Home

Annemarie Oster doet een boekje open over de mannen in haar leven. Gingen ze allemáál vreemd?

‘Als hij niet aan het werk was of vreemdging, waren we de beste vrienden.’ In Mannen blikt Annemarie Oster (82) schaamteloos terug op een leven waarin mannen een grote rol speelden. Misschien wel te groot, zegt ze nu.

‘O help, ik ben onze afspraak vergeten!’, roept Annemarie Oster verschrikt uit als ze de deur van haar Amsterdamse appartement op donderdagochtend om half 11 opendoet in een groenachtige peignoir en de interviewer van de Volkskrant ziet staan. ‘We zijn nog aan het ontbijten, mijn vriend is er ook.’

Frits, voormalig copywriter, zit in een kort kamerjasje op de bank. ‘Krijg ik nu nog wel een ei?’, vraagt hij aan Oster. Binnen een mum van tijd staat er een broodje en eitje voor Frits z’n neus. ‘Hierna moet je snel gaan’, zegt ze tegen hem.

Als Frits onder de douche staat neemt Oster – ze houdt haar peignoir aan – plaats op een antieke stoel die nog van haar moeder, de bekende actrice Ank van der Moer, is geweest.

Ze steekt een sigaretje op. ‘Tutoyeer maar – als je het volhoudt, tenminste.’

Schrijver en actrice Annemarie Oster (1942) begon haar carrière als radio-omroepster bij de VPRO, werkte mee aan het satirische televisieprogramma Hadimassa en stond op de planken met cabaretgroep Lurelei. Ze schreef theaterrecensies voor HP/De Tijd, columns voor de Volkskrant, publiceerde in diverse tijdschriften en schreef onder andere de boeken Een moeder van niks (1980), Sjans (2003), Mooi geweest (2013) en Mantelliefde (2022).

Deze week verscheen haar nieuwe boek Mannen. De eerste zin begint al komisch: ‘Uit vrees na mijn dood niet interessant genoeg te worden bevonden voor een biografie, heb ik besloten er zelf een te schrijven.’

Wist je meteen dat dit boek de titel Mannen moest krijgen?

‘Nee, Frits en ik hadden eerst samen Man o man bedacht, dat leuker is, maar er bestaat al een boek dat zo heet. Dus als mensen onverhoopt mijn boek mochten bestellen, zouden ze dat andere boek misschien krijgen toegestuurd. Dus vandaar toch maar Mannen.’

Hebben mannen een grote rol in je leven gespeeld?

‘Ja. Te groot.’ Ironisch: ‘In plaats van aan mijn car-ri-ère te werken, heb ik veel tijd verprutst met verliefd zijn en verwachtingen hebben tegen beter weten in. Om de telefoon heen stofzuigen, dat soort dingen.’

Maar alle mannen waren toch verliefd op je?

‘Dat geloofde ik zelf helemaal niet. Nee, nee, ik had geen enkel gevoel van eigenwaarde. Daarom heb ik in het begin de moeizame verhouding met mijn vader beschreven. Mijn ouders waren allebei acteurs, ik werd als kind bij pleeggezinnen ondergebracht. Ik wil op geen enkele wijze zielig zijn, maar het heeft gewoon een gat in me geslagen. Dat vanzelfsprekend bemind worden, zoals dat toch schijnt te horen, daar heb ik altijd naar gezocht. Tot op hoge leeftijd.

‘Mijn moeder dacht oprecht dat het leuk voor me zou zijn, in de bossen bij mijn pleegouders, met allemaal kinderen en een hond. Als ze zelf maar niet haar carrière hoefde op te geven. Ze had zo’n verschrikkelijk groot talent, zo dwars door alles heen. Ze bestond in het dagelijks leven bijna niet. Ze was echt iemand die opleefde als ze op het toneel stond. Dan voelde ze zich pas op haar plaats.’

Je schrijft: ‘Ik hoop dat vooral seksegenoten die net als ik op hun tenen hebben moeten lopen om hun vader te behagen, zich zullen herkennen in mijn mannenboek.’ Waar hoop je dan op?

Grinnikend: ‘Nou ja, dat ze het daarom ook kopen! Nee, ik hoop vooral dat meisjes die zich willoos laten versieren beter op hun tellen passen. Dat zij meer steun van hun vader krijgen en hij hun het gevoel geeft dat ze een leuke meid zijn, dat ze er mogen zijn.

‘Wel vind ik dat het MeToo-gedoe iets te truttige vormen aanneemt, dat je bijvoorbeeld niet meer mag worden nagefloten. Maar ik ben het natuurlijk wel met de MeToo-beweging eens. Dat je als actrice eerst met een dikke papzak van een producent naar bed moet om in een film te kunnen spelen, dat is nu gelukkig wel voorbij.’

Heb je dat weleens moeten doen?

‘Nee, wat dat betreft ben ik de dans ontsprongen. Ik had een hazenhart, maar maakte blijkbaar een weerbare indruk. Van buiten leek ik een femme fatale, dat was ik totaal niet. Maar ik had het geluk dat ze ook een beetje bang voor me waren. Ik had veel meer slachtoffer kunnen zijn.

‘Rond mijn 14de verhuisde ik van mijn pleeggezin in Amersfoort terug naar Amsterdam, naar mijn moeder. Ik snakte naar Amsterdam, maar toen ik opeens bij mijn moeder woonde, was ik al mijn vrienden en vriendinnen uit Amersfoort kwijt. En was er eigenlijk niets aan. Ik voelde me eenzaam en zat op mijn zolderkamertje vanuit het raam de meeuwen te voeren.’

Je kreeg anders op je 13de je eerste zoen van Ramses Shaffy. Hoe kijk je daarop terug?

‘Van die tong schrok ik me dood. Ik wist helemaal niks, ik was totaal onopgevoed omdat ik tussen twee werelden laveerde. In Leusden, bij mijn eerste pleeggezin, was het gewoon lief en gezellig bij de plattebuiskachel, in Amersfoort bij mijn tweede pleeggezin werd gezeild, speelden we tafeltennis en deden we spelletjes. En in Amsterdam zat ik op feestjes erbij, in de stadsschouwburg. Mijn moeder was preuts en ouderwets, mijn vader (acteur en toneeldirecteur Guus Oster, red.) was een flierefluiter en ook hij leerde me niks.

‘Het is bij die ene zoen gebleven, maar op Ramses ben ik jarenlang verliefd geweest. Net als iedereen in Amsterdam. Zo raar dat zo’n beeldige, leuke jongeman later door de ziekte van Korsakov (een vorm van hersenschade, red.) was veranderd in een verdwaasd glimlachende man. Maar hij bleef altijd lief als we elkaar ontmoetten. Er staat ook een foto van ons samen in het boek.’

De mannen uit je jeugd en je familie komen er allemaal niet echt goed van af in dit boek.

‘Nou ja, mijn Leusdense pleegvader wel, hè? Bij hem voelde ik me wel veilig. Dat was gewoon een simpele ziel die me op zijn schouders nam, weet je wel, zoals het hoort in een gezin.’

Maar we hebben het nu toch over oom Piet die vreemdgaat met de beste vriendin van je pleegmoeder?

‘Ja, met tante Tity. Mannen gaan vreemd, ja, en een heleboel vrouwen ook, hoor.’

Zijn alle mannen zo, of vooral die in jouw familie?

‘Dat weet ik niet, maar ik vrees eigenlijk van wel. Dat is iets waar ik me nog steeds enorm over opwind. En ik veroordeel het ook. Mijn vriend Frits heeft een vrije geest. Het kan hem allemaal geen reet schelen, maar mij toch nog steeds. Ondanks mijn eigen levenswandel ben ik toch ook een beetje moralistisch.’

Je vindt dat mannen niet moeten vreemdgaan?

‘Ja, ik vind het verraad. Het is misschien onvermijdelijk omdat de meeste mensen een veel te lange periode samen zijn. Zeker nu iedereen steeds ouder wordt.

‘Maar ook op jongere leeftijd zijn er zo verschrikkelijk veel slechte huwelijken, zeker als er kinderen zijn. Want vrouwen draaien toch meestal voor de opvoeding op, en hoe leuk en hoe schattig kinderen ook zijn, voor je relatie kan dat enorm ontwrichtend zijn. Maar ik blijf het vreselijk vinden als mensen elkaar belazeren.’

Maar je bent zelf ook een paar keer de minnares geweest van een getrouwde man, beschrijf je.

‘Ja, ik dacht: als zij het doen, doe ik het lekker ook. Maar ik heb nooit iets met een getrouwde man gehad met de intentie: ik ga hem van zijn vrouw afpakken. Frits was 27 jaar met een ander toen we verliefd op elkaar werden. Tenminste, ik op hem, maar hij ook op mij, laat ik dat maar toegeven. Toen heb ik wel gezegd: ik wil geen minnares zijn, daar ben ik nu te oud voor. Hij is vervolgens bij die andere vrouw weggegaan. Maar dat heb ik vroeger nooit, maar dan ook nooit, van iemand verlangd.’

Sommige van de mannen die je in je boek beschrijft kunnen zich niet verdedigen omdat ze dood zijn. Heb je getwijfeld of je het wel zo pikant en gedetailleerd moest opschrijven?

‘Ja, ja, ja. Maar dan zei iedereen om me heen: ‘Ben je gek, ze hebben het toch zelf gedaan? Wat kan jou het schelen?’ Maar ik ben nog steeds een beetje huiverig dat ik een boekje open heb gedaan over sommige personen. Voor de man zelf kan het me niet schelen, maar ik vind het wel vervelend voor de betreffende vrouwen en kinderen. Aan de andere kant: het is in de meeste, ja, in alle gevallen, wel erg lang geleden.’

Gestommel. Frits, gedoucht en aangekleed, verschijnt in de deuropening. ‘Oké, nou, dag. Tot de volgende keer, hè?’, lacht hij Oster toe. ‘Dag!’

Wie is nou de leukste man in je leven geweest?

‘Bram de Swaan, Peter van Straaten – die komt zijdelings in het boek voor – en deze laatste dus, Frits. We zijn nu bijna drie jaar samen. Hij is de verrassing van m’n leven, mag ik wel zeggen. We hebben elkaar ontmoet bij Han de Vries (bekende hoboïst, red.), die ieder jaar een groot feest geeft op zijn verjaardag. Door de jaren heen hebben we iedere keer een hele avond met elkaar zitten praten; ik vond hem aantrekkelijk, een grappenmaker die God noch gebod kent en toch lief blijkt te zijn. Totaal niet belastend in de omgang.

‘Jarenlang ben ik mantelzorger geweest van mijn derde man, daar heb ik ook een boekje over geschreven, Mantelliefde. Dat is enorm geflopt, terwijl het troostend en grappig is. Maar blijkbaar hebben mensen die zelf gebukt gaan onder mantelzorg niet de ruimte om daarover te lezen. Die mantelzorgperiode was zwaar, maar gaf mijn leven structuur. Aanvankelijk dacht ik dat ik het niet zou kunnen. Maar ik ben erachter gekomen dat ik toch ook een zorgzaam type ben.’

Je bent drie keer getrouwd geweest, in Mannen noem je je eerste huwelijk met de latere hoogleraar sociologie Bram de Swaan je kortste en gelukkigste huwelijk.

‘Nou, het leukste. Gelukkig was ik niet, want destijds had ik niet veel talent voor geluk. Daarvoor was ik veel te onzeker. Laatst zei iemand, een heel vals wijf trouwens: ‘Jij koketteerde altijd met je onzekerheid.’ Dat iemand niet op het idee komt dat ik het echt was!’

Waarom zijn jullie gescheiden?

‘We waren heel jong, ik was 19 toen ik met hem trouwde. En omdat hij vreemdging. Onlangs had ik weer even contact met hem, ik had toestemming nodig om een foto van ons in het boek te gebruiken. En toen zei hij: ‘Hoe heet je boek?’ Mannen, zei ik. Toen antwoordde hij: ‘Waarom niet Man?’ Haha! Hij doelde op zichzelf.’

Je schrijft: ‘Als hij niet aan het werk was of vreemdging, waren we de beste vrienden.’ Maar jij ging toch ook vreemd?

‘Dat was alleen maar aan het eind van ons huwelijk. Ik dacht: dan maar de beuk erin! Zo ging het trouwens iedere keer als ik wegliep bij een man. Tijdens de relatie was ik volledig monogaam. Serieel monogaam heet dat.

‘Bram was ontzettend ambitieus, ik was dat niet. Misschien stiekem wel, want ik was wel vaak kwaad en jaloers omdat hij het zo ver schopte. Ik wist absoluut niet wat ik moest doen. Ik was van de toneelschool afgegaan. Eigenlijk afgegooid. Ik was blijven zitten omdat ik veel te geremd was vanwege mijn opvoeding.

‘Ik kon wel parodiëren. Daarom was ik ook zo geschikt voor een programma als Hadimassa, met Kees van Kooten en Wim de Bie. Ik zou nu dolgraag meedoen aan bijvoorbeeld Toren C. Een klein rolletje met weinig tekst, maar dan even iets leuks neerzetten: een bekakt oud wijf.’

Wat vond je van het boek Tegen de vrouwen, dat Bram de Swaan later schreef en waarin hij zich als een rasfeminist presenteerde?

‘Ik heb het niet gelezen, want ik vind zijn werk altijd een beetje moeilijk om door te komen.’

Daarin heeft hij het over het patriarchaat dat er al eeuwenlang op uit is om vrouwen te onderdrukken. Maar als ik jouw verslag over jullie huwelijk lees, was jij steeds boodschappen aan het doen en koffie aan het zetten, en werkte hij aan zijn carrière.

‘Ja, maar ik had toen ook helemaal geen carrière! We hadden maar één werkkamer: de zijne. Daarin was hij bezig professor te worden; en passant schreef hij stukjes voor het studentenblad PC (Propia Cures, red.). Overigens heb ik daarin mijn eerste column geschreven. Over een filmrecensie waarin stond dat drie Deense echtparen met elkaars vrouwen naar bed gingen. Echtparen met elkaars vrouwen! Snap je wel? Woedend was ik, toch op mijn manier een feministe!’

Mannen geeft een tijdsbeeld van de jaren zestig en zeventig. Was die tijd nou ook voor vrouwen leuk?

‘Van de jaren zestig heb ik niet zo genoten. Ik heb wel vaker gezegd: het was niet zo dat alles mocht, nee, alles móést. Je móést met elkaar naar bed. Terwijl ik soms helemaal niet wilde. Maar je moest stoer en vrijgevochten zijn om erbij te horen.’

Je had achteraf vaker nee moeten zeggen?

‘Zeker! Ik had sommigen niet eens een blik waardig moeten gunnen.’

Maar waarom deed je het dan?

‘Tja, omdat ik zo onzeker was en me op die manier bevestigd voelde. Zo zonde, daar heb ik echt spijt van. Ik zou willen dat ik jonge vrouwen in deze materie les kon geven: wees niet onzeker, sta op je strepen, kom voor jezelf op. Ik hoop dat die missie in dit boek naar voren komt.

‘Linkse intellectuele mannen waren in die tijd helemaal niet charmant. Onlangs heb ik een stuk in een tijdschrift geschreven: ‘Als ze ons al zagen staan, zagen ze ons liever liggen.’ Het draaide alleen om hun eigen behoefte. Ze deden in bed ook hun best helemaal niet. Maar ik durfde geen eisen of zelfs maar een vraag te stellen.’

Je bent in die tijd ook nog ‘gemulischd’, zoals je het noemt.

‘Ja, een grapje. Evenals die andere 1.999 vrouwen. Iedereen ontkende altijd dat ze met Harry Mulisch naar bed waren geweest, maar het waren echt niet alleen kantoorbedienden van de NS en parfumverkoopsters die hij naar zijn hol meesleepte.’

In Mannen schrijft Oster over die nacht: ‘Zelden beleefde ik een kortere romance. In een paar krachtige slagen was mijn gastheer aan de overkant. Ik wist niet hoe gauw ik het liefdesnest uit moest klimmen en mijn meisjesboeltje bij elkaar moest graaien. Nog hoor ik, ik was al op de gang, die geamuseerde en ook opgeluchte toon: ‘Je lijkt wel een Kkérel!’’

Je noemt Kees van Kooten je ‘grote teleurstellende liefde’.

‘Ja, maar daar wil ik liever niet over praten.’

Je hebt er wel over geschreven.

‘Nou, laat ik dan dit zeggen. Het was verdrietig. Hij was natuurlijk oergeestig, net als mijn vader, het was echt een weer-thuisgevoel dat ik bij hem had. Een evenknie. Ik had natuurlijk van tevoren kunnen weten dat hij bij iedereen verliefdheid voorwendde. Maar dat had ik niet in de gaten, toen. En hij was ook net getrouwd. Ik had er helemaal niet aan moeten beginnen, ik heb me laten meeslepen.’

Is de man door de jaren heen veranderd?

‘Ik denk wel dat ze hun best doen om meer tegemoet te komen aan wat er van ze wordt verlangd, maar dat het toch veel wrijving geeft. Ik zie nog altijd meer vrouwen dan mannen achter zo’n bakfiets met kinderen. Want ja, die moeten natuurlijk geld verdienen.

‘Maar ik heb er geen goed zicht meer op. Er bestaan ook leuke en aardige mannen, uitschieters, maar die zijn er waarschijnlijk altijd geweest. Alleen heb ik ze niet getroffen. Behalve dan Peter van Straaten, hij was een schat. Maar ja, toen kwam die captain of industry op mijn pad, Pierre Vinken, het tegenovergestelde van Peter. Hij was in het begin charmant hoor, maar vreselijk om mee samen te zijn. Harteloos.’

En hoe kijk je eigenlijk naar de vrouwen in je leven?

‘Zeer positief. Ik heb altijd erg leuke vriendinnen gehad. En nog steeds. Ook van heel vroeger.’

Mannen is best een schaamteloos boek. Ben je echt zo schaamteloos?

‘Ja, altijd al geweest maar ik was nogal ambivalent: aan de ene kant geremd en onzeker, aan de andere kant alles altijd willen ontzenuwen en geen blad voor de mond nemen. Het is lekker om het nu, met het ouder worden, gewoon allemaal te laten gaan.’

Wat vind jij van de huidige preutsheid?

‘Over seks wordt altijd zo moeilijk gedaan. Terwijl iedereen zich sinds mensenheugenis suf ligt te neuken. Wat is er toch voor ergs aan seks eigenlijk? Maar steeds steken weer nieuwe schandalen hun kopje op. Dat zit er zo diep ingebakken bij iedereen.’

Maar wat is dan jouw boodschap?

‘Doe het gewoon, en houd je verder met andere zaken bezig. Met liefde. Dat is pas interessant. Dan is seks ook leuk. Vroeger heb ik die twee niet echt met elkaar in verband kunnen brengen. Nu wel.’

Nu pas?

‘Nou, je bent altijd geneigd de verhouding die je op dat moment hebt te idealiseren, het ligt ook aan mijn leeftijd. Maar ik heb het wel getroffen met hem en hij met mij. Zoiets had ik vroeger nooit durven zeggen, dat iemand het misschien met mij getroffen zou kunnen hebben. Echt niet.’

Annemarie Oster: Mannen. Meulenhoff; 240 pagina’s; € 22,99.

CV Annemarie Oster

1942 Geboren in Den Haag
1960-1962 Toneelschool Amsterdam.
1964 Omroepster VPRO.
1966 Tv-programma Door de ogen van Annemarie Oster, parodieën op verschillende zangeressen.
1967-1972 Satirisch tv-programma Hadimassa met oa Kees van Kooten, Wim de Bie, Ton van Duinhoven en Ton Lensink.
1969 Presenteert samen met haar vader Guus Oster en Willeke Alberti het Grand Gala du Disque.
1980 Een moeder van niks.
1981 Vrouw van de wereld.
1991-1992 Speelt in Goede tijden slechte tijden.
2003 Sjans! Lichtzinnige herinneringen.
2004 Toert door het land met een soloprogramma.
2010 Een vrouw om achterna te reizen. Over haar moeder Ank van der Moer.
2011-2016 Columnist voor de Volkskrant.
2022 Mantelliefde.
2025 Mannen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next