Home

Als de wieken van Ørsted trager draaien, beeft de hele offshore windsector

Windenergie Het Deense Ørsted, koploper op het terrein van offshore windenergie, stuit in de Verenigde Staten op tegenslagen die de hele sector treffen. „We hebben geen investeerder meer kunnen vinden.”

De toren van een windturbine wordt gemonteerd tijdens de bouw van Revolution Wind, een windmolenpark voor de Amerikaanse oostkust bij Rhode Island, in november 2024. De bouw van het project ligt inmiddels stil.

Van de 65 geplande windmolens zijn er 45 geplaatst. Voor de rest liggen de funderingen er al. De turbines, het nieuwste model Siemens Gamesa, hebben een diameter van 200 meter, een rotorblad is 97 meter lang. Als het lekker waait, produceert zo’n turbine 11 megawatt. Het totale park heeft een vermogen van ruim 700 megawatt (het equivalent van 350.000 Amerikaanse huishoudens).

Halverwege 2026 zou het park voor de kust van Rhode Island in de VS in gebruik worden genomen, maar voorlopig moet de Deense windparkontwikkelaar Ørsted de bouw van windmolenpark Revolution Wind stilleggen. Vanwege „bezorgdheid over belangen gerelateerd aan de nationale veiligheid van de Verenigde Staten”, schreef het Amerikaanse Bureau of Ocean Energie Management (BOEM) op 22 augustus aan Ørsted.

Vorig jaar, bij de viering van de plaatsing van de eerste turbinefundering, zei Liz Klein, de baas van BOEM, nog dat alle aanwezigen „trots konden zijn op en vertrouwen konden hebben in een schonere energietoekomst dankzij het harde werk aan het windpark”. Maar Trump heeft het niet op windenergie en Liz Klein, aangesteld door Biden, werkt er niet meer.

Na de brief van BOEM daalde de koers van Ørsted even flink. Het was de tweede keer in een paar weken tijd dat de koers een tik kreeg. Beleggers schrokken ook al toen Ørsted op 8 augustus bekendmaakte dat het nieuwe aandelen wil uitgeven om 60 miljard DKK (8 miljard euro) extra kapitaal op te halen. Het geld is onder meer nodig om een ander Amerikaans windpark te financieren. Dit park, Sunrise Wind (ruim 900 MW, 35 procent voltooid), ligt naast het nu stilgelegde Revolution Wind.

Wie verder uitzoomt in de koersgrafiek van Ørsted ziet dat de neergang niet nieuw is. Tot januari 2021 ging de koers steil omhoog. Sindsdien gaat het in een grillige lijn omlaag. Wat heeft al deze tegenwind te betekenen, voor Ørsted en de sector als geheel?

Pionier

Wie wil weten hoe de offshore windsector ervoor staat, doet er goed aan om naar Ørsted te kijken. Het Deense bedrijf (omzet 8,5 miljard euro, 8300 werknemers) is pionier en wereldwijd een van de leiders op het gebied van offshore windenergie. De Deense overheid is voor de helft eigenaar. Tot november 2017 heette het bedrijf nog DONG Energy. DONG – acroniem van Danish Oil and Natural Gas – werd in 2006 opgericht en was toen een ‘gewoon’ olie- en gasbedrijf. Eind 2016 kondigde het aan de belangen in fossiele energie helemaal te verkopen en zich volledig te richten op hernieuwbare energie.

De naam Ørsted past bij die koerswijziging: Hans Christiaan Ørsted was de Deense natuur- en scheikundige die het verband tussen elektriciteit en magnetisme aantoonde – en windturbines wekken stroom op door magneten rond een koperen spoel te laten draaien, als een grote dynamo.

Die focus op windenergie maakt wel dat het bedrijf gevoelig is voor tegenslagen in de sector, die zijn direct terug te zien in de koers. Andere windenergiebedrijven , zoals Equinor, RWE en TotalEnergies, hebben meerdere energie-activiteiten in hun portfolio.

In de VS stapelen de tegenslagen voor windenergie zich op. Waar de sector onder Biden het tij mee kreeg – hij wilde de stroomvoorziening in 2035 fossielvrij hebben – is onder Trump alles weer anders. Op zijn eerste dag terug in het Witte Huis kondigde hij een stop aan op vergunningen voor windenergie op federale grond. Ook staakte hij subsidieregelingen voor hernieuwbare energieprojecten. Inmiddels bemoeit hij zich ook met lopende projecten, wat het vertrouwen uit de sector zuigt.

Wisselgeld

Wat de regering Trump precies beoogt met de bouwstop voor Revolution Wind is gissen. Dat het park nooit meer af komt, is niet meteen gezegd. Eerder dit jaar overkwam windparkontwikkelaar Equinor hetzelfde als Ørsted nu. In april werd een van zijn projecten voor de kust van het door de Democraten bestuurde New York stilgelegd, officieel omdat niet alle benodigde milieuanalyses waren gedaan. Een maand later mocht het project alsnog doorgaan.

„Dat kostte de staat New York wel wisselgeld”, zegt beursanalist Tancrede Fulop, die voor informatieplatform Morningstar bedrijven volgt in de hernieuwbare energiesector. „Een eerder geschrapt plan voor de aanleg van een gaspijpleiding van Pennsylvania naar New York wordt nu nieuw leven ingeblazen. Het lijkt er dus op dat Trump zulke projecten stillegt om Democraten onder druk te zetten.”

In een bericht aan beleggers noteerde Fulop ook een andere mogelijke bedoeling van Trump: misschien probeert hij hiermee Denemarken onder druk te zetten om Groenland op te geven. „In dat geval zijn de problemen voor dit project groter”, zegt hij. Ørsted zelf wil er niet veel over zeggen: achter de schermen beraadt het zich op eventuele juridische stappen.

„Wat ik wel kan zeggen is dat de problemen in de VS mede de aanleiding waren voor die aandelenemissie”, zegt Joël Meggelaars, hoofd regulatory en public affairs voor de Benelux bij Ørsted. „Het kapitaal dat nodig is voor de bouw van een project halen we normaal gesproken deels op bij investeerders. Voor windpark Sunrise waren we al ver, maar de bouwstop voor het project van Equinor heeft het vertrouwen in offshore wind in de VS een deuk gegeven en daarmee lopen ook de risicopremies op. We hebben geen investeerder meer kunnen vinden.”

„Projecten in een nieuwe markt, zoals de VS dat is op het gebied van windenergie, zijn altijd relatief duur”, zegt Fulop. „Alle randzaken moeten dan nog opgebouwd worden, zoals lokale toeleveringsketens en infrastructuur. Leningen verkrijgen in een nieuwe markt is ook lastiger.”

De VS zijn een hele kleine speler op het gebied van windenergie. Van het totale wereldwijd geïnstalleerde vermogen van 83,2 gigawatt komt slechts 0,2 procent op het conto van de VS, blijkt uit cijfers van de Global Wind Energy Council. Voor de kust van landen in Azië en Oceanië staat 55,6 procent, en 45,2 procent staat voor de kust van Europa.

Maar de problemen betreffen niet alleen de VS, en niet alleen Ørsted. Deze week maakte Mitsubishi bekend zich terug te trekken uit drie geplande offshore windparkprojecten voor de Japanse kust. Het Nederlandse Van Oord verliest hierdoor ook een grote opdracht. „Problemen in de toeleveringsketen, de inflatie en de opgelopen rente maakt dat de situatie voor offshore windprojecten enorm is veranderd sinds het winnen van de aanbesteding voor deze projecten in 2021”, zegt Mitsubishi in een persbericht.

Dat is in een notendop wat in de hele sector speelt. In april annuleerde Vattenfall een project in het VK en ook Ørsted heeft enkele projecten moeten annuleren.

Tot 2021 leek het niet op te kunnen, vooral in de EU waren de ambities voor windenergie torenhoog. Vandaar ook de steile lijn omhoog in de koers van Ørsted tot 2021. „Tijdens de coronapandemie begonnen de problemen”, zegt Jan Vos van windbranchevereniging NedZero. „Dat lijkt voor ons als consument alweer lang geleden, maar een windpark wordt zeven tot tien jaar vooruit gepland, dus verstoringen werken nog steeds door.”

„In de hele keten schrijven bedrijven rode cijfers”, zegt Meggelaars. „Simpel gezegd heeft bijvoorbeeld een turbinebouwer jaren geleden een turbine voor een bepaalde prijs verkocht die nu geleverd moeten worden terwijl alles duurder is.”

„Inmiddels zie ik ook wel verbeteringen”, zegt Vos. „De rente in Europa daalt een beetje, dat geeft investeerders lucht. De verstoringen in de toeleveringsketen zijn voorbij. De vraag is ook iets afgenomen, dat brengt rust. Maar er zijn ook weer nieuwe problemen bij gekomen, die vooral politiek moeten worden opgelost.”

In de financieel moeilijke afgelopen jaren zagen regeringen windenergie nog helemaal zitten. Energieonafhankelijkheid staat sinds de grootschalige Russische invasie in Oekraïne in 2022 hoog op de agenda en zeker voor Europa is offshore windenergie daarbij een belangrijke schakel. Er is hard aan getrokken om het aanbod van hernieuwbare elektriciteit op te schroeven. En met succes: in Nederland was elektriciteit vorig jaar voor het eerst voor meer dan 50 procent afkomstig van hernieuwbare energiebronnen. Europabreed was dat 47 procent.

Afschaling

Maar, zeggen zowel Meggelaars als Vos, er is te weinig aandacht geweest voor de vraagkant. De industrie is niet snel genoeg geëlektrificeerd waardoor er voor toekomstige windparken niet genoeg stroomafnemers zijn. In juli besloot demissionair minister Hermans (VVD, Klimaat en Groene Groei) de ambities voor windparken op zee voor Nederland af te schalen van 50 gigawatt in 2040 naar 30 of 40 GW in 2040. De windenergie zou onder meer gebruikt worden om groene waterstof voor de industrie te maken, maar die is daar nog niet aan toe, schreef ze.

Zonder afnemers geen businesscase. „De afgelopen jaren boden overheden geen of te lage prijsgaranties”, zegt Meggelaars. „Dan schrijven bedrijven gewoon niet in. Dat is zowel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland als Denemarken gebeurd. In Nederland was er een aanbesteding waar in plaats van de gebruikelijke zeven of acht ontwikkelaars maar twee ontwikkelaars per kavel inschreven. Om de ontwikkeling niet te veel te laten stokken beginnen overheden nu weer hogere prijsgaranties te geven, er zitten interessante nieuwe aanbestedingen in de pijplijn.”

„Offshore windenergie is voor Europa de goedkoopste manier om energieonafhankelijk te worden”, zegt Vos. „Het is strategisch slim om door te blijven ontwikkelen. Prijsgaranties zijn uiteindelijk geen echte oplossing, het is echt zaak om de industrie zo snel mogelijk te decarboniseren zodat vanuit die hoek de stroomvraag toeneemt.”

De kans lijkt klein dat Ørsted nieuwe projecten in de VS aangaat. Wat zou er met het bedrijf gebeuren in het slechtste scenario, als de twee Amerikaanse windparken permanent stil blijven liggen? „Het is een serieuze aderlating als ze die projecten moeten afschrijven, maar ik denk dat ze het wel zouden overleven”, zegt beursanalist Fulop. „Ørsted is verder een gezond bedrijf, met steady inkomsten uit de exploitatie van hun windparken. En de Deense overheid staat achter ze.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?

Source: NRC

Previous

Next