Home

Armeense christenen verdedigen hun wijk in de Oude Stad van Jeruzalem. ‘Het is onze morele plicht om onze aanwezigheid te behouden’

Jeruzalem Armeense christenen in de Oude Stad van Jeruzalem raken in de verdrukking door aanvallen van extremisten en kolonisten. Een dubieuze vastgoeddeal ontketende protest. „We worden behandeld als tweederangsburgers.”

De Armeense activist Kegham Balian (links) en zijn broer staan op het dak van het huis van hun ouders in de Armeense wijk in Jeruzalem.

De witte tent staat midden op een grote binnenplaats in de Armeense wijk van de Oude Stad van Jeruzalem. Op deze open plek, bekend onder de naam de Koeientuin, sliepen begin twintigste eeuw Armeense vluchtelingen. Nu bivakkeren er al bijna twee jaar activisten van de protestbeweging Red de Armeense wijk.

De aanleiding voor hun protest: een dubieuze vastgoeddeal tussen het Armeense patriarchaat van Jeruzalem, het autonome leiderschap in de regio van de Armeens Apostolische Kerk, en het bedrijf Xana Gardens. Daarbij zou circa een kwart van het grondgebied van de Armeense wijk, in bezit van het Armeense patriarchaat, voor bijna honderd jaar worden geleased. Op de plek van de Koeientuin, een plaats van symbolische betekenis voor de gemeenschap waar ook een theologisch seminarium ligt, zal een luxueus hotel verrijzen.

Het bedrijf Xana Gardens, onder leiding van de Australisch-Israëlische Danny Rothman, heeft volgens advocaten en activisten vermoedelijk banden met een Israëlische kolonistenorganisatie: Ateret Cohanim. Nadat de deal in mei 2021 werd gesloten, gingen al snel geruchten rond in de Armeense gemeenschap. Pas twee jaar later werd duidelijk wat zich achter gesloten deuren had afgespeeld. Er brak grootschalig protest uit in de wijk, geleid door jonge Armeense activisten.

Existentiële bedreiging

„Na de ontdekking hebben we hier direct een kampement opgezet”, vertelt schrijver en keramist Kegham Balian (35), terwijl hij een rondleiding geeft door de tent. Binnen in staan kleinere kampeertentjes, waar een enkeling ligt te slapen. Op versleten banken kijken activisten tv, er wordt gepraat en gekookt. Aan de muren hangen posters van de Oude Stad en de heilige Jacobus de Meerdere.

De activisten zien de deal als een existentiële bedreiging voor de toekomst van de Armeense gemeenschap in de Oude Stad. Al eerder zorgde een vastgoeddeal voor onrust: in 2020 sloot het Armeense patriarchaat een akkoord met de gemeente Jeruzalem om een parkeerplaats te bouwen in de Koeientuin, met voor de helft plaatsen voor Joodse inwoners. „Ons primaire doel is om de Koeientuin te behouden, maar in bredere zin willen we de ontwikkeling van de gemeenschap en zijn instituties bevorderen”, vertelt Balian, terwijl hij aan een grote tafel thee en met walnoten gevulde dadels serveert. „Het enige positieve gevolg van deze zaak is dat die ons verenigd heeft.”

De Oude Stad, inclusief de Armeense Wijk, ligt in Oost-Jeruzalem, dat sinds 1967 door Israël wordt bezet en sindsdien is geannexeerd. Israël claimt Oost-Jeruzalem als zijn grondgebied, en bestuurt middels de gemeente zowel West- als Oost-Jeruzalem. Ook breidt het in rap tempo illegale nederzettingen uit in Oost-Jeruzalem.

De Armeense wijk (0,126 vierkante kilometer) bestaat voor grofweg twee derde uit de kathedraal en het klooster van Jacobus de Meerdere, en aangrenzend een afgesloten woongebied voor de Armeense gemeenschap. Tientallen Armeense families wonen er al eeuwenlang dicht op elkaar. „Iedereen kent elkaar en er is nauwelijks privacy”, vertelt Balian. „De meesten hier spreken minstens drie talen. Onderling Armeens, en daarnaast Arabisch, Hebreeuws en vaak ook Engels.”

In de straatjes tussen de huizen laat Balian op de stenen muren eeuwenoude Armeense inscripties zien. Het dak van zijn familiehuis biedt een weids uitzicht over de Oude Stad. Iedere avond worden de toegangspoorten tot de Armeense Wijk, waar een kloostergemeenschap huist, gesloten. Als tiener nam hij met vrienden sluiproutes om toch de wijk uit te gaan.

Activisten in het Armeens kampement in Jeruzalem.

‘Tweederangsburgers’

Balian komt uit een beroemde Armeense familie van keramiek-makers in Jeruzalem, die sinds 1922 net buiten de Oude Stad een atelier hebben. In 1919 werden zijn voorouders uitgenodigd door de Britse militaire gouverneur van Jeruzalem, Ronald Storrs, om het Ottomaanse tegelwerk op de Rotskoepel in de Oude Stad te restaureren. Daardoor ontkwamen zij aan de Armeense genocide, de volkerenmoord op Armeniërs tussen 1915 en 1917 in het Ottomaanse Rijk.

Rond de Eerste Wereldoorlog en de Armeense genocide zochten veel Armeniërs hun toevlucht in Jeruzalem, maar de aanwezigheid van Armeense christenen in de stad gaat terug tot de vierde eeuw, toen de eerste pelgrims arriveerden. Voor de oprichting van Israël in 1948 woonden er in Palestina circa 15.000 Armeniërs.

Tijdens de oorlogen van 1948 en 1967 is hun aantal sterk teruggelopen door ontheemding en migratie, en nog altijd krimpt de Armeense bevolking gestaag. Inmiddels wonen er nog ongeveer tweeduizend Armeniërs in de stad, en steeds meer van hen vertrekken naar het buitenland, mede vanwege de politieke onrust in Israël en Palestina.

Net als Palestijnen in Oost-Jeruzalem hebben Armeniërs geen Israëlisch staatsburgerschap, alleen een permanente verblijfsvergunning, die niettemin kan worden ingetrokken. Ook wordt hun structureel bouwvergunningen ontzegd door de Israëlische gemeente, waardoor de gemeenschap nauwelijks kan uitbreiden. „We worden behandeld als tweederangsburgers. We zijn hier al zeventienhonderd jaar, en het is onze morele plicht om onze aanwezigheid te behouden en te vergroten”, zegt Balian.

De ophef over de verhuur van de Koeientuin bracht de Armeense inwoners van de wijk dichter bij elkaar, maar legde ook bestaande spanningen bloot tussen inwoners en het Armeense patriarchaat, vertelt Balian. „In de meeste Armeense gemeenschappen is de relatie tussen het patriarchaat en de bevolking als tussen een herder en zijn kudde.” Al voor de deal was er volgens Balian kritiek op het autocratische bestuur van het patriarchaat, en in het bijzonder priester Baret Yeretsian, die de deal orkestreerde. „Hij bestuurde de gemeenschap met ijzeren vuist. De patriarch heeft de absolute macht, maar Yeretsian regeerde als een soort Raspoetin en beheerste indirect het patriarchaat. Hij heeft deze deal enkel vanwege het geld gesloten.” Yeretsian is uit zijn functie ontheven en door de gemeenschap verjaagd; hij vluchtte naar de VS.

Na het protest in de gemeenschap stuurde het patriarchaat een brief naar Xana Gardens om de deal ongedaan te maken. Het bedrijf vecht dat aan, en stuurde bulldozers en gewapende mannen naar de Armeense wijk om de grond in te nemen. Volgens de activisten waren daar ook kolonisten bij aanwezig. Buiten de tent in de Koeientuin wijst Balian op stenen barricades, die zijn opgeworpen om de aanvallen af te weren.

Kegham Balian (linkerfoto, links) met een activist in het kampement dat is opgericht door Armeniërs in Jeruzalem. Op de rechterfoto activist Vartan Hidoyan.

Omkoping

Voor Daniel Seidemann, advocaat en kenner van Jeruzalem, is het duidelijk dat het Armeense patriarchaat een transactie van een „zeer twijfelachtig karakter” aanging om een aanzienlijk deel van de Armeense wijk te verkopen.

De omstreden deal is volgens Seidemann geen particulier initiatief. „Er is een patroon van kolonistenorganisaties in Oost-Jeruzalem, die met steun van de Israëlische staat betrokken zijn bij zeer twijfelachtige activiteiten om eigendommen in de Oude Stad in te nemen en de stad te omringen met nederzettingen en daarmee samenhangende projecten.” Kolonisten hebben bovendien nog meer de wind in de zeilen sinds het aantreden van de ultrarechtse Israëlische regering eind 2022, waarin ook extreemrechtse ministers zitteng hebben die zelf kolonist zijn.

Volgens advocaat Seidemann zijn de gebeurtenissen rond de vermeende aankoop van de Koeientuin ongewoon en uiterst verdacht, wat sterk suggereert dat er mogelijk sprake is geweest van illegale betalingen. Ateret Cohanim is een kolonistenorganisatie die zich inzet voor de kolonisatie van de Oude Stad door Palestijnen te verdrijven en te vervangen door kolonisten. In het verleden zijn er beschuldigingen geweest, met name van het Grieks-Orthodoxe patriarchaat, dat Ateret Cohanim door fraude en omkoping eigendommen in de Oude Stad heeft ingenomen.

Activist Kegham Balian in de Armeense wijk in Jeruzalem.

Ateret Cohanim zelf ontkent betrokkenheid bij Xana Gardens, maar op een foto gepubliceerd door de Israëlische krant Haaretz is de oprichter van de organisatie te zien in een hotel samen met zakenpartners van Xana Gardens, Danny Rothman en George Warwar.

Afgelopen maart was er opnieuw ophef in de Armeense gemeenschap. Het Armeense patriarchaat kreeg van de gemeente Jeruzalem te horen dat zij een sinds 1994 opgebouwde schuld zou hebben aan achterstallige gemeentebelasting, volgend op een besluit van de gemeente uit 2018 om met terugwerkende kracht belasting te heffen over bezit van christelijke kerken. Behalve in de Armeense wijk heeft het patriarchaat ook elders in de Oude Stad en daarbuiten diverse gebouwen en stukken land in zijn bezit.

Inderdaad hangt andere kerken in Jeruzalem een vergelijkbare schuld boven het hoofd. Zij hebben een beroep gedaan op de overheid om de belastingheffing te stoppen, die zij zien als een aanval op de christelijke aanwezigheid in het ‘Heilige Land’.

De Armeense activist Kegham Balian buiten het kampement.

Stevigere greep

Behalve de omstreden vastgoeddeal en de gemeentebelasting speelt er meer rond de activistentent in de Armeense Wijk. De afgelopen jaren is er in de Oude Stad steeds vaker verbale en fysieke agressie tegen religieuze leiders en leden van de Armeense gemeenschap. Niet alleen Armeniërs hebben te maken hebben met toegenomen geweld en intimidaties. Het interreligieuze Rossing Center for Education and Dialogue documenteerde vorig jaar 111 aanvallen op christenen in Israël en Oost-Jeruzalem, zo blijkt uit zijn jaarrapport over dit onderwerp. Het gaat vooral om fysieke aanvallen – waaronder spugen – op religieuze leiders en kerkelijke eigendommen. Volgens het Rossing Center zijn de daders met name ultraorthodox-joodse jonge mannen, „gedreven door nationalisme en religieus extremisme”.

Het Religious Freedom Data Center (RFDC), dat middels een hotline gevallen van intimidatie van christenen in Israël en Oost-Jeruzalem documenteert, rapporteerde alleen al tussen april en juni dit jaar 69 incidenten – hoofdzakelijk in de Oude Stad, en in de helft van de gevallen tegen Armeniërs.

Bovendien worden christenen in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever door de Israëlische autoriteiten belemmerd in het bereiken van kerken en heiligdommen. Zo werd Palestijnse christenen op de bezette Westelijke Jordaanoever, die alleen met zeldzame Israëlische permissie Jeruzalem in kunnen, onlangs de toegang ontzegd om daar Palmzondag te vieren. In de Oude Stad kregen christenen tijdens Pasen beperkte toegang tot de Heilige Grafkerk.

Seidemann ziet een indirect verband tussen de steeds stevigere greep van kolonisten en de regering op de Oude Stad en omgeving, en de toegenomen vijandigheid jegens christenen. „Ze zien de christelijke gemeenschappen in de Oude Stad, inclusief de Armeniërs, als een sta-in-de-weg.”

Source: NRC

Previous

Next