Home

Kritiek vergt kracht

‘Alles wat je aandacht geeft, groeit”. Gemeenplaats. Klopt niet. Onkruid blijft groeien in mijn daktuintje, hoe verweesd ook. Ander tegenvoorbeeld: er zijn vandaag protesten tegen demissionair premier Schoof, omdat hij het academisch jaar opent aan de Universiteit Twente: wat er ook gebeurt, aangroeien zal zijn geamputeerde kabinet niet.

Ik ben het niet eens met dat anti-Schoof protest, maar in ieder geval nemen mensen de moeite er fysiek tegen te protesteren. Inspanning en protest: het hoort wat mij betreft samen te gaan.

Gevoelsmatig had ik dat ‘aandachtzinnetje’ een geboortejaar gegeven, ergens in de jaren 60 of 70, beetje flowerpower, maar vaak kwam ik tegen, dat „Aristoteles het al zei” (384-322 v. Chr.). Ook niet waar: de antieke filosoof had het over het belang van oefening, om zodoende deugden te ontwikkelen, maar dat kant-en-klaar-zinnetje had-ie niet paraat, zelfs niet 2.300 jaar vóór het opkomen van sociale media.

Drie weken geleden verscheen die inmiddels beruchte afbeelding van Wilders waarbij de PVV werd voorgesteld als een lachende, jonge blonde vrouw en de PvdA als een gerimpelde, gesluierde, boos kijkende oude vrouw – sorry GroenLinks, geen aandacht voor jullie, dus geen groei.

Meteen volgde er discussie: negeren of bespreken. Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Klok schreef op 8 augustus nog: „Niet bij elke racistische provocatie komen we in actie”. ‘Niet meteen’ was beter geweest om te zeggen, want later werd die karikatuur wel degelijk in de Volkskrant besproken. Geen principekwestie, meer een kwestie van tijd.

Maar er is wel degelijk een dilemma: elke oprisping van Wilders aandacht geven, en dus ‘laten groeien’? Na de PVV-karikatuur verschenen er anti-karikaturen, tegen Wilders en tegen zijn voorstelling van zaken. Zoiets heet weerwoord; hoe kritisch ook, is het toch niet olie op het vuur, want aandacht?

Dat laatste suggereren twee wetenschappers, Nieuwenhuis en de Jong, de afgelopen week in NRC. Zij richten zich op de online acties en tegenreacties, zoals die bijvoorbeeld verschenen naar aanleiding van de PVV-afbeelding. Uiteraard zitten daar de supporters van Wilders bij, de zogenaamde ‘Wildies’, die opgewonden alles doorsturen wat de PVV-voorman verkondigt. Maar (citaat) „niet alleen de supporters van Wilders gingen massaal aan de haal met de spotprent, GroenLinks-PvdA-volgers creëerden en deelden hun eigen kritische varianten.”

Het onbedoelde gevolg kan zijn dat voor-en tegenstanders gezamenlijk bijdragen aan de alomtegenwoordigheid van de PVV-voorman. Of van welke politicus dan ook die controverse oproept. De wetenschappers noemen de voorbeelden van de Amerikaanse Kamala Harris of de voormalige GroenLinks-voorman Jesse Klaver, die ieder zo een eigen ‘fanbase’ creëerden.

Fan komt van het Engelse ‘fanatic’, en sociale media lenen zich bijzonder goed voor fangedrag, ook al omdat het niet meer fysieke inspanning kost dan een muisklik. Fanatiek zijn zonder te sporten. Conclusie van de mediawetenschappers: „Kiezers gedragen zich online als fans en niet als kritische burgers.”

Maar vallen daar ook de tegenreacties onder? Versterken uiteindelijk Wilders’ tegenstanders zijn fanbase? Damned if you do, damned if you don’t?

Na een kleine twintig jaar sociale media is het hoog tijd de balans op te maken: al dat ‘duimpje omhoog/omlaag’ en het ‘sharen’ van ‘content’: het zijn uiteindelijk lege gebaren, die niet zozeer verwijzen naar de boodschap van de afzender, maar naar de afzender zelf: kleine stutten voor het eigen ego. Je ‘shared’ iets zoals je vroeger een sigaret opstak. Kritiek vergt kracht.

Actie en tegenreactie vragen om een persoonlijke, fysieke of intellectuele inspanning: desnoods een ondertekende brief, of, welja, een column.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next