Home

De ironie van een uitvaart is dat die zich voltrekt in de stijl van de nabestaanden

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Mensen geloven het vaak niet wanneer ik dit zeg, maar het graf van mijn moeder ligt naast dat van een levend echtpaar. Er zijn verschillende manieren om dit te formuleren en ze blijven allemaal even vreemd: ‘Er ligt een levend echtpaar naast het graf van mijn moeder’, klinkt angstaanjagend, ‘de buren van mijn overleden moeder leven nog’, vooral verwarrend.

Waar het op neerkomt is dat de grafsteen aan de linkerzijde van die van mijn moeder alleen geboortedata kent, omdat het echtpaar in kwestie nog in leven is. Hoewel ik graag bredere belangstelling voor hen zou voelen, hebben de uiterlijke omstandigheden een wat eenzijdige focus afgedwongen: ik ben uitsluitend bezig met de vraag of ze al dood zijn. Al jarenlang kan ik me hen niet anders voorstellen dan simultaan stervend, terwijl ze het afgelopen weekend misschien wel een salsacursus hebben bezocht of opnieuw investeerden in bitcoin.

Op een dag ontdekte ik dat het levende echtpaar blijvend met hun graf bezig is. Zo stonden hun geboortedata eerst alleen in de steen gekerfd, maar waren die een paar maanden later ingekleurd met goud. Deze kleine maar continue verbeteringen werken op mijn zenuwen: denk aan je toekomst, lijken ze te zeggen, zelfs wanneer dat je einde betekent.

Dit is dan ook de enige vaststelling die ik verder over het levende echtpaar kan doen: het zijn mensen die de dingen goed geregeld hebben. Mensen die de dingen goed geregeld hebben, zijn een apart slag mens. Ze openbaren zich meestal rond hun 30ste door merkwaardigheden als proefinpakken of het in de binnenstad uitproberen van wandelschoenen, en ik vraag me nog steeds af of zij het leven nu beter of minder goed begrijpen dan de ongeordenden zoals ik zelf.

Wat betreft hun laatste wensen heeft het levende echtpaar in elk geval een punt: de ironie van een uitvaart is vaak dat die zich voltrekt in de stijl van de nabestaanden, in plaats van die van de overledene zelf. Zo gaf mijn vader voorafgaand aan de herdenkingsdienst van mijn toch vrij emotionele moeder te kennen dat er geen Mahler mocht klinken, omdat de kans anders bestond dat mensen zouden gaan huilen.

Tijdens de receptie van die begrafenis stelden mijn broer en ik elkaar de vraag hoe onze uitvaart er idealiter uitzag. Mijn broer hoopte vooral op een strakke organisatie: geen onnodig oponthoud, bijvoorbeeld, bij het een voor een zand strooien op de kist. Zelf wilde ik graag gezelligheid en géén sneakers. We schudden elkaar de hand, in de bittere wetenschap dat een mens vooral in staat is tot het uitvoeren van zijn eigen voorkeuren. De begrafenis van mijn broer zal geen sneakers kennen, waar ik zonder oponthoud ter aarde ga.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next