Home

Volgens OpenAI’s Sam Altman is er een AI-bubbel. Heeft hij gelijk?

De investeringen en de beloftes zijn duizelingwekkend: het lijkt niet op te kunnen met kunstmatige intelligentie. Toch lijken er barstjes te ontstaan. Wellicht is het optimisme te groot.

is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.

De setting: een luxueus restaurant in San Francisco, waar Sam Altman en twee andere kopstukken van het toonaangevende AI-bedrijf OpenAI dineren met een groep Amerikaanse techjournalisten. Ze zitten aan een lange tafel waarop grote borden staan met exquise mediterrane gerechten die ze delen.

Vooral Altman is aan het woord. Logisch, want hij is de CEO. Natuurlijk gaat het over de laatste versie van ChatGPT, genaamd GPT-5. Dan benoemt een van de aanwezigen de olifant in de kamer: hebben investeerders misschien niet veel te hoge verwachtingen van AI?

Die vraag hangt al een tijdje boven de markt nu beginnende AI-bedrijven met nog geen product op de plank al miljarden waard zijn, en nu toonaangevende AI-labs als Meta, Google en OpenAI zelf met miljarden smijten om rekenkracht en talent aan zich te binden en uiteindelijk de concurrentie het nakijken te geven.

Wereldwijde web

Ja, luidt het onverwachte antwoord van Altman, de verwachtingen zijn te groot. De oprichter van OpenAI, dat als geen ander bedrijf symbool staat voor de huidige AI-boom, vergelijkt de huidige opwinding over AI met die over het wereldwijde web, eind jaren negentig.

Om het geheugen op te frissen: ook toen groeiden de bomen tot in de hemel. Het enthousiasme over alle nieuwe en wereldveranderende mogelijkheden van het internet was gigantisch. Investeerders stonden in de rij om geld te steken in ieder beginnend bedrijfje dat ‘iets met internet’ wilde doen.

Een van de treffendste voorbeelden was Pets.com, een online winkel voor dierbenodigdheden. Het bedrijf ging in februari 2000 naar de beurs. Ergens in de maanden erna ging het gruwelijk fout. De dotcom-aandelen daalden met vele tientallen procenten, met als gevolg dat er honderden miljarden verdampten. Met Pets.com liep het niet goed af: in november 2000 sloot het voormalige troetelkind de deuren.

In Nederland belichaamde internetprovider World Online wat later de dotcom-bubbel is gaan heten. Het bedrijf van oprichter Nina Brink beleefde in maart 2000 onder massale belangstelling van zowel media als beleggers zijn beursgang aan de Amsterdamse effectenbeurs.

Het bedrijf was daarna maar liefst 12 miljard euro waard. Kort na de beursgang stortte de koers in en daalde het bedrijf aanzienlijk in waarde, mede door interne problemen en negatieve publiciteit. De opgestoken duimen van Brink bij de beursgang stond daarna in Nederland jarenlang symbool voor alle opgeblazen verwachtingen.

Negatief sentiment

Als zelfs OpenAI-topman Altman roept dat de verwachtingen rond AI te hooggespannen zijn, moet er wel wat aan de hand zijn, toch? De woorden van de techondernemer misten hun uitwerking dan ook niet: ineens ligt de term ‘AI-bubbel’ voor in ieders mond.

Wat Altman, behalve nervositeit, overigens óók met zijn uitspraken genereert: aandacht, iets waar hij een meester in is. En zijn subtekst is natuurlijk ook dat zijn bedrijf OpenAI zich onttrekt aan de opgeblazen verwachtingen.

Het negatieve sentiment, met als gevolg dalende koersen van techaandelen, kwam vorige week in meerdere golven. Analisten noemen niet alleen Altman, maar zien overal tekenen. Veelgenoemd is een vorige week gepubliceerd onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

Onder andere omstandigheden zou zo’n rapport waarschijnlijk voor kennisgeving worden aangenomen, maar nu geeft het voor diezelfde analisten plotseling een ontluisterend beeld van zakelijke AI-projecten. Amerikaanse bedrijven investeerden tussen de 30- en 40 miljard dollar in allerlei initiatieven met generatieve AI, zoals ChatGPT van OpenAI, Copilot van Microsoft of Gemini van Google. De belofte die de makers van dit soort gereedschap telkens voorschotelen: grote efficiency- en productiviteitswinsten.

Maar, zegt het MIT nu, liefst 95 procent van de organisaties die experimenteren met AI ziet nog geen enkel voordeel in de dagelijkse praktijk als gevolg van de inzet van het hippe gereedschap. ‘Dat verhaal jaagt mensen de stuipen op het lijf’, reageert een handelaar die nauw betrokken is bij een groot Amerikaans technologiefonds tegenover de Financial Times.

Meta smijt met geld

Nog zo’n verhaal waar investeerders zenuwachtig van worden: Meta is even gestopt met het werven van nieuw AI-personeel. Het besluit volgt op wéér een herstructurering van Meta’s AI-activiteiten, meldt The Wall Street Journal. De stop volgt op weken waarin meer dan vijftig vooraanstaande AI-onderzoekers en -engineers bij concurrenten als Google, xAI en OpenAI werden weggekaapt, vaak tegen exorbitant hoge tekengelden en salarissen.

Meta lokt die toponderzoekers weg omdat het er Mark Zuckerberg alles aan gelegen is de achterstand van Meta op de concurrentie in te lopen. In totaal zou het bedrijf maar liefst 100 miljoen hebben uitgetrokken voor die bonussen. Dat geld niet altijd gelukkig maakt, bewijst overigens het recente vertrek van enkele pas net aangetrokken AI-toppers.

Talent is belangrijk in de felle strijd tussen de grote AI-labs, maar verreweg het meeste geld geven ze uit aan infrastructuur in de vorm van datacenters. De zeven grootste techbedrijven op de Amerikaanse beurs – de zogenoemde Magnificent Seven – gaven de afgelopen drie maanden meer dan 100 miljard dollar uit aan de bouw van datacenters en de aankoop van de peperdure Nvidia-chips, die zorgen voor de rekenkracht.

Volgens Bloomberg zullen dit soort uitgaven voorlopig nog wel even stijgen. Om het in perspectief te zetten: binnenkort zal er in de VS zelfs meer worden uitgegeven aan de bouw van datacenters dan aan de bouw van kantoren.

Op barsten?

De grote vraag bij dit alles is of de bubbel zo groot is dat hij op barsten staat. Bob Homan, hoofd vermogensbeheer bij ING, maakt zich voorlopig nog geen zorgen: ‘Ik ben best positief over AI en de AI-aandelen.’ Homan ziet dat de investeringen in infrastructuur en rekencapaciteit door de grote AI-labs gigantisch zijn, maar wijst er ook op dat die bedrijven daadwerkelijk geld verdienen met hun AI-toepassingen.

‘En dat gaat ook nog wel even door. Sterker nog: als ik om me heen kijk, dan zie ik dat het gebruik van AI-gereedschap in rap tempo stijgt. Eerst was het vooral leuk speelgoed, maar inmiddels is duidelijk wat je ermee kan.’ Een voorbeeld is het gebruik van AI-tools als hulp bij het programmeren. In deze tak is de inzet van AI al wijdverbreid.

Ook Paul Weeteling, techanalist bij Stockwatch, ligt naar eigen zeggen niet wakker van een eventuele bubbel. ‘Kijk naar de gebruikersaantallen van chatbots. Die zijn gigantisch.’ Dat bedrijven als OpenAI vooralsnog geen winst maken, zegt hem niets: ‘Dat is een kwestie van tijd.’

Zowel Weeteling als Homan is er wel van overtuigd dat de komende jaren ook veel AI-bedrijven zullen omvallen. Homan: ‘Op dit moment vloeit het geld wel erg uitbundig en richting startups. Dat doet me wel denken aan de zolderkamerprojecten in de dotcom-bubbel.’

Vooralsnog kan het echter niet op. Neem het AI-bedrijf van Mira Murati, de voormalig technisch directeur van OpenAI. Na haar vertrek begon ze de AI-startup Thinking Machines. Beloftes en vaag geformuleerde vergezichten genoeg: ‘We bouwen aan een toekomst waarin iedereen toegang heeft tot de kennis en hulpmiddelen om AI in te zetten voor zijn of haar unieke behoeften en doelen.’

Maar een concreet product heeft Murati nog niet. Toch haalde ze deze zomer 2 miljard dollar op bij investeerders, waarmee Thinking Machines maar liefst 12 miljard dollar waard is.

‘Krankzinnig’

Oprichter Herman Kienhuis van Curiosity VC, dat in AI-bedrijven investeert, wijst net als Weeteling naar de gebruikscijfers van ChatGPT. ‘Tweehonderd miljoen per dag. Dat is echt krankzinnig.’ Dat het zakelijke gebruik daar nog wat achteraan hobbelt vindt hij niet raar: ‘Logischerwijs zijn bedrijven voorzichtiger met het gebruik van AI, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn voor het delen van gevoelige informatie.’

Gebruikersaantallen zeggen natuurlijk niet alles. Uiteindelijk moeten de AI-labs, met hun dure personeel en datacenters, ook geld verdienen. En juist dat gebeurt ook, ziet Kienhuis, ook al is een bedrijf als OpenAI nog altijd niet winstgevend. ‘De omzetten groeien enorm hard. Daar houden investeerders van, ook omdat we pas helemaal aan het begin van de adoptie zitten.’

Niet alleen chipmaker Nvidia en de grote AI-labs zitten volgens de investeerder in de lift, ook de laag erbovenop, de bedrijven die toepassingen maken. Kienhuis noemt als voorbeeld het in Stockholm gevestigde en succesvolle Lovable, dat AI-gereedschap maakt om mee te programmeren. Lovable groeide in slechts acht maanden naar 100 miljoen dollar omzet.

Geen bubbel dus? Toch wel, misschien: ‘Bubbels zijn vooral een verhaal van de financiële markten. De waarderingen voor de AI-bedrijven zijn nu echt extreem.’ Kienhuis wijst naar OpenAI, dat een jaaromzet heeft van 12 miljard dollar en al 500 miljard waard is. Ofwel: 42 keer de omzet. Voor Curiosity VC betekent dit dat sommige bedrijven te duur worden om er verantwoord geld in te steken.

De waarde die investeerders aan bedrijven toekennen, is gebaseerd op hun verwachtingen van toekomstige omzetten. Daar zit de crux: als de groei stagneert, kan de bubbel zomaar knappen. De vergelijking die Altman met de dotcom-bubbel trekt, vindt Kienhuis niet vreemd: ‘Ook toen stonden we aan het begin van een nieuwe technologie en ook toen waren de waarderingen ongelofelijk hoog.’

Veel bedrijven verdwenen, maar de technologie (het wereldwijde web) heeft zich bewezen. Kienhuis: ‘Zo zal het ook met AI gaan.’ Al zullen de opgestoken duimen van Nina Brink in de collectieve herinnering altijd een waarschuwing blijven voor op de loer liggende bubbels.

IN DOLLARS

1 miljoen: het jaarsalaris dat een Amerikaanse toponderzoeker gemakkelijk kan verdienen
100 miljoen: omzet Lovable
200 miljoen: aantal dagelijkse gebruikers ChatGPT
12 miljard: marktwaarde Thinking Machines
100 miljard: investeringen in drie maanden in datacenters door zeven grootste techbedrijven
320 miljard: de te verwachten investeringen dit jaar van Meta, Amazon, Alphabet en Microsoft in AI
500 miljard: marktwaarde van OpenAI
4.400 miljard: marktwaarde Nvidia

Alles over tech vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next