Home

Willen groeien én verduurzamen schuurt, ziet het moederbedrijf van Gamma en Karwei

Directie Intergamma Gamma en Karwei willen verduurzamen. Dat betekent ook: spullen meer verhuren. „Een boormachine wordt gemiddeld zeven uur gebruikt in zijn hele bestaan.”

Topman Joost de Beijer en financieel directeur Laura Hendrickx van Intergamma.

Mensen die verhuizen, zijn voor bouwmarkten de beste klanten. „Als je verhuist, kom je zo tien of twintig keer bij ons langs”, zegt Joost de Beijer. Hij is de topman van Intergamma, het moederbedrijf van Gamma en Karwei. „Daarna zien we je misschien twee jaar niet meer.”

Een bouwmarkt is niet het type winkel waar klanten wekelijks komen, wil hij maar zeggen. Gemiddeld komen klanten vier keer per jaar naar de winkel, maar dat gebeurt vooral in pieken, tijdens een klusproject.

„Het aantal verhuisbewegingen is voor ons ontzettend belangrijk”, zegt De Beijer. Als jij van het ene naar het andere huis gaat, ontstaat daar ook weer een treintje. Elke verhuizing triggert tot wel zeven andere verhuizingen.”

Het aantal verhuizingen is gedaald sinds piekjaar 2017, blijkt uit cijfers van het CBS. Dat beaamt De Beijer. „In sommige delen van Nederland zit de huizenmarkt inderdaad op slot. We merken dat mensen dan hun huidige woning gaan verfraaien.” Mensen passen hun huizen aan zodat ze er langer kunnen blijven wonen, door bijvoorbeeld extra opbergruimte onder de trap te maken. En hoewel een verhuizende klant het meeste oplevert, zet de kluswoede in bestaande huizen mensen ook aan tot een bezoek aan de doe-het-zelfwinkel.

Mede daardoor boekt Intergamma prima resultaten. Afgelopen jaar behaalde Intergamma een winkelomzet van ruim 1,6 miljard euro, iets meer dan in 2023. Het nettoresultaat kwam uit op bijna 148 miljoen euro, een groei van bijna 6 procent.

Nieuw distributiecentrum

Het doe-het-zelfconcern levert zelf ook zo zijn bijdrage aan de verhuisbewegingen. Afgelopen week opende Intergamma een nieuw distributiecentrum in Tiel, dat vijf verouderde locaties vervangt. Het nieuwe gebouw moet bijdragen aan de verduurzaming van het bedrijf: de centralisatie scheelt het bedrijf naar eigen zeggen jaarlijks 28.000 vervoerkilometers, nu producten niet meer tussen de vijf vroegere opslaghallen vervoerd hoeven te worden.

Zowel Gamma als de meer op interieur gerichte keten Karwei worden vanuit Tiel bevoorraad. Een vergaderzaal kijkt daar uit over wat De Beijer „het halletje” noemt. Met 14.000 vierkante meter is het bepaald geen kleine ruimte, maar wel vergeleken met de vier megazalen van ieder 20.000 vierkante meter elders in het gebouw.

In het ‘halletje’ worden alle producten voor een winkel bij elkaar gebracht en in vrachtwagens geladen. Foto Merlin Daleman

In dat „halletje” worden alle producten voor een bepaalde winkel bij elkaar gebracht en in vrachtwagens geladen. „Eerder brachten leveranciers individueel hun spullen naar de winkels. Nu brengen ze het hier en dan zetten wij het per winkel bij elkaar.” Dat scheelt weer tijd op de winkelvloer, zegt De Beijer. „Dan zijn ze daar minder met de goederenstroom bezig en meer met de klant.”

In de grote zalen verderop in het pand liggen producten opgeslagen, van toiletpotten en tuinverlichting tot pallets met verfemmers en tafelbladen. En zoals dat bij een verhuizing past, is het nieuwe centrum met het oog op de toekomst gekozen: het ligt niet gelijk vol, maar biedt ruimte om te groeien.

Niet alsmaar meer verkopen

Intergamma wil weliswaar groeien, maar ziet ook in dat alsmaar meer spullen verkopen schuurt met de verduurzamingsplannen die het bedrijf heeft. Nu is 4 procent van het assortiment „duurzamer”, doelstellingen op dat vlak zijn nog in de maak. „Je moet eerst weten: wat is duurzaam? Wat kun je duurzaam maken?”, zegt financieel directeur Laura Hendrickx.

Per productgroep kan duurzaamheid iets anders betekenen: voor een schutting gaat het dan om hout uit verantwoord beheerde bossen, bij een decoupeerzaag zit duurzaamheid eerder in een laag energieverbruik en of het apparaat makkelijk te repareren is. „Het is natuurlijk lekker om te roepen, ‘50 procent van ons assortiment is duurzaam’. Ik kan makkelijk allemaal spullen in de winkels leggen die heel duurzaam zijn, maar als dat producten zijn die we nauwelijks verkopen, zijn we eigenlijk qua duurzaamheid niks opgeschoten.”

Het concern zet liever in op categorieën waar veel van wordt verkocht, zoals bijvoorbeeld verf die duurzamer geproduceerd is. „Intern is daar best discussie over, want de inkoop van verf met een EU Ecolabel is duurder. Dat kost ons marge. Maar we willen daar wel stappen in zetten”, zegt Hendrickx.

Dat betekent niet dat alle verf in de schappen voortaan duurzamer is. „Je hebt natuurlijk klanten die hier voor openstaan, maar ook klanten die dit nog onzin vinden. Mensen zijn ook merktrouw, die wil je niet de hele dag ‘nee’ verkopen. Want dan gaan ze gewoon naar de buurman om het daar te halen.”

Verduurzaming is bij bouwproducten niet per se makkelijk, zegt Hendrickx. „Neem isolatiemateriaal. Dat is an sich helemaal niet zo duurzaam.” Sommige materialen worden bijvoorbeeld van aardolie gemaakt. „Maar wat je ermee doet, is natuurlijk wel heel duurzaam, omdat je door energie te besparen als huishouden veel minder CO2 uitstoot. Of denk aan lak, dat moet je niet zomaar door de gootsteen gieten. Maar als je je kozijnen daar niet mee behandelt, gaan ze sneller rotten en moet je ze eerder vervangen.”

Boormachines verhuren

Intergamma zegt afgelopen jaar de uitstoot van broeikasgassen en het energieverbruik met 72 procent te hebben verlaagd ten opzichte van peiljaar 2021, onder andere door over te stappen op groene stroom en zonnepanelen aan te leggen. Het gaat hier om de uitstoot die Intergamma zelf veroorzaakt bij de eigen winkels en distributiecentra. Daarmee is de doelstelling voor 2030 vervroegd behaald. Voor de komende jaren moet het nieuwe distributiecentrum een verdere uitstootreductie opleveren.

Tegelijkertijd noemen de bestuurders het terugdringen van deze zogeheten scope 1- en scope 2-emissies slechts „laaghangend fruit”. Als je ook de uitstoot meeneemt van de productie, gebruikersfase en afvalverwerking, maken ze maar zo’n 3 procent uit van de hele CO2-voetafdruk van Intergamma. Er komt bijvoorbeeld ook uitstoot vrij als de consument stroom verbruikt met een schuurmachine, of bij de verwerking van afgedankte producten. Die ‘scope 3-uitstoot’ is veel moeilijker terug te dringen en Intergamma heeft daar alleen indirect invloed op.

Intergamma is het moederbedrijf van Gamma en Karwei. Foto Merlin Daleman

Een van de manieren waarop winkeliers hun scope 3-uitstoot wel terug kunnen dringen, is door minder te verkopen. Ook bij Gamma en Karwei wordt daarover nagedacht, door bijvoorbeeld meer gereedschap te verhuren in plaats van te verkopen.

„We zien daar behoorlijke groeiruimte”, zegt De Beijer. „Nu verhuren we vooral het meer professionele, zwaardere gereedschap. Als je een grasmatje in de tuin wil leggen en je moet eroverheen walsen, ga je zo'n ding niet kopen, je gebruikt zoiets maar één keer in de zoveel jaar. Maar we willen ook huurgereedschap toevoegen voor de meer maandelijkse klussen.”

Misschien wordt dat wel een soort abonnementsmodel, denkt Hendrickx hardop, waarbij je bijvoorbeeld onbeperkt kunt huren als je een periode aan het verbouwen bent. Dat soort nieuwe modellen moeten wel aansluiten bij het gedrag en de wensen van de consument. En dan is verhuren niet voor alles de oplossing. „Een boormachine wordt gemiddeld zeven uur gebruikt in zijn hele bestaan. Dat is natuurlijk hartstikke weinig”, zegt Hendrickx. „Maar het moet ook gemakkelijk zijn voor een consument. Je gaat niet elke keer als je iets moet ophangen een boormachine huren.”

Eigendom van franchisenemers

Van de 377 Gamma- en Karweiwinkels worden er 217 gerund door zelfstandige franchise-ondernemers. De rest wordt door Intergamma zelf aangestuurd. Maar indirect zijn ook die filialen in handen van franchisenemers, want het Intergamma-concern is in handen van een coöperatie waar de franchisers lid van zijn. „Zij doen het niet voor de korte termijn, de ondernemingen van franchisers gaan vaak over op de kinderen”, zegt financieel directeur Hendrickx. „Dat helpt wel in discussies over investeringen in duurzaamheid.”

Bij een coöperatie staat het gezamenlijke belang van de leden centraal in de bedrijfsvoering. In Nederland komt de vorm niet heel veel voor. De Rabobank is een van de bekendste en grootste voorbeelden, hoewel die bank zijn coöperatieve structuur vorig jaar heeft afgezwakt. Andere voorbeelden zijn supermarktketen Plus en verzekeringsconcern Achmea.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next