Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: moeten we dan maar gaan loten wie de macht krijgt?
Hebben we al een beetje zin in de verkiezingscampagne? Daarop zijn twee antwoorden mogelijk: „We kijken al jaren onafgebroken naar een verkiezingscampagne” of „nee”. Dus wat nou als we het eens anders doen? We gaan niet stemmen, maar selecteren gewoon 150 willekeurige Nederlanders voor de Tweede Kamer.
Laten we dat meteen met een beetje gevoel voor show aanpakken. We bouwen een bingomolen waarin 18 miljoen balletjes passen. Als elk balletje het formaat heeft van een pingpongbal, heb je een apparaat nodig ter grootte van ongeveer 14 zeecontainers. Als je kinderen uitsluit, kan het zelfs nog compacter. In Flevoland wilden ze ooit een berg bouwen om tegenop te fietsen, dus zo’n bingomolen moet daar ook wel passen. We laten John de Mol de registratie doen en Nederland wordt getrakteerd op een televisiespektakel dat sinds Domino D-Day niet meer is vertoond.
Het idee is niet nieuw. Al sinds de oude Grieken wordt loting gebruikt als democratisch instrument. In de moderne tijd is er het boek Lottocracy van Alexander Guerrero, de onvermijdelijke Ted Talk van Brett Hennig en Denker des Vaderlands David Van Reybrouck als pleitbezorger van het idee, waarover hij in april in NRC in discussie ging met journalist Joël De Ceulaer. Allemaal leuk en aardig, maar voor mij gaat een idee pas écht leven als het voorbij komt op @subwaytakes, misschien wel mijn favoriete Instagram-kanaal. In de New Yorkse metro verdedigt acteur Riz Ahmed het idee tegenover host Kareem Rahma: „We moeten stoppen met alle verkiezingen en leiders kiezen via een totaal willekeurige loting”. Rahma is het er „100 procent mee oneens”, Ahmed vraagt „waar hij bang voor is, dat we dan misschien slechte politici krijgen?”. „Ja”, zegt Rahma, „dat is waar ik bang voor ben”, ondertussen valt het kwartje. „Oké, ja, ja, ja, precies”, zegt Ahmed lachend, „heb je door hoe dom het klinkt als je dat zegt?”
Met Trump in de VS en een gevallen kabinet dat kruipend naar de verkiezingen nóg een keer struikelt in Nederland, is het makkelijk om te roepen dat een willekeurige voorbijganger op straat het waarschijnlijk beter zou doen. En natuurlijk is „het beter doen” in de politiek een subjectief begrip; met name rechtse kiezers zullen beweren dat het idee alleen maar wordt geopperd door linkse mensen die balen van de verkiezingsuitslag. Dat mag zo zijn, maar negen maanden nadat kabinet-Schoof was geïnstalleerd, nog vóórdat het viel, had nog maar 16 procent van de kiezers vertrouwen in de ministersploeg. Inmiddels is daar zelfs maar 4 procent van over, volgens een RTL Nieuws-peiling deze week, historisch laag. Ook mensen die blij waren met de uitslag, zijn niet blij met wat die heeft opgeleverd.
Het grootste probleem van verkiezingen is dan ook niet de politieke kleur van de gekozen leiders; ook met een loting zal je wat dat betreft ongeveer uitkomen op dezelfde verdeling. Het probleem is dat verkiezingen leiders opleveren die heel graag leider willen zijn. Leiders die ook van zichzelf denken dat ze het goed zouden kunnen.
Dat zijn nou net de types die je niet aan de macht wil zien. Wat je wil, is een leider tegen wil en dank: iemand die er niet om heeft gevraagd, maar die er gewoon het beste van maakt omdat het nou eenmaal diens lot is. Het loterijsysteem voegt een heel nieuw element toe aan politiek: bescheidenheid. Volksvertegenwoordigers die begrijpen dat ze de wijsheid ook niet in pacht hebben, die waar nodig advies vragen en daar ook naar luisteren, die het eerlijk zeggen als ze het even niet weten.
Het grootste nadeel van een loterij is dan ook niet de kwaliteit van de politici die het oplevert, maar de democratische legitimiteit: waarom zou je je aan een wet moeten houden als die is gemaakt door iemand wiens balletje stomtoevallig uit een reusachtige bingomolen in Flevoland is komen rollen?
Dat bezwaar is helaas doorslaggevend. Er zit dus niets anders op dan toch maar weer te gaan stemmen. Het zou wel goed zijn om, ongeacht de uitslag, de lat daarna niet te hoog te leggen. Het is naïef om te denken dat gekozen politici even goed werk kunnen leveren als willekeurig geselecteerde volksvertegenwoordigers, maar we zullen het ermee moeten doen.
Source: NRC