Home

Bij de Sense Infolijn weten ze na veertig jaar praten over seks één ding zeker: ‘Seks is voor iedereen een hoop geklooi’

Bij de Sense Infolijn hebben ze sinds 1985 honderdduizenden vragen over seks en soa’s voorbij horen komen. Deze week is het precies veertig jaar geleden dat de telefoon voor het eerst overging bij wat toen nog de Aids Infolijn heette. ‘Goedemiddag? Dus u bent gepijpt?’

is verslaggever bij Volkskrant Magazine en columnist.

‘Ik heb het handvat van een tandenborstel in mijn vagina gebruikt’, leest Sense-medewerker Zinzi Mol (38) voor van haar beeldscherm. ‘Het was een tandenborstel die niet schoon was gemaakt, en die in de gemeenschappelijke badkamer lag. Heb ik nu een soa?’ De dienst van Mol en collega Eline Marchena (30) is begonnen; ze hebben de telefoonlijn, WhatsApp en de chatbox net geopend.

‘Nee hoor, dat is niet waarschijnlijk’, schrijft Mol. Collega Marchena denkt even mee: ‘Of er moet nét iemand seksueel contact hebben gehad met die tandenborstel, maar dat lijkt me niet?’ Mol schrijft: ‘Ik ga ervan uit dat er geen bloed of ander zichtbaar vocht, bijvoorbeeld sperma, op het handvat zat?’ Na wat geruststellende woorden schrijft Mol een zin aan de vragensteller die vandaag in verschillende variaties voorbij zal komen: ‘Hoe is het voor jou om dit te lezen? Geeft het je wat rust?’ ‘Yes, dank je wel!’ En weg is Maya. Als dat haar naam is.

We schuiven een dagje aan op een plek waar de hele dag de intiemste vragen worden gesteld, tussen mensen die elkaars naam niet hoeven te kennen en die elkaar als het meezit zelfs nooit meer spreken. De medewerkers van Sense werken zelf vaak ook onder pseudoniem. ‘Anonimiteit werkt voor beide partijen prettig’, vertelt Martijn de Natris (56), projectleider van de Infolijn, aan de tafel tegenover Mol en Marchena. ‘Anoniem kun je goed en geconcentreerd in die virtuele ruimte stappen. Dan gaat het echt over die persoon. Het is en blijft bij dat moment, één gesprek, en klaar.’

Al veertig jaar komen hier vragen over seks en soa’s binnen, in 2024 waren het er zo’n 1250 per maand. Bij de Sense Infolijn voor jongeren (onderdeel van Soa Aids Nederland) werken in totaal zeven mensen, twee per dienst, met op afstand nog wisselende GGD-verpleegkundigen die ook gesprekken voeren. Een deel van de chat- en telefoongesprekken is volgens De Natris al veertig jaar onveranderd, en komt neer op: wat moet ik doen en hoeveel zorgen moet ik me precies maken?

Maar in 2009 is het werkterrein van soa’s uitgebreid met de lichte en leuke kanten van seks. Sindsdien kan het ook gaan om die simpele en toch ook eindeloos complexe vraag: hoe weet ik of hij/zij mij leuk vindt? Of, ook een klassieker, zegt Mol, de vraag wanneer het tijd is voor ‘de eerste keer’. ‘Ik sprak laatst een meisje van 13, die wilde bespreken of ze er klaar voor was om te zoenen. Ze had het idee dat het binnenkort op schoolkamp zou kunnen gebeuren, maar twijfelde nog.’

Hoogstpersoonlijk allemaal. En toch: de mensen bij de infolijn zijn ook stille getuigen van het wel en wee van heel seks-beoefenend Nederland. In de vragen die bellers en appers stellen klinken ook de grote omwentelingen door, van de aidscrisis tot PrEP, en van het ‘Ik vrij veilig of ik vrij niet’-condoomtijdperk van de jaren negentig tot de gonorroegolf die nu ons land teistert. We schuiven een middag aan om mee te luisteren. Welke vragen leven er, en wat zegt dat over ons seksuele welzijn? En hoe is seks, en alle onzekerheid die daarbij komt kijken, veranderd in de voorbije veertig jaar?

Crisis

‘Dat eerste gesprek ging over de overdracht van hiv, dat kan niet anders’, zegt Hanneke Roosjen (63, nu senior projectleider van jongerenplatform Sense.info). Roosjen nam de hoorn op voor het eerste telefoontje bij wat in het prille begin de aidstelefoon heette, op 2 september 1985. In februari dat jaar had ze gereageerd op een advertentie in de Volkskrant, als vrijwilliger. Roosjen: ‘Er was niets. We moesten telefoons regelen, wat voor nummer hadden we eigenlijk, en waar halen we onze medische informatie vandaan?’

Roosjen maakte de opkomst van aids van dichtbij mee. ‘Ik was 23 en had net mijn coming-out gehad, ik ging dansen bij het COC aan de Rozenstraat. Ook homoseksuele vrienden van mij werden ziek. Er kwam een crisis op ons af en in de gemeenschap leefde het idee: we moeten reageren.’ Dat gevoel van urgentie heerste bij iedereen bij de Aids Infolijn, zegt Roosjen. ‘En ook bij ons bleken mensen seropositief te zijn, zoals je dat toen noemde. Er werkte een arts bij ons, Peter, een paar maanden later was hij dood.’ Een aantal vrienden van Roosjen overleden: Eric en André, oprichters van de Amsterdamse tak van de internationale activistische groep Act Up. ‘Op Aids Memorial Day lieten we witte ballonnen de lucht in op de Dam. De volgende dag zat je weer bij de telefoon. Dat werk en privé zo door elkaar liepen maakte ons werk soms zwaar, maar maakte ons werk ook beter.’

Er was aanvankelijk een enorm kennisgat, herinnert Roosjen zich. ‘We wisten al gauw dat je het niet kreeg door uit hetzelfde glas te drinken. Hoeveel gesprekken we daar wel niet over hebben gehad, onvoorstelbaar. Prostituanten, zo noemden we mannen die naar sekswerkers gingen, wilden weten of zij risico liepen. En we hadden veel gesprekken over testen. Ons advies was je niet te laten testen, want er was nog geen behandeling.’

Als Roosjen terugkijkt, vindt ze de voorlichting van toen vrij betuttelend. ‘We hadden hier een poster opgehangen: Bezint eer ge bemint. En er was een poster van de werkgroep Aids Amsterdam, een mooie foto van een paar billen, met als tekst erbij: ‘Exit only’. Kun je je voorstellen dat je dat tegen hetero’s zou zeggen: ‘niet neuken?’ Roosjen lacht.

Combinatietherapie

Ook projectleider De Natris begon rond 1996 vanuit persoonlijke betrokkenheid bij de lijn. ‘In 1985 had ik mijn coming-out, ik ben opgegroeid met de dreiging van hiv. Ik herinner me die grote angst om te testen, ook bij vrienden. Het had zo’n invloed op hoe je in het leven staat.’ Maar toen De Natris tien jaar later dan Roosjen bij de infolijn begon was de combinatietherapie net beschikbaar geworden, die voorkomt dat aids zich ontwikkelt. ‘Dus in die tijd zeiden we juist: je moet je wél laten testen, je kunt iets doen. Tegelijk waren er zo veel praktische problemen met de therapie en hiv. Zo konden mensen met hiv toen bijvoorbeeld nog geen levensverzekering afsluiten, en dan kregen ze dus geen hypotheek.’

Op De Natris’ bureau stonden toen handboeken en een multomap met telefoonnummers waarnaar hij kon doorverwijzen. ‘Toen kwam het internet, en dachten we: wij kunnen wel dicht. Maar nee, we konden niet dicht. Als ergens staat dat je een ‘verwaarloosbare kans’ op een soa hebt, bijvoorbeeld. Mensen weten niet wat ze met die informatie moeten.’ Mensen zoeken bij de infolijn vaak iemand die informatie kan toepassen op hun situatie, zegt De Natris. ‘En vaak hebben ze eigenlijk een andere vraag, die onder hun eerste vraag verstopt zit.’

De Natris herinnert zich een recent gesprek met een jongen van 19. ‘Hij vertelde dat hij voor het eerst seks had met een jongen. Van ChatGPT werd hij vooral ongerust, want daar kreeg hij het advies dat hij zich moest laten testen. Maar ik vroeg eerst wat hij van de seks vond. Vervolgens bleef het stil. Had ik het verkeerde gevraagd? Toen vertelde hij dat hij al een tijd verliefd is, maar dat nog niet tegen die jongen had durven zeggen.’

Herpesuitbraak

Via WhatsApp meldt zich een jonge vrouw die last heeft van een herpes-uitbraak. ‘We krijgen veel vragen over herpes’, zegt Marchena. ‘Er hangt een stigma omheen, terwijl zo veel mensen het hebben. Het vervelende is dat er niet veel aan te doen is. Ik vertel haar dat de eerste uitbraak vaak het ergst is, en dat er medicatie bestaat die de klachten vermindert als ze het vaker krijgt.’ Marchena scrollt door de GGD-richtijnen, die gebruikt worden bij de antwoorden. Vorige week sprak Marchena ook een vrouw van eind twintig met herpes: ‘Gaandeweg merkte ik dat ze zich eenzaam voelde. Na een tijdje bleek dat ze wilde weten hoe ze dit met haar nieuwe partner kon bespreken.’

Wie hier komt werken, krijgt eerst een training van een maand, en regelmatig bijscholing, want rondom soa’s, anticonceptie en seks verandert er voortdurend wat. En ook de lijn zelf veranderde: nadat de aidscrisis onder controle kwam, werd de Aids Infolijn in 2003 de Aids Soa Infolijn, in samenwerking met Stichting Soa Bestrijding. In 2009 kwam daar de Sense Infolijn bij, die gekoppeld is aan Sense.info, een website voor alle vragen over seks voor jongeren, in samenwerking met Rutgers. Dat is hier inmiddels de belangrijkste activiteit, maar ook de Aids Soa Infolijn kun je anno 2025 nog gewoon bellen: die gaat ook over in deze kamer.

Marchena neemt de telefoon op: ‘Goeiemiddag, Aids Soa Infolijn? (...) Hallo? U bent gepijpt? (...) En er was onbeschermde penetratie… u bent getest op chlamydia en gonorroe? (...) Ah, u kunt nog even nagaan of er ook op mycoplasma is getest. Dat kan ook deze klachten geven.’ Een dik kwartier en het advies om naar de huisarts te gaan later hangt Marchena op: ‘Deze man had onbeschermd contact gehad. Hij moest even een beetje gerustgesteld worden.’

Er is één ding nog anoniemer dan bellen of chatten met een infolijn: praten met een bot. Waarom bellen mensen dan toch met Sense? ‘Omdat ze twijfelen aan wat de AI heeft gezegd, of stuklopen’, zegt De Natris. Als je met Sense chat, kun je sinds kort op een formulier de vraag invullen of je het al via AI hebt geprobeerd. Een derde van de mensen antwoordt daar ‘ja’.

‘ChatGPT is wel concurrentie voor ons’, zegt De Natris. ‘En Google, waar je AI-antwoorden nu bovenaan ziet. Ik ben soms onder de indruk van wat er naar boven komt hoor, maar ik zie ook problemen met de informatie. Mensen vertellen bijvoorbeeld dat ze volgens ChatGPT de morning-afterpil niet hoeven nemen, maar dat advies klopt soms niet in hun situatie. En soms is het onzin. Als je ChatGPT vraagt hoe je kunt testen op herpes, krijg je te zien dat het bij de GGD kan. Dat klopt, maar alleen als je klachten hebt die daarbij passen. Je krijgt dan ook een telefoonnummer, alleen is dat het nummer van een Landal-vakantiepark.’

De mensen hier zien concurrentie in AI, maar ze zien ook een nieuwe rol voor zichzelf, door desinformatie en de verwarring die er ontstaat. Volgens Roosjen gaat er ook veel desinformatie rond op TikTok, bijvoorbeeld over natuurlijke anticonceptie. ‘Daarover maken we dit najaar een socialemediacampagne, gefinancierd door het ministerie van VWS. Zo kunnen we mensen ook naar ons toe trekken om ze juist te informeren.’ Bij de infolijn kwamen vorig jaar regelmatig vragen over natuurlijke anticonceptie en hormonen in de pil, vertelt Mol: ‘Dan bespreken we met mensen de opties, en vragen: hoe zie jij dit voor jezelf? Veel zorgprofessionals handelen vanuit het idee dat ze mensen ergens voor moeten behoeden, voor zwangerschap bijvoorbeeld. Dat doen wij niet. Wij geven goede voorlichting zodat mensen zelf een inschatting kunnen maken.’

De aidsepidemie was ooit de aanleiding voor de overheid om opdracht te geven aan Soa Aids Nederland voor de bekende ‘Vrij Veilig’-publiekscampagnes. Ook hier ten kantore bedacht: ‘Wie laat zich dan ook naaien zonder condoom?’, de campagne die voor tv nog moest worden gekuisd tot ‘Wie laat zich dan ook *piep* zonder condoom?’

Jarenlang was dit volgens Roosjen goed voor elkaar. ‘Maar in 2011 heeft Minister Schippers (minister van Volksgezondheid van 2010 tot 2017, red.) in al haar wijsheid besloten dat veilig vrijen een eigen verantwoordelijkheid was, en de campagnes afgeschaft.’ Na een stijging van bepaalde soa-diagnoses gaf het RIVM dit jaar het advies de campagnes voor condoomgebruik weer op te starten; het ministerie van VWS zegt daarmee aan de gang te gaan in 2026.

Bij Sense zien ze de problemen, zegt Roosjen: ‘Veel gay jongens weten nu niet meer wat hiv is, terwijl PrEP (een medicijn dat hiv voorkomt, red.) voor hen natuurlijk belangrijk is.’ Een terugkerend onderwerp bij de lijn, zegt Roosjen: ‘Mensen willen weten waar ze PrEP kunnen krijgen. De toegang is niet goed geregeld, want het kost geld. Daar lobbyen wij voor, want het hoort niet zo te zijn dat alleen de rijkere homoman zichzelf kan beschermen. Er is eindelijk een hiv-preventiepil, waarom moet het dan jaren duren voordat mensen die kunnen krijgen?’

Boodschappen als ‘Trek jij iets aan, trek ik iets uit’ en ‘Niet zonder hoesje in jouw poesje’ zijn intussen een beetje weggesleten. Soa Aids Nederland maakt zich zorgen om soa’s met soms ernstige gevolgen: zo bereikte het aantal gonorroe-diagnosen onder vrouwen in 2024 het hoogste punt sinds 2003, toen de metingen begonnen. De jarenlange daling van het aantal hiv-diagnoses is gestagneerd. ‘Dat heeft te maken met verminderd condoomgebruik’, zegt Roosjen. ‘Mensen denken ook gauw: ik neem wel antibiotica. Maar daardoor kan er antibioticaresistentie ontstaan.’ De infolijn krijgt momenteel ook veel vragen over het nieuwe chlamydia-testbeleid: ‘Het advies is nu om niet te testen als je geen klachten hebt. De gedachte was altijd dat je onvruchtbaar kon worden van chlamydia die geen klachten geeft, maar we weten nu dat dat in bijna alle gevallen niet zo is.’

Hijger

Hebben ze bij de Sense Infolijn eigenlijk een mening over dat dalende condoomgebruik? ‘Kijk, het is goed als mensen condooms gebruiken’, zegt De Natris. ‘Maar als je over condooms praat, moet je niet net doen alsof de vervelende kanten ervan niet bestaan. Je zegt ook: het is geklooi. Mensen vragen wel eens; wat vind jij ervan? Maar het maakt niet uit wat ik ervan vind. Wij puzzelen met mensen mee.’

De mensen van de infolijn zijn niet je vriend, niet je dokter, niet je therapeut, en niet je ouders. Ze zijn een vraagbaak en klankbord. Marchena hangt de telefoon net op: ‘Dit was iemand die polygaam wilde worden. Hij wilde weten welke soa-risico’s er bij welke seksuele handelingen horen. Kun je op onze website vinden, maar toch vind ik dat een leuke vraag. Dan zeg ik: als je écht geen enkel risico wilt nemen, kun je bij orale seks een condoom of beflapje gebruiken, maar we weten ook dat veel mensen dat niet doen. Dan heb je kans op bijvoorbeeld gonorroe, dat kan zich in de keel nestelen.’

‘Hallo? Hallo?’ Marchena zucht, aan de andere kant van de lijn klinkt niks. ‘We hebben de laatste tijd een soort hijger.’ Even later gaat de telefoon weer: een man vraagt haar hoe je jezelf goed kunt bevredigen. Marchena verwijst hem op besliste toon door naar de Sense-website met tips. ‘We hebben wel een radar voor nepvragen’, zegt Marchena. ‘Je merkt soms dat mensen vissen naar gedetailleerde omschrijvingen, bijvoorbeeld hoe je moet masturberen. Er is ook een vaste beller die altijd zegt: vertel eens hoe ik mezelf kan laten genieten? Maar handelingen beschrijven doen we niet. Het moet niet in een pornolijn eindigen.’

De invloed van porno echoot in sommige vragen, vinden Mol en Marchena: ‘Veel mannen zijn onzeker over hun penislengte. Die zien in porno mannen met zo’n bult.’ Ook vrouwen kunnen door porno met een vastomlijnd script komen te zitten, zegt Mol: ‘Vrouwen zeggen vaak: ik kom niet klaar van seks. Dan bedoelen ze dat ze niet klaarkomen van een penis in hun vagina. Dan zeggen we dat porno een verstoord beeld geeft van seks.’ De Natris: ‘Vaak vragen mensen ook: kijk ik te veel porno? Maar het is de vraag of veel porno verkeerd is. Ik vraag dan door. Hoe zit je in je vel? Voel je je er achteraf vervelend over? Je kunt niet zeggen: twee keer per dag aftrekken is te veel. Dat is niet per se zo.’

Er is eigenlijk bijna niets waar ze hier van opkijken. Grenzen zijn er wel. ‘Met de nieuwe zedenwet is er toch wel wat veranderd’, zegt De Natris. ‘Ik praat met jongens en soms meisjes over consent. Ze vragen soms: heb ik die ander goed gelezen, of ben ik over een grens heen gegaan? Dan ga ik exploreren. Als iets echt niet kan, dan maak ik dat wel duidelijk. Je gaat natuurlijk niet alles normaliseren. Ik ga vooral in gesprek. Wat vind je zelf? Maar in de basis zeggen we vaak: dit is seks, je moet het leren. Je kunt niet verwachten dat het meteen goed gaat.’

‘Eigenlijk komt het daar vaak op neer’, zegt De Natris. ‘Neem jonge jongens die bellen met erectieproblemen. Dat vind ik echt leuke gesprekken, als ik kan vertellen dat het heel normaal is dat niet alles altijd werkt zoals je denkt. Dan is het alleen al prettig om te horen dat het vaak geklooi is. Seks is eigenlijk voor iedereen geklooi. Als wij hier één boodschap uitdragen, is het dat klooien normaal is en goed.’

Er is eigenlijk op de meeste vragen die hier binnenkomen geen universeel antwoord te geven. Maar er is wel die boodschap, die zich uit honderdduizenden vragen liet destilleren.

De telefoon gaat.

‘Goeiemiddag Sense Infolijn, hai’, zegt Marchena. ‘Wat is je vraag? (...) O, goed dat je belt. (...) ‘Ja, goeie vraag, wat goede seks is, is voor iedereen verschillend.’ (...) ‘Het is belangrijk om in gesprek te blijven met de ander. Dat is meestal de sleutel voor leuke seks. (...) Ja, bij porno is het natuurlijk allemaal vooraf bedacht, hè? In het echt ziet het er vaak rommeliger uit. En seks zal ook elke keer anders zijn. Hoe is het als je dat zo hoort?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next