Rodion Sjtsjedrin (1932-2025) De Russische componist en pianist vormde jarenlang een sterrenkoppel met ballerina Maja Plisetskaja. Zijn meestgespeelde werk, een suite van opera Carmen, deed veel stof opwaaien.
De Russische componist Rodion Sjtsjedrin in New York, 1977.
De Russische componist en pianist Rodion Sjtsjedrin is afgelopen vrijdag in zijn woonplaats München overleden. Dat heeft zijn uitgever Schott bekendgemaakt. Hoewel Sjtsjedrin in Rusland gold als een van de vooraanstaandste componisten van zijn generatie, werd zijn werk in Nederland amper gespeeld, in tegenstelling tot dat van zijn tijdgenoten Sofia Goebaidoelina en Alfred Schnittke. Sjtsjedrin was ruim een halve eeuw getrouwd met de beroemde, in 2015 overleden ballerina Maja Plisetskaja, met wie hij in de Sovjettijd een cultureel sterrenkoppel vormde. Sinds 1992 leefde het echtpaar afwisselend in München en Moskou. Sjtsjedrin was 92 jaar.
Sjtsjedrins loopbaan was nauw verknoopt met die van zijn grote voorganger Dmitri Sjostakovitsj, die hij als kind al leerde kennen toen zijn vader, ook componist, tijdens de Tweede Wereldoorlog als Sjostakovitsj’ secretaris diende. Sjtsjedrin studeerde aan het conservatorium van zijn geboortestad Moskou, waar hij eind jaren 60 ook lesgaf, en in 1973 trad hij (op voordracht van Sjostakovitsj) aan als voorzitter van de Bond van Sovjetcomponisten. Dat was opzienbarend, omdat hij geen lid was van de Communistische Partij. Ook had hij in 1968 geweigerd de Sovjetinval in Tsjechoslowakije te rechtvaardigen.
Het voorzitterschap, dat hij zeventien jaar bekleedde, werd Sjtsjedrin na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nagedragen. Zelf ontkende hij dat hij zich had geconformeerd aan politiek gemotiveerde eisen: „Het leven in de Sovjet-Unie hield altijd in dat je compromissen moest sluiten. Voortdurend, op het gebied van kleine dingetjes, en incidenteel in belangrijkere zaken. Maar wat mijn artistieke werk betreft zijn er nooit enige compromissen geweest”, wordt Sjtsjedrin geciteerd door zijn uitgever.
Sjtsjedrin componeerde symfonieën, soloconcerten en verschillende opera’s en balletten, vaak gebaseerd op klassiekers uit de Russische literatuur, zoals Gogols Dode zielen, Tolstojs Anna Karenina en Tsjechovs De dame met het hondje. Ook schreef hij veel pianomuziek en trad hij tot op hoge leeftijd op als concertpianist. Een vernieuwer was Sjtsjedrin niet, maar hij experimenteerde wel volop, zelfs met de twaalftoonstechniek van Arnold Schönberg. Westerse critici reageerden wisselend op zijn muziek, maar hij had prominente ambassadeurs, zoals de cellist Mstislav Rostropovitsj en de dirigenten Leonard Bernstein, Lorin Maazel en Valery Gergjev.
In 1967 maakte Sjtsjedrin een suite van Bizets opera Carmen die veel stof deed opwaaien, al lag dat vooral aan de ‘aanstootgevende’ choreografie en de schaarse kostumering van ballerina Plisetskaja. Het schandaal zou zelfs een rol hebben gespeeld bij het ontslag van de Bolsjoi-directeur enkele jaren later. Pas na tussenkomst van Sjostakovitsj werd het stuk hernomen en tegenwoordig geldt de Carmen-suite als Sjtsjedrins bekendste en meest gespeelde werk.
Source: NRC