Bij de opening van het academisch jaar in Nederland maandag zal het sombere verhalen motregenen over het dalende vertrouwen in de wetenschap. Maar net verschenen cijfers bieden een ander beeld. Vijf lessen, in vijf grafieken.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
‘Het is toch een verrassing’, zegt onderzoeker Alexandra Vennekens, in haar werkkamer bij het Rathenau Instituut in Den Haag. ‘Het vertrouwen in de politiek en eigenlijk in alle instituties is afgenomen. En je hoort overal om je heen geluiden dat het wantrouwen in wetenschap toeneemt en dat het zo slecht gaat. Je gaat dan zelf ook twijfelen.’
Maar kijk nou eens. Het vertrouwen in wetenschap is juist iets gestégen:
Gemiddeld genomen geven burgers hun vertrouwen in de wetenschap een 7,5, blijkt uit een rapport dat Vennekens en collega’s net afrondden. Dat is iets meer dan vorige keer toen het Rathenau dezelfde vraag voorlegde aan een grote groep van ruim 1.500 Nederlanders, nu vier jaar geleden. En het is meer dan voor corona: toen schommelde het vertrouwen rond de zeven.
Opmerkelijk, want intussen duikelde het vertrouwen dat mensen hebben in kranten van 6,1 naar 5,7, in televisie van 5,9 naar 4,8 en dat in de regering zelfs van 6 naar 4,3, het laagste cijfer van allemaal.
Op die glijbaan van dalend vertrouwen staat de wetenschap als enige fier overeind. Met wetenschap hebben mensen overwegend positieve associaties, vertelt Vennekens collega, onderzoeker Jelle Slief. ‘Feiten, kennis, vooruitgang: dat zijn de woorden die mensen dan te binnen schieten.’
‘Het is alleen wel verstandig om niet achterover te leunen, zo van: alles gaat goed’, zegt Slief erbij. Want terwijl de groep mensen die de wetenschap een 9 of zelfs een 10 geeft voor vertrouwen fors toenam, groeide ook de groep mensen die wetenschap een onvoldoende geeft: van 10 naar 15 procent.
Verleidelijk om die wantrouwigen te zien als één groep: de sceptici, de wappies, of hoe je ze ook wilt noemen. Maar dat zou te voorbarig zijn, zegt Slief. ‘De individuele verschillen tussen wat mensen beweegt, zijn groot.’
Vaststaat: door de bank genomen hebben laagopgeleiden wat minder vertrouwen in de wetenschap dan hoogopgeleiden. Mensen uit spirituele hoek moeten minder hebben van wetenschap dan de minder spiritueel ingestelden. En o ja: in Zeeland en Noord-Brabant is het vertrouwen in wetenschap gemiddeld lager; in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag juist hoger.
Bovendien heeft wetenschappelijk wantrouwen een opvallende politieke kant. Vooral Forum voor Democratie-stemmers vertrouwen de wetenschap en haar beoefenaren soms voor geen cent, gevolgd door SGP, PVV en BBB.
Waarom eigenlijk? Dat is niet meteen duidelijk. Vennekens zegt het behoedzaam: ‘Misschien zijn deze partijen in hun communicatie geneigd minder vertrouwen in de wetenschap in te boezemen. Het kan natuurlijk ook dat mensen die toch al een laag vertrouwen hebben in wetenschap, zich meer tot deze partijen aangetrokken voelen.’
Zet op een rij welke woorden alleen mensen met laag vertrouwen in de wetenschap gebruiken als het gaat over ‘wetenschap’, en je ziet het eigenlijk meteen:
Wantrouwen wordt vaak gevoed door de argwaan dat wetenschappers vast een of ander belang hebben en hun informatie politiek of ideologisch gekleurd is, in plaats van onafhankelijk en objectief. ‘Wie betaalt, bepaalt: dat is wat we nogal eens spontaan hoorden’, zegt Slief.
Dat mogen wetenschappers in hun oren knopen, adviseert Vennekens. ‘Laat je onderzoeksresultaten niet beïnvloeden door wat de opdrachtgever graag wil horen. En als je met je onderzoek naar buiten treedt, zorg dat je zelf de regie houdt over hoe je de resultaten presenteert. Want de schijn van beïnvloeding kan al heel schadelijk zijn voor het vertrouwen.’
Ingewikkelder punt: hoe het moet met de activist-wetenschapper, de onderzoeker die na het werk gaat demonstreren voor het klimaat of tegen de Israëlische inmenging in Gaza. Dat straalt niet goed af op de koele, vertrouwenwekkende neutraliteit die mensen kennelijk van wetenschap verwachten. ‘Je moet je daarvan bewust zijn, dat dit consequenties kan hebben’, zegt Slief.
Anderzijds: ‘Wetenschappers zijn ook mensen, met persoonlijke overtuigingen’, vindt Slief. Bovendien: ‘Als het gaat over je eigen vakgebied, heb je ook een zekere verantwoordelijkheid om je uit te spreken, als je dat nodig acht.’
Hier houden mensen helemaal niet van, zo blijkt uit de cijfers: politici die allerlei onderzoek van stal halen om hun beleid te onderbouwen. Dat vertrouwen ze voor geen cent, blijkt uit de Rathenau-cijfers. Slechts een op de tien heeft er veel of alle vertrouwen in dat zoiets eerlijk gaat:
‘Het is verleidelijk om als beleidsmaker of politicus te zeggen: de wetenschap wijst uit dát. En het is natuurlijk wenselijk als politici zich baseren op wetenschap’, legt Slief uit. ‘Maar uiteindelijk hebben politici wél de verantwoordelijkheid om uit te leggen in hoeverre ze zich laten leiden door politieke afwegingen. Voor het vertrouwen is het heel slecht als beleidsmakers zich gaan verschuilen achter de wetenschap.’
Pijnlijk voorbeeld: de coronacrisis, waarbij premier Rutte al direct toen het virus het land bereikte zei de medici van het ‘Outbreak Management Team’ blind te willen volgen. ‘Terwijl er vanuit het kabinet gewoon een politieke keuze werd gemaakt voor de maatregelen’, zegt Slief. ‘Dat kan, maar je moet wel transparant zijn over de afwegingen.’ Gevolg: toen er onvrede ontstond, waren het behalve kabinetsleden ook de wetenschappers die de haat en de bedreigingen over zich heen kregen.
‘Je moet de rolverdeling zuiver houden’, zegt Vennekens. ‘De politicus moet niet op de stoel van de wetenschapper gaan zitten. En de wetenschapper niet op die van de politicus.’
Eén troost: getob over het vertrouwen in de wetenschap is van alle tijden.
Ook in het tijdperk van de eerste ‘reageerbuisbaby’s’, tijdens de gekkekoeienziekte, bij de opkomst van de klimaatwetenschap, en na de fraudezaak van psycholoog Diederik Stapel klaagden wetenschappers luidkeels dat er een ‘vertrouwenscrisis’ was uitgebroken tussen de wetenschap en de maatschappij. En nu dus weer door corona, en vanwege Trump.
Maar dat blijkt simpelweg niet uit de cijfers, signaleerde het Rathenau Instituut al dertien jaar geleden, in zijn allereerste onderzoek naar de kwestie. Het instituut wijst onder meer op een langlopend, Amerikaans onderzoek. Al sinds 1973 is het aantal mensen dat overwegend vertrouwen heeft in de wetenschap daarin min of meer constant.
‘Het kan ermee te maken hebben dat de critici vaak prominent aanwezig zijn in het publieke debat, en tegenwoordig op sociale media’, denkt Vennekens. ‘Terwijl je de meerderheid die tevreden is, niet zo hoort.’
Dat neemt niet weg dat er geregeld op wetenschappers wordt gefoeterd en dat ze zelfs worden bedreigd, vooral als hun onderzoek maatschappelijke gevolgen heeft. Saillant in de nieuwe Rathenau-cijfers: het vertrouwen verschilt per vakgebied. Medische wetenschap, de tak van onderzoek die mensen probeert te genezen, geniet het hoogste vertrouwen (74,2 procent heeft ‘veel of alle’ vertrouwen erin). Terwijl klimaatwetenschap, een tak van wetenschap die minder CO2-uitstoot bepleit en wil dat we anders gaan leven, bij slechts 55,5 procent dat vertrouwen geniet.
Intussen wijzen alle pijlen dezelfde kant op – die van overwegend vertrouwen in de wetenschap. In een vergelijkbaar onderzoek van de Universiteit van Tilburg, ook net verschenen, kreeg wetenschap eveneens het hoogste vertrouwenscijfer van alle instituties: een 7,3. En zelfs in Trumps Amerika bleek 76 procent het in een peiling van onderzoeksbureau Pew eens met de stelling dat wetenschappers doorgaans handelen in het belang van de maatschappij.
‘Er wordt wel erg veel gefocust op vertrouwen in de wetenschap als iets dat alsmaar vergroot moet worden’, nuanceert Slief. ‘Terwijl een bepaalde scepsis heel gezond is. De zorgen waarmee mensen zitten, kunnen soms ook best terecht zijn. Enige scepsis is júíst heel wetenschappelijk.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant