong van het museum. Daarvoor moet je terug naar Gulia (‘Goelia’) Palthe (1863-1928), de ongehuwde en sober levende kleindochter van dominee Johannes. Bij haar overlijden en uit haar rijke nalatenschap werd het patriciërshuis omgevormd tot het museum dat het nu, bijna een eeuw later, nog steeds is.
Wie rondloopt door de Vermeerachtige pronkkamers, waant zich even in de 17de eeuw. In de vroegere eetkamer haakt je oog aan de ingenieus gevouwen damasten servetten die klaar liggen in de linnenkast. Als er andere patriciërs kwamen eten, werden ze vergast op „wild en geconfijt fruit; weinig groente en aardappelen”, doceert de toelichtingstablet.
In het babykamertje ligt een antieke meisjespop in de wieg. Schoolkinderen die hier worden rondgeleid „zetten het regelmatig op een krijsen van schrik als ze haar ontdekken”, grijnst conservator Doreen Flierman.
Het meest intrigerende vertrek is de kleine domineesbibliotheek, tjokvol 18de-eeuwse banden op diverse terreinen. Maarten Luthers De knechtelijke Wille staat er, naast veel bijbels en sowieso veel theologie. Op Johannes Palthes ernstige portret aan de wand staat ook een kleine globe afgebeeld, die verklapt dat zijn belangstelling zich ook tot de wereldse wetenschappen uitstrekte. „Die veelzijdigheid maakt de collectie bijzonder”, zegt Flierman. Ze droomt van een betere, geklimatiseerde conservatie. Maar ja, budget. En prioriteiten. Een grote recente schenking aan het museum van werken van kunstenaar en glazenier Jan Schoenaker (1923-2017) moet eerst worden geïnventariseerd: het museum wil de werken snel exposeren.
Stadstuin bij museum Oldenzaal
Interieur van museum De Pelgrim
Achter het Palthehuis ligt de botanische tuin, door vijf vrijwilligers liefdevol onderhouden. En je vindt er het Hanzehuis, dat de Hanzefase van de stadsgeschiedenis belicht. Dé blikvanger is daar de stoel waarop de legendarische stadsrover en -moordenaar ‘Huttenkloas’ (1710-1775) 114 dagen zat vastgeketend en aan zijn einde kwam. „Elke Oldenzaler zal dít het topstuk noemen”, zegt directeur Olde Monnikhof.
Nog een van Olde Monnikhofs innovaties: in de aan het Palthehuis vastgeklonken nieuwbouw zijn nu tijdelijke exposities te zien. De huidige, Stad in Oorlog 1940-1945, belicht Oldenzaal in de Tweede Wereldoorlog. Een kleine expositie, en juist daardoor indrukwekkend. Het dagboek van Oldenzaler Fons Horsthuis uit 1942 memoreert diens oprechte, en niet-naïeve ontzetting over zijn weggevoerde straatgenoten: „Hitler heeft gezegd: ‘Juden die müssen ausgerottet werden’. Het schijnt dat ze naar Polen gaan.”
Onder NSB-oorlogsburgemeester Weustink overleefde niemand uit de Oldenzaalse Joodse gemeenschap de oorlog. Ook violist Arie Blazer niet. Zijn viool – bij de buren zo lang in bewaring gegeven („Ik kom hem weer halen, beloofd!”) – werd in 2023 aan het museum geschonken. Blazer werd in 1942 in Auschwitz vermoord. De snaren van zijn viool zitten los, de kist ziet er nog precies zo uit als Blazer hem achterliet toen hij er voor het laatst op speelde. Daar ben je even net zo stil van als die viool.
De viool van Arie Blazer
Lees ook de andere afleveringen van deze serie:
Vorig jaar portretteerde NRC ook twaalf kleine musea, die artikelen zijn hier terug te lezen.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC