Duurzame energie Energie is overal om ons heen, maar hoe zet je haar om in een bruikbare en schone vorm? NRC ging langs bij drie start-ups die een originele manier vonden om hernieuwbare energie op te wekken. Maar hoever kunnen ze groeien?
Mark Verhagen, mede-oprichter van RIFT, bij de vestiging in Arnhem. „In de industrie zou een derde van de energievraag kunnen worden beantwoord met ijzerbrandstof.”
Al eeuwen zoekt de mens naar energiebronnen die zichzelf vernieuwen. De oude Grieken gebruikten al waterkracht om tarwe tot meel te malen, om een voorbeeld te noemen. Nu geeft klimaatopwarming en de daardoor vereiste energietransitie die zoektocht een flinke impuls: knappe koppen uit verschillende sectoren over heel de wereld proberen uit de vreemdste dingen schone energie te halen. Zo is er een bedrijf dat stroom opwekt door ijzerpoeder te laten roesten, en een ander dat elektronen vangt die planten uitscheiden. De een ziet geluid als toekomstige energiebron, de ander getijden in de oceaan of een satelliet in de ruimte die zonne-energie opvangt en die naar de aarde doorstraalt.
Energie is overal om ons heen, maar hoe zet je haar om in een bruikbare en schone vorm? En wat bepaalt of een leuk theoretisch idee ook echt praktisch uitvoerbaar is en een markt heeft? Met zink en koper kun je elektriciteit halen uit een citroen, maar dat wil niet zeggen dat je er auto's mee kunt opladen.
Met die vragen ging NRC langs bij drie Nederlandse, jonge energiebedrijven. De een heeft al betalende klanten, de ander nog niet. De een mikt op een brede markt, de ander ontwikkelt een stroombron voor heel specifieke toepassingen. Disclaimer: hoewel de ideeën achter de start-ups veelbelovend zijn, weet nog niemand in hoeverre ze kunnen doorbreken op de markt. Dat is voor een energiebedrijf ook niet makkelijk.
Mark Verhagen haalt een potje ijzerpoeder te voorschijn en haalt de deksel eraf. Het poeder voelt zacht en is grijsrood. Bij RIFT (76 werknemers) in Helmond maken ze van dat ijzerpoeder energie door het te laten roesten en weer ontroesten.
Mark Verhagen van Rift laat de ‘iron fuel’ zien. Foto John van Hamond
Bovenop een achttien meter hoge stelling op de demonstratieplek bij RIFT, waar het testsysteem van het bedrijf zich op bevindt, legt Verhagen de werking er van uit. Terwijl ijzerpoeder naar beneden valt wordt het vermengd met buitenlucht. Wanneer dit mengsel tijdens het vallen in contact komt met een vonk die in de stelling wordt opgewekt, ontstaat er een grote vlam met een hitte van 2.000 graden Celsius. Van buitenaf is die vlam en het poeder niet te zien; die reactie vindt plaats in buizen en vaten. Bij de omzetting van ijzeratomen en zuurstof in roest komt enorm veel energie vrij in de vorm van hitte. Die hitte kan de industrie gebruiken, is het idee. De installatie wordt nu al gebruikt voor het verwarmen van woningen.
„Commerciële systemen maken gebruik van zulke stellingen die iets minder hoog zijn, hoor”, zegt Verhagen. „Die zijn twaalf meter, maar hier hebben we de ruimte nodig voor het testen. Laatst hadden we een bezoeker uit China, bleek die hoogtevrees te hebben. Dat was een kort bezoek.”
Na de verbranding wordt de roest naar een industriepark in Arnhem gebracht, waar het weer wordt omgezet tot ijzerpoeder, met behulp van waterstof, om het daarna weer opnieuw te gebruiken. In die zin is de technologie circulair: ijzerpoeder hoeft maar een keer ingekocht te worden. Alleen is groene waterstof, waarmee ze bij RIFT ijzer circulair houden, nog heel duur om te produceren en aan te schaffen.
„Tijdens dit proces komt er geen CO2 vrij en ook bijna geen stikstofoxide”, zegt Verhagen. „Het enige wat overblijft en wat de lucht ingaat, is hete lucht.”
RIFT is ontstaan vanuit een studententeam van de Technisch Universiteit Eindhoven, waar Verhagen en zijn medeoprichters zich bij aansloten tijdens hun studententijd. Toen het jaar bij dit studententeam erop zat, besloten hij en twee compagnons zelf hun spaargeld in te leggen en de eerste systemen vanuit RIFT te bouwen. Over hoeveel spaargeld het gaat, willen ze niets kwijt.
In 2023 verkreeg de start-up 11 miljoen euro groeikapitaal, onder meer afkomstig uit overheidsfonds Invest-NL. Een jaar eerder selecteerde Bill Gates het bedrijf voor zijn programma Breakthrough Energy Fellows. Daarmee helpt hij start-ups met geld en advies.
Als de huidige investeringsronde succesvol wordt afgerond, kan het bedrijf door tot en met 2028. Verhagen: „Daarna kunnen we door op basis van commerciële contracten; we hebben net een allereerste getekend met een producent van isolatiemaeriaal.” RIFT verwacht 80 tot 90 procent van de energievraag van deze klant te vervangen door schone energie. „Hun doel is om 80 procent van hun CO2-uitstoot te verlagen.”
De ‘demonstratiecentrale’ van RIFT staat op het terrein van de warmtekrachtcentrale van Ennatuurlijk. Daar levert RIFT een bijdrage aan de verwarming van zeker vijfhonderd huishoudens.
Het ideale scenario is dat ijzerbrandstof deel zal uitmaken van de energiemix in Nedeland, zegt Verhagen. „Gas, kolen en olie zijn nog steeds dominant in de energiemix, maar ik denk dat dit zal veranderen. In de industrie zou een derde van de energievraag kunnen worden beantwoord met ijzerbrandstof.”
Bedrijven kunnen volgens Verhagen het RIFT-systeem in hun bestaande gasboilers inbouwen en gasverbruik zo stapsgewijs afbouwen. En de prijs? „We bieden de industrie dezelfde prijs als gas kost. Waarbij ze het eerste jaar een korting krijgen op de ijzerbrandstof om hun investeringen terug te verdienen. Anders is het niet haalbaar.”
Lichtschermen in de Ziggo Dome voorzien met stroom die is opgewekt uit geluidstrillingen van een concert. Besteltablets in de horeca opladen met geluid uit de muziekspeakers in een restaurant. Dat is wat het Zaanse bedrijf LV Energy (5 werknemers) voor zich ziet. De manier waarop LV Energy energie opwerkt, werkt als een soort microfoon: geluidstrillingen worden omgezet in elektrische energie.
Satish Jawalapersad, topman van LV Energy, in Rotterdam „Als er altijd muziek is in een restaurant, kunnen de besteltablets van het personeel altijd worden opgeladen met geluid uit die speakers.” Foto Hedayatullah Amid/NRC
Algemeen directeur Satish Jawalapersad (46) is net terug van een gesprek met een potentiële klant in Tokyo als dit gesprek plaatsvindt, in een café in Rotterdam. „Tot nu toe is er vooral interesse voor de waveharvester”, zegt hij. „Dat is een sensor van een centimeter groot die je ergens in kunt wegwerken, bijvoorbeeld in een speaker. De sensor vangt trillingen van een geluidsbron op uit de lucht. Een superdun vliesje, bevestigd aan een magneet, trilt mee met die trillingen. Daarbij ontstaat een magnetisch veld, en dat wekt elektriciteit op, wat vervolgens wordt doorgegeven aan bijvoorbeeld een ledlampje.”
Het idee kwam van zijn beste vriend Vincent Houwert, vertelt Jawalapersad. Samen runden ze verschillende bedrijven, waaronder een evenementenbureau in Suriname. „Terwijl we met loodzware speakers sjouwden, zei Vincent: ‘Wat nou als je de speaker zo zou kunnen plaatsen dat hij zijn eigen trillingen opvangt en zichzelf daarmee van stroom voorziet?' Ik dacht alleen maar: doorsjouwen!”
Natuurkundigen zullen direct het probleem zien met Houwerts speaker: wat hij beschreef is een perpetuum mobile: een apparaat dat, eenmaal in beweging, uit zichzelf blijft bewegen. Zoiets kan niet bestaan, volgens de wetten van de thermodynamica, omdat een deel van de energie altijd verloren gaat. Om de speaker voortdurend te laten werken, is ook een externe energiebron nodig, naast de trillingen die hij zelf produceert.
Maar net als bij de zoektocht naar de hypothetische perpetuum mobile, leidde ook het nadenken over Houwerts speaker tot andere innovatieve ideeën, waaronder de waveharvester.
In 2022 kreeg Houwert de diagnose terminale kanker. Hij vroeg toen aan Jawalapersad, die het idee allang was vergeten, om mee te bouwen aan LV Energy, als laatste gezamenlijke project. Houwert overleed het jaar erna. „Het brein achter LV Energy was weg en de techniek werkte toen nog niet goed. Dat maakte het onmogelijk om investeerders te vinden”, zegt hij. Die zijn er nog steeds niet: „We hebben nog geen match gevonden.” Maar de techniek werkt volgens hem.
Een „fancy” kantoor heeft Jawalapersad nog niet voor LV Energy. Hij spreekt met zijn vijf werknemers online af of in een co-working ruimte. Jawalapersad runt er een bedrijf naast in de consultancy, om LV Energy te kunnen financieren.
Zit er wel toekomst in zijn onderneming? Geluidsgolven zijn dragers van veel minder energie dan lichtgolven, bijvoorbeeld. De hoeveelheid energie die LV Energy kan opwekken, is dan ook niet te vergelijken met de hoeveelheid energie uit zonnepanelen en windmolens. „Een waveharvester kan één watt opwekken”, aldus Jawalapersad. Een ledlampje heeft al meer watt nodig. Een waterkoker algauw duizend. „Maar door een deel van je energievraag te beantwoorden met 'gratis’ energie uit geluid die anders verloren gaat, hoef je het overvolle stroomnet iets minder te belasten. Als een restaurant altijd open zou zijn en daar voortdurend muziek te horen is , en er meerdere waveharvesters naast de speakers zouden hangen, zouden de besteltablets van het personeel altijd worden opgeladen met geluid uit die speakers.
„Inmiddels hebben we drie proof of concepts lopen, waarbij we de boel installeren om te laten zien dat we de waardes halen die we beloven. Bij een potentiële klant zijn we al aan het onderhandelen over de prijs, omdat die tevreden is. Die zit in Tokio, en bedrijven in Brazilië en Italië zijn ook geïnteresseerd. Die kwamen in contact met LV Energy op een innovatiebeurs in Las Vegas.”
Plant-e (12 medewerkers) in Renkum gebruikt groeiende planten om sensoren en lampen van energie te voorzien. Hoe dat werkt? Bij fotosynthese, het proces waarbij planten met hun bladeren water en koolstofdioxide omzetten in glucose en zuurstof, wordt organisch materiaal gemaakt waardoor de plant groeit. Het deel van het organische materiaal dat de plant niet gebruikt, wordt uitgescheiden in de bodem. Daar breken bacteriën het af, waarbij elektronen vrijkomen.
Marjolein Helder, oprichter Plant-e. „Op golfbanen, waar we met ons product bodemvocht meten, is het belangrijk dat je de grond niet steeds hoeft te openen om een batterij te vervangen.” Foto Roger Cremers
Plant-e heeft een systeem ontwikkeld om die elektronen te gebruiken als energiebron. Ze worden opgevangen met een staaf, die een tot anderhalve meter de grond in gaat. Die staaf heeft een driedubbele functie. Hij bevat zowel de energiebron die de elektronen opvangt als sensoren, die de energie meteen gebruiken om bijvoorbeeld de hoeveelheid grondwater te meten. De staaf verstuurt de informatie gelijk naar een satelliet, met behulp van de opgewekte stroom.
Met de staaf kun je dus vanuit heel afgelegen natuurgebieden direct data versturen, legt topvrouw Marjolein Helder uit. Dan hoef je er niet steeds naartoe te rijden.
Hoeveel energie kan dit systeem leveren? „De media omschrijven onze energiebron vaak als low power. Dat klopt. We gaan niet met onze technologie het hele netcongestieprobleem oplossen. Ervan uitgaande dat je de staat van een boom vijftig jaar bijhoudt en een sensor één batterij per jaar verbruikt, bespaar je dus vijftig batterijen per boom.”
Onder een appelboom in de tuin van haar ouders in Egmond vertelt Helder waar het allemaal begon. „De techniek was het onderwerp van het proefschrift waar ik aan begon, met het idee dat er na mijn promotie een start-up uit zou rollen. Maar ik wilde de technologie zo snel mogelijk in de praktijk brengen. Dus richtte ik met een collega Plant-e al tijdens mijn promotietraject op.”
Onder andere in Ierland en Engeland heeft Plant-e al klanten die in afgelegen gebieden natuur monitoren. Ook loopt er een proefproject in Indonesië.
Ook in Nederland is er behoefte aan de sensoren, zegt Helder. „Bijvoorbeeld op golfbanen, waar we bodemvocht meten, is het belangrijk dat je de grond niet steeds hoeft te openen om een batterij te vervangen. De tuinbouwsector heeft interesse om met onze sensoren de oppervlaktewaterkwaliteit rondom de kas te meten. De data komen gewoon binnen op je dashboard en onderhoud of batterijen vervangen is niet nodig.” De omzet gaat dit jaar richting de één miljoen, zegt Helder.
Het is inmiddels zestien jaar geleden dat Plant-e begon, en de eerste grote commerciële projecten worden nu uitgerold, aldus Helder. „De gemiddelde milieutechnologie heeft twintig jaar nodig”, verklaart ze de lange aanlooptijd. „Onderweg kom je altijd technische en financiële uitdagingen tegen. Je moet dus echt met een team werken dat volledig achter de technologie staat, want het opschalen van een bedrijf kost erg veel uithoudingsvermogen.”
Correctie 29/08: In een eerdere versie van dit artikel stond dat RIFT met huidige investeringen door kan tot 2028. Dat is onjuist en is hierboven aangepast.
Ook al ziet de innovatie er goed uit op papier, de energiemarkt is niet makkelijk te veroveren. Probeer maar eens te groeien als kapitaalintensief bedrijf als je geen durfinvesteerder met diepe zakken achter je hebt staan. „Het ontwikkelen van een app, bijvoorbeeld, is relatief goedkoop”, zegt Diederik Apotheker van overheidsfonds Invest-NL. „En als iedereen jouw app gaat gebruiken, kun je veel geld verdienen.”
Bij energiebedrijven zit dat anders, die werken niet alleen digitaal, maar moeten vooral vooraf investeren in de aanschaf van onderdelen en apparatuur. „Je hebt veel geld nodig om testen uit te voeren en te laten zien dat je idee werkt.
Daarbij moeten nieuwe energiebronnen ook nog concurreren met fossiele energiebronnen. En het liefst gebruikmaken van ‘circulair’ materiaal dat makkelijk te winnen is en opnieuw te gebruiken.
„Is een bedrijf eenmaal voorbij de startfase, dan is er meer geld nodig voor de opschaling, zonder garantie op succes. Energie-innovaties kennen een brede en diepe valley of death”, zegt hij, doelend op de fase waarin veel geld nodig is maar de eerste inkomsten nog lang niet in zicht zijn. Ondernemers roepen al langer: vooral in Nederland is er weinig durfkapitaal.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC