Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Vraag honderd mensen wat vakantie betekent en je krijgt honderd verschillende antwoorden. Sommige mensen noemen het vakantie als ze 2.000 kilometer lang een grote caravan achter zich aan hebben gesleurd, terechtkomen op een camping met louter andere Nederlanders en vervolgens drie weken lang loeren wie de grootste airfryer heeft.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ook binnen mijn gezin is de definitie van vakantie voor iedereen anders. Voor mijn oudste dochter betekent vakantie later dan haar ouders naar bed gaan, elke dag een pain suisse (een pain suisse is wat je krijgt als je een pain au chocolat in een kooi opsluit en hem een jaar lang alleen maar chocolade en deeg voorschotelt) en met haar vaders telefoon appen naar de nieuwe bestie die ze vorige week op de camping ontmoet heeft.
Voor mijn vrouw betekent vakantie vooral niet-werken, lezen en lummelen: wandelen over het strand, op een rots naast een rivier zitten, staren naar de zee, luisteren naar een waterval, in de schaduw van een grote boom zitten. Daarbij is de gemene deler steeds dat er zo min mogelijk mensen in haar buurt mogen zijn. Die weerstand voor de sartriaanse anderen hebben wij met elkaar gemeen, maar voor mij behelst vakantie weer iets heel anders.
Het komt neer op niet hoeven koken: niet in de keuken bezig zijn, niet bedenken wat er gegeten moet worden, niet bedenken wat voor boodschappen daarvoor nodig zijn, niet hoeven te zien hoe zekere gezinsleden teleurgesteld naar hun borden kijken, niet hoeven af te ruimen. En ook niet gevraagd worden ‘wat we zullen eten vanavond?’ Sorry, maar Althuisius Catering is gesloten. We kijken er mondjesmaat naar uit om u over een paar weken weer te verwelkomen. Helaas beschikt Althuisius Catering alleen niet over voldoende liquide middelen om elke avond in een Spaans restaurant te dineren, dus blijft het even bij de fantasie.
Dan is er nog mijn jongste dochter. Voor haar heeft vakantie een niet-alledaagse, maar wel nauwkeurig gedefinieerde betekenis. Zoals ze pleegt te doen bij een grote boodschap, verdwijnt ze ook in Spanje naar het toilet in het gezelschap van een tiental paarden (speelgoedpaarden, voor de duidelijkheid). Tien minuten later, als het gehinnik verstomd is en alle speelgoedpaarden waarschijnlijk dood zijn gegaan door de poeplucht, roept ze wat ze altijd roept. ‘Papá! Papá! Kan je komen helpen?’
‘Serieus?’, roep ik terug, ‘je bent bijna 8. Je kan nu toch je eigen billen afvegen?’
‘Ja’, klinkt het vanuit de badkamer, ‘maar ik heb ook gewoon vakantie hoor.’
En dat heb ik inderdaad maar te respecteren.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns