Transferzomer Veel clubs steken hun miljoenen tegenwoordig liever in een beloftevolle speler van begin twintig, dan dat ze de hoofdprijs betalen voor iemand die zijn piek nadert. Hoe de ‘potentie-aankoop’ de transfermarkt verandert.
Liverpool FC betaalde, inclusief bonussen, ruim 135 miljoen euro voor de 22-jarige Duitser Florian Wirtz
Het miljoenenbod kwam al eerder dan gehoopt. Malik Tillman, een van de beste spelers van de Eredivisie, was bij PSV nog volop in ontwikkeling toen de aanvallende middenvelder deze zomer alweer vertrok. Bayer Leverkusen betaalde zo’n 40 miljoen euro. PSV moest de markt op voor een vervanger: een creatieve middenvelder met dreigende dribbel en het loopvermogen dat nodig is voor het pressievoetbal van trainer Peter Bosz.
Als opvolger viel veelvuldig de naam van Sven Mijnans, aanvallende middenvelder bij AZ. Die moest naar verluidt 14 tot 15 miljoen euro kosten. Hij paste goed in het profiel, maar er kleefde ook een nadeel aan hem, vonden ze bij PSV: Mijnans is ‘al’ 25 jaar. Hoe reëel is het dat een speler van die leeftijd op termijn nog veel beter wordt? En dat hij na twee of drie jaar met winst wordt verkocht? Die kans is niet erg groot.
In plaats daarvan viel de keuze op Paul Wanner, een talent van Bayern München. Hij debuteerde daar al op zijn zestiende in het eerste elftal, is Duits jeugdinternational en speelde vorig seizoen een vol jaar in de Bundesliga, op huurbasis bij FC Heidenheim. Wanner moest ongeveer evenveel kosten als Mijnans. Het verschil: hij is nog maar 19.
De transfer van Wanner past in een ontwikkeling die overal in het Europese topvoetbal zichtbaar is: clubs steken hun geld tegenwoordig het liefst in spelers die begin twintig of jonger zijn. Bij het sluiten van de transferperiode – maandagavond de Europese topcompetities, dinsdagavond Nederland – is de duurste aankoop deze zomer die van Florian Wirtz. Liverpool FC betaalde, inclusief bonussen, ruim 135 miljoen euro voor de 22-jarige creatieve aanvallende middenvelder van Bayer Leverkusen.
PSV-speler Malik Tillman (23) werd deze zomer voor 40 miljoen euro verkocht aan Bayer Leverkusen.
Wirtz is het toonbeeld van de jonge topaankoop waar clubs nu vaker voor kiezen. Naast Liverpool gaven Real Madrid, Paris Saint-Germain, Tottenham Hotspur, Internazionale en Borussia Dortmund deze zomer hun miljoenen uitsluitend uit aan spelers van 24 jaar of jonger. Bij Manchester City was Tijjani Reijnders (26) de enige uitzondering.
Die trend werd jaren terug onder meer ingezet door Brentford en Brighton, twee data-gedreven Premier League-clubs. Maar in de absolute top is die omslag pas goed zichtbaar sinds Chelsea de aanpak omarmde. De nieuwe eigenaar Todd Boehly, een Amerikaanse private equity-investeerder, heeft van de jacht op jonge talenten een bedrijfsmodel gemaakt nadat hij de Londense club in 2022 had overgenomen: Chelsea koopt vooral nog voetballers van 18 tot 20, vaak al voor forse bedragen.
Gedachte is dat Chelsea talenten al binnenhaalt vóór ze de hoofdprijs moeten kosten. Niet honderd miljoen uitgeven aan één wereldtopper, maar tien talenten kopen voor tien miljoen, in de hoop dat twee of drie ervan doorbreken. De ‘potentie-aankoop’, zoals dat in de sector wordt genoemd.
Hoe dat de markt heeft veranderd, blijkt niet direct uit de gemiddelde leeftijd van aankopen. Die zijn in de vijf Europese topcompetities – Engeland, Spanje, Frankrijk, Italië, Duitsland – én in de Eredivisie al twintig jaar vrij stabiel, blijkt uit cijfers van datasite transfermarkt.de: tussen de 24 en 26 jaar, afhankelijk van welke competitie je bekijkt.
Het is dus niet dat clubs meer jonge of minder oude spelers kopen dan in het verleden: het verschil is dat ze in de regel minder zijn gaan betalen voor de oudere en méér voor de jongere. Dat wordt het best zichtbaar in ‘transfergewogen leeftijd’. In die maatstaf weegt de leeftijd van een aankoop zwaarder mee naarmate de transfersom hoger was. Op basis van cijfers van transfermarkt.de publiceerde The Athletic onlangs een opvallende grafiek over de Premier League: waar de transfergewogen leeftijd lang tussen 24 en 25 lag, is die de laatste twee jaar tot onder de 23 gedaald.
De Premier League trekt andere landen mee in die trend. De Italiaanse club Como haalde deze zomer de 19-jarige Jayden Addai van AZ voor 14 miljoen euro, ongeveer een tienvoud van zijn actuele marktwaarde op transfermarkt.de. De aanvaller was geen basisspeler bij AZ, waar hij in 35 duels drie keer scoorde en twee assists gaf. Misschien betaalden ze wel te veel voor Addai, zei Mark-Jan Fledderus, strategisch directeur Como, tegen ESPN.
Maar het is een weloverwogen risico. Met behulp van data-analyse scout Como nadrukkelijk op potentie en probeert zo de markt te slim af te zijn. „Zelfs middenmoters in de Premier League kunnen tegenwoordig topspelers uit Spanje of Italië halen”, zegt Fledderus tegen NRC. „Wij staan niet bovenaan de voetbalpiramide.” Ze willen zich onderscheiden door talenten te kopen die financieel nog „net haalbaar” zijn en waarvan zij de verwachting hebben dat ze nog veel beter worden.
Wirtz is het toonbeeld van de jonge topaankoop waar clubs nu vaker voor kiezen.
Net zo verrassend was misschien de 10,5 miljoen euro die is betaald voor een doelman van NEC, wat Premier League-club Sunderland deed voor Robin Roefs (22). En Feyenoord verkocht opmerkelijk snel de net doorgebroken 20-jarige Antoni Milambo voor 20 miljoen aan Brentford. Minder verrassend was de overstap van de meer ervaren Ajax-speler Jorrel Hato naar Chelsea. Toch is 44 miljoen euro voor een 19-jarige verdediger uit een kleine competitie veel geld. Het toont: voor potentie wordt grif betaald.
PSV zou pakweg vijf jaar geleden geen vijftien miljoen hebben uitgetrokken voor een Nederlands talent dat zich nog niet écht heeft bewezen. Toch deed de landskampioen dat deze zomer voor linksbuiten Ruben van Bommel (21). Bij AZ viel hij op met zijn diepgang, acties en goals – maar hij was ook wisselvallig en niet altijd fit. „Alleen je wéét: het is nu of nooit”, zegt directeur Van Baar.
Want wat als PSV had gewacht en dat Van Bommel dit seizoen definitief zou doorbreken bij AZ? „Dan zouden we worden weggeblazen door de [Europese] top die voor hem komt”, zegt Van Baar. „Dus we hebben wat meer betaald voor de potentie.”
Dat investeringsperspectief wordt steeds belangrijker bij de keuze voor een speler. De „upside”, zoals Van Baar het noemt, voor een voetballer van 25 is twijfelachtig. Door zijn leeftijd is zijn plafond waarschijnlijk al eerder in zicht en zijn restwaarde op termijn beperkt.
Het Duitse talent Wanner, dat naar verluidt 15 miljoen euro kostte, heeft meer potentie voor de toekomst. „Van hem weet iedereen: hij is nog heel jong, maar in potentie kan hij ooit onbetwiste basisspeler van het Duitse elftal worden”, zegt Van Baar. Het is onzeker of het er ook echt uit komt, maar alleen al die kans een extra investering waard. Mocht hij het niet redden bij PSV dan is hij nog steeds een jonge speler met ervaring in de Bundesliga en interlands voor Jong Duitsland. „Die waarde blijft”, zegt Van Baar.
„Bij voorkeur koop je spelers onder de 22 jaar, zij kunnen doorgroeien en hebben vervolgens nog restwaarde bij verkoop”, reageert Alex Kroes, technisch directeur van Ajax, per mail op vragen. In die categorie beloftevolle aankopen vallen Joeri Heerkens (19), Oscar Gloukh (21) en Raúl Moro (22), drie spelers die Ajax deze zomer kocht voor in totaal zo’n 26 miljoen euro.
Leeftijd speelt mee in de keuze voor een speler, maar is „geen zwaarwegende factor”, stelt Kroes. Wel had hij „liever” gezien dat de Japanse aankoop Ko Itakura (28) „een paar jaar jonger was geweest, zodat er nog wel restwaarde is na een paar seizoenen Ajax 1”. Al zit de meerwaarde van „steunpilaar” Itakura, een ervaren verdediger, ook in het helpen „ontwikkelen” van zijn ploeggenoten.
Feyenoord was in de zomer van 2022 vooruitstrevend door hoofdzakelijk te investeren in relatief onbekende jonge twintigers, onder wie Igor Paixao, Santiago Gimenez en Mats Wieffer. Die zijn inmiddels allemaal met vette winsten verkocht. In de jaren erna stak Feyenoord zijn geld in relatief oudere en duurdere aankopen. Daarmee gaat Feyenoord met zijn aankoopbeleid precies tegen de trend in.
Deze zomer kocht Feyenoord, naast Sem Steijn (23) en Luciano Valente (21), ook de meer ervaren Tsuyoshi Watanabe (28), Anel Ahmedhodzic (26), Casper Tengstedt (25) en Gonçalo Borges (24). Dat betekent niet dat de club is afgestapt van de strategie waarbij wordt geïnvesteerd in talent, reageert een woordvoerder. „Leidraad is nog steeds dat de club in eerste instantie kijkt en inzet op de eigen jeugd, vervolgens kijkt naar spelers van buiten die zich bij ons kunnen doorontwikkelen maar dat we daarbij – juist ook om jonge spelers zich te laten ontwikkelen – zorgvuldig kijken naar de balans in een elftal. Talenten groeien immers door te midden van ervaren spelers.”
Met aankoop Sem Steijn (23) investeert Feyenoord in de toekomst.
Een gegeven is dat Feyenoord de als mislukt te beschouwen kostbare aankopen Ramiz Zerrouki (27) en Luka Ivanušec (26), beiden in 2023 gehaald, inmiddels niet meer verkocht krijgt. Dit seizoen worden ze verhuurd.
Waar de ‘sweet spot’ voor een uitgaande transfer voorheen misschien rond 23 of 24 jaar lag, is die „een stuk” lager komen te liggen, constateert Van Baar. Noa Lang (26), een van de beste PSV-aanvallers, werd deze zomer naar verluidt voor zo’n 28 miljoen verkocht aan Napoli. „Door zijn leeftijd zie je dat je er minder voor krijgt”, zegt Van Baar erover.
Toch maakt dat spelers van 26 of ouder niet onverkoopbaar. Het gebeurt ook dat clubs, zeker in de Europese top, een speler zoeken die er meteen staat en enkele jaren volop presteert. Zoals spits Viktor Gyökeres (27) en middenvelder Martin Zubimendi (26) voor wie Arsenal deze zomer respectievelijk 75 en 65 miljoen euro betaalde. Los van Chelsea, is het transferbeleid van topclubs in de Premier League niet per se gericht op doorverkoop omdat zij al de top van de piramide vormen.
Voor de laag eronder ligt dat anders. „De regel tegenwoordig”, zegt Como-directeur Fledderus, „is dat bij een transfer van een speler van 24 de kans klein is dat je al je geld nog terugkrijgt.”
Source: NRC