Home

Ziekmelden kon niet, de bedrijfsarts zien mocht niet: het harde verzuimbeleid van Detentiecentrum Rotterdam

Een ambitieuze directeur maakt binnen een paar jaar een einde aan het hoge verzuim in Nederlands grootste vreemdelingenbewaring, ten koste van zieke werknemers. Zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Externe bedrijfsartsen reageren ontzet: ‘Ik dacht dat dit in Nederland niet meer voorkwam.’

Als Justin (niet zijn echte naam) op vrijdag 21 juni 2024 door de beveiligingspoortjes van Detentiecentrum Rotterdam (DCR) loopt, voelt hij zich beroerd. Hij is suf, duizelig en heeft hoofdpijn. Sinds het zware auto-ongeluk dat hij een jaar eerder had, probeert hij te re-integreren. Maar dat blijkt lastiger dan gedacht.

Ziekmelden is geen optie, weet de beveiliger. Twee weken eerder heeft hij een brief ontvangen van de directeur, waarin wordt meegedeeld dat nieuwe ziekmeldingen van hem niet langer zullen worden geaccepteerd. Als hij zich nogmaals ziek meldt, wordt zijn loon niet langer uitbetaald. Maar Justin voelt zich die ochtend zo beroerd dat hij vraagt of hij naar huis mag en dan maar vakantie-uren zal opnemen. Dat wordt geweigerd.

Een paar uur later ligt Justin zwetend op de grond van het teamleiderskantoor, zo herinneren collega’s zich. Om hem heen staan ambulancebroeders die zijn collega’s in paniek hebben gebeld. Hij is onwel geworden en heeft minutenlang verkrampt op de grond gelegen. Collega’s brengen hem naar huis. Zijn ziekmelding wordt alsnog geaccepteerd.

In de knel

Het incident is geen uitzondering. Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat meer werknemers in de knel komen door het rigide verzuimbeleid dat het detentiecentrum voert. Ziekmeldingen worden niet geaccepteerd en werknemers aan wier verhaal wordt getwijfeld, worden soms zelfs met een taxi opgehaald om te bekijken wat iemand nog wel kan. Toegang tot de bedrijfsarts wordt bemoeilijkt. De bedrijfsarts weigert second opinions, terwijl werknemers daar formeel recht op hebben. Meerdere medewerkers voelen zich gedwongen vakantie-uren op te nemen als ze ziek zijn.

Detentiecentrum Rotterdam is het vlaggenschip van het Nederlandse uitzetbeleid. Zo’n 420 mannen wachten in hun cel op vertrek naar hun land van herkomst. Vaak zijn dat zogenoemde veiligelanders: Marokkanen of Algerijnen voor wie in Nederland geen toekomst is.

Toenmalig minister Faber van Asiel en Migratie, haar opvolger Van Weel, voormalig staatssecretaris van Justitie Coenradie: allemaal bezochten ze de gesloten inrichting om de ruim zeshonderd medewerkers te prijzen voor hun ‘grote rol’ bij het uitzetten van vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven. ‘Daar ga ik meer op inzetten’, belooft Faber na afloop van haar bezoek.

Ondertussen is de werkdruk groot. Door personeelstekorten zijn programma’s die vreemdelingen de dag door helpen komen afgeschaald, of zelfs afgeschaft. Verschillende instanties trokken hierover aan de bel. Het aantal incidenten nam de afgelopen jaren toe. Zeven medewerkers raakten vorig jaar gewond bij een opstand.

De afgelopen maanden sprak de krant met zeventien (oud-)medewerkers van het detentiecentrum – dat valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid – en zag gespreksverslagen, persoonlijke notities, e-mails en appjes in van negen (oud-)medewerkers die zelf te maken kregen met ziekte. Op verzoek van de Volkskrant beoordeelden drie bedrijfsartsen deze dossiers. Ze reageren verontrust: ‘Er gebeuren dingen die niet mogen, of die op het randje zijn. Als je ze bij elkaar optelt zie je een patroon.’ Ook sprak de krant uitgebreid met de directie van de vreemdelingenbewaring.

(Oud-)werknemers zijn boos, voelen zich niet gehoord, en willen in de meeste gevallen alleen anoniem hun verhaal doen uit angst voor gevolgen voor hun verdere loopbaan.

Ondertussen presenteert de directie de buitenwereld een succesverhaal.

Nieuw bewind

Als directeur Miriam Twilt-Mendonça in mei 2021 aantreedt, is het ziekteverzuim volgens haar ‘boven de 20 procent’. Ze treft naar eigen zeggen een ‘verwaarloosde organisatie’ aan. De sfeer is slecht. De cultuur ‘te informeel’. Er is werk aan de winkel, aldus Twilt.

In haar werkkamer, met uitzicht op Rotterdam Airport, vertelt ze samen met haar plaatsvervanger Peter Bolderheij, die verantwoordelijk is voor het verzuimbeleid, over de nieuwe aanpak. Aan de muur prijken ingelijste artikelen die over haar zijn verschenen. Het meest recente interview met Trouw, waarin ze uitlegt dat ze als kind al droomde van een baan als gevangenisdirecteur, wacht op de grond nog op een plekje aan de wand.

Honderd dagen na haar aantreden komt Twilt, die eerder een mbo-instelling leidde, met een actieplan met 35 verbeterpunten dat het detentiecentrum moet transformeren in een ‘gezonde organisatie’. Een van de grootste uitdagingen: het hoge verzuimpercentage. Problematisch, want de gevolgen van een enkele ziekmelding zijn groot. Soms kan een afdeling niet open, of moeten collega’s met te weinig mensen aan de slag.

Daarom komt het detentiecentrum vanaf 2022 stapsgewijs met een nieuwe verzuimprocedure. De bedrijfsarts wordt vervangen en er wordt een verzuimbureau opgetuigd dat voortaan gaat kijken naar wat een zieke nog wél kan. Want, zo schrijft de directie: ‘Wij kunnen werven én blijven werven, maar zolang we een grote groep lang en frequent verzuimers houden, zal het probleem niet verdwijnen. Hier hebben jullie op de werkvloer last van.’

De aanpak heeft succes. Het ziekteverzuim is inmiddels teruggebracht naar zo’n 7 procent, zegt Bolderheij trots. Het verzuimbeleid moest volgens hem worden ‘aangeharkt’. ‘Het uitgangspunt moet altijd zijn: wat kan iemand wel.’ Miriam Twilt vult aan: ‘Ziek zijn betekent niet dat je niets meer kan doen, dan kan je echt nog wel werken.’

Haar leiderschap levert Twilt in 2024 de titel ‘Overheidsmanager van het jaar’ van het jaar op. En complimenten van toenmalig staatssecretaris Coenradie die ‘ongekend enthousiast’ is over het ‘daadkrachtig personeelsmanagement’.

Justin

Ook Justin krijgt te maken met het nieuwe verzuimbeleid. Sinds het auto-ongeluk dat hij in de zomer van 2023 had, kampt hij met aanhoudende pijnklachten in zijn nek, rug en been. De bedrijfsarts die hem de eerste maanden na het ongeluk bijstond, zoekt samen met Justin naar een oplossing. Zo belandt Justin bij een gespecialiseerde revalidatiearts.

Maar de nieuwe bedrijfsarts, die door Twilt is aangesteld, kijkt heel anders naar zijn re-integratie dan zijn voorganger. Hij verplicht hem meerdere dagen per week te komen werken. Daarna staakt de revalidatiekliniek de behandeling, omdat het volgens zijn arts te belastend is om te revalideren als hij daarnaast zoveel moet werken.

Uit frustratie vraagt Justin om een second opinion van een andere bedrijfsarts, maar dat verzoek wordt geweigerd. Na maanden gesteggel stemt de nieuwe bedrijfsarts toch in, en mag Justin iemand uitkiezen voor een tweede beoordeling. Zo komt hij in januari bij Jaap Dogger terecht.

Zelf wil Justin, die nog werkt bij het detentiecentrum, niet reageren op vragen van de Volkskrant. Collega’s die zijn verhaal goed kennen wel. Net als Jaap Dogger, een ervaren bedrijfsarts die voor de beroepsvereniging andere bedrijfsartsen opleidt.

Beroepscode

Dogger is verontrust als hij in januari het dossier van Justin ziet. ‘Zoals zijn bedrijfsarts heeft gehandeld, staat ver af van hoe een bedrijfsarts volgens de beroepscode zou moeten handelen.’ Dogger komt niet alleen met een diametraal ander oordeel over Justins medische situatie, maar besluit ook Justins werkgever te bellen. Ongebruikelijk, voor een bedrijfsarts.

‘Ik wilde haar duidelijk maken dat de aanpak van de bedrijfsarts zijn herstel niet heeft geholpen. En ik vond dat ze moest weten dat dit in haar organisatie gebeurde.’ Directeur Miriam Twilt zegt tijdens het gesprek toe dat ze persoonlijk met Justin zal gaan praten, herinnert Dogger zich. Dat gebeurt niet. Ze laat het over aan een plaatsvervanger.

Uit documenten van andere werknemers die de Volkskrant heeft ingezien, blijkt dat second opinions vaker door de bedrijfsarts worden geweigerd. Zo oordeelt de bedrijfsarts dat een werknemer die ziek is, met zekerheid morgen volledig hersteld zal zijn. De werknemer is het daar niet mee eens. Een second opinion wordt geweigerd. Volgens plaatsvervangend directeur Bolderheij mag een bedrijfsarts dat doen. Twilt is voorzichtiger: ‘Daar hebben wij geen stem in.’

Dogger is duidelijk: ‘Je hebt recht op een second opinion. Zo staat het in de wet.’ Volgens de Arbowet mag een bedrijfsarts het verzoek alleen bij ‘zwaarwegende argumenten’ weigeren, bijvoorbeeld als iemand voortdurend een second opinion vraagt. Dat moet de bedrijfsarts dan wel schriftelijk en uitgebreid onderbouwen.

Rigoreus anders

Dat de ingehuurde nieuwe bedrijfsarts minder meegaat met het verhaal van de zieke werknemer dan zijn voorganger, is geen toeval. De directie maakt er geen geheim van dat de oude bedrijfsarts vervangen moest worden als onderdeel van het plan om het ziekteverzuim aan te pakken.

Met de komst van de nieuwe bedrijfsarts, en zijn bedrijf Belastbaarheid.nu, waait er een nieuwe wind. Contact met de bedrijfsarts dient voortaan via de leidinggevende te lopen. Het inloopspreekuur wordt afgeschaft. 80 procent van de gesprekken met werknemers wordt gedaan door de praktijkondersteuners van zijn kantoor: mensen zonder medische achtergrond die ook ‘communicatiedirecteur’ en ‘operationeel directeur’ zijn van Belastbaarheid.nu, naar eigen zeggen ‘dé Rotterdamse specialist op het gebied van verzuim’.

‘Door deelname aan werk te bevorderen, beperken we financiële schade’, meldt zijn website. Een overzicht met dalende verzuimcijfers van klanten laat zien hoe effectief de methode volgens zijn bedrijf is.

De vorige bedrijfsarts was volgens Twilt te veel vergroeid geraakt met de organisatie en onderdeel geworden van de cultuur. ‘Medewerkers konden hem zomaar appen of bij hem binnenlopen.’ En dus wilde de directie van hem af.

De oude bedrijfsarts herkent zich niet in de kritiek van Twilt. Hij wijst erop dat de voorganger van Twilt juist wilde dat hij benaderbaar was – iets waar hij zelf ook groot voorstander van is. In andere gevangenissen waar hij werkt zijn de verzuimcijfers bovendien prima, stelt hij. Dat ze bij het detentiecentrum zo hoog waren had volgens hem andere oorzaken: covid, veel jonge nieuwe medewerkers in een organisatie met een hoge psychosociale arbeidsbelasting en de cultuur van de organisatie. ‘Elke organisatie krijgt het verzuimcijfer dat het verdient.’

Verzuimmanager

In het nieuwe verzuimbeleid wordt de rol van de bedrijfsarts kleiner en krijgen leidinggevenden, samen met een ‘verzuimmanager’, een grotere rol. De directie vraagt hen ‘meer regie te pakken’, zo is te lezen in een brief aan het personeel, waarin ook wordt uitgelegd dat de procedure alleen ‘in vorm en aanpak’ afwijkt van het standaardbeleid van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid waar het detentiecentrum onder valt.

Leidinggevenden moeten gaan bepalen hoeveel re-integrerende werknemers weer kunnen werken. ‘De bedrijfsarts mag hierin adviseren en meedenken, maar het is niet de bedoeling dat we allemaal naar de bedrijfsarts kijken’, schrijft de directie.

Daan Breederveld vindt het een riskante instructie. Net als Jaap Dogger en Ernst Jurgens bekeek hij op verzoek van de Volkskrant interne documenten en dossiers van (oud-)werknemers. ‘De werkgever móét de bedrijfsarts om medisch advies vragen, dat is verplicht. En de leidinggevende móét rekening houden met de beperkingen die een bedrijfsarts aangeeft.’

Efe

Hoever leidinggevenden daarin kunnen gaan, blijkt uit het dossier van Efe. Vanwege een hernia gebruikt Efe af en toe pijnmedicatie waar hij suf en misselijk van wordt, waardoor hij niet mag autorijden. Op 31 juli 2024 heeft hij zo veel pijn dat hij midden in de nacht zijn medicijnen neemt.

’s Ochtends voelt hij zich zo slecht dat hij zijn leidinggevende belt om zich ziek te melden. Ze appt hem dat zijn ziekmelding ‘voorlopig’ niet wordt geaccepteerd, hij krijgt een dienstopdracht en moet naar het detentiecentrum komen zodat ze samen kunnen kijken ‘wat hij wel kan doen’.

Efe maakt bezwaar. Hij wil een afspraak met de bedrijfsarts en zegt niet te kunnen reizen. Zijn leidinggevende biedt een oplossing. ‘De taxi is er om 09.05 uur. Ik verwacht dat je hier aanwezig bent, zoals besproken’, appt ze. Waarom de taxi hem vervolgens niet ophaalt is onduidelijk. Volgens Efe heeft de chauffeur nooit aangebeld en lag hij, versuft door de medicatie, te slapen. Volgens zijn leidinggevende was hij niet thuis.

Dreigement

Twee uur later ontvangt hij per mail en app een brief van een van de plaatsvervangend directeuren. Die dreigt zijn loon in te houden als hij niet om 13.00 uur op zijn werk verschijnt om met de directie te praten. Het dreigement maakt indruk, vertelt Efe.

Zijn vriendin brengt hem naar het detentiecentrum. Daar krijgt hij te horen dat, ook al voelt hij zich ziek, hij zich de komende week elke dag om 7.30 uur in zijn uniform moet melden. Dagelijks zal bekeken worden wat hij wél kan doen. ‘Hij is wel ziek, maar wordt anders ingezet’, luidt de conclusie in het gespreksverslag.

Als Efe vraagt of hij de bedrijfsarts kan zien, is het antwoord van de directeur: ‘nee’, zo staat in het verslag. Als hij echt wil, mag hij over enkele weken wel naar de bedrijfsarts, maar ‘die bepaalt niet of je ziek bent’, aldus de directeur. Zijn leidinggevende stelt voor een afspraak in te plannen, midden in zijn vakantie die volgende week begint. Efe bedankt.

In strijd met de wet

‘Het weigeren van een bezoek aan de bedrijfsarts is in strijd met de wet’, concludeert bedrijfsarts Daan Breederveld. ‘Bovendien gaat de werkgever op de stoel van de bedrijfsarts zitten, dat mag niet.’ Jaap Dogger: ‘Als je de situatie als werkgever niet vertrouwt, dan laat je juist een afspraak maken met de bedrijfsarts. Dit mag niet.’ Dat een werknemer die zich ziek meldt wordt opgehaald met een taxi, vinden ze absurd.

‘Het weigeren van ziekmeldingen komt vaker voor’, vertelt directeur verzuim Peter Bolderheij. Volgens hem mag dat gewoon. Hoe je als leidinggevende een ziekmelding weigert, zonder op de stoel van de bedrijfsarts te gaan zitten, kan de directie in het gesprek niet goed uitleggen.

Dat dit praktisch onmogelijk is, blijkt uit het dossier van een andere werknemer die te ziek is om te reizen. Een medisch specialist kan dat bevestigen, vertelt hij de directie. Toch wordt zijn ziekmelding niet gehonoreerd, omdat men twijfelt aan zijn verhaal. Hij wordt gesommeerd fysiek bij de bedrijfsarts te verschijnen. Doet hij dat niet, dan zal vanaf die dag zijn loon worden ingehouden.

Volgens bedrijfsarts Ernst Jurgens gaat de directie hier veel te ver. Ze mogen niet eisen dat iemand fysiek langskomt, dat mag alleen de bedrijfsarts zelf en alleen als videobellen echt geen oplossing is. ‘Disproportioneel en in strijd met de wettelijke regels met betrekking tot goed werkgeverschap.’

Medewerkers die de Volkskrant spreekt vertellen ook dat leidinggevenden onaangekondigd mensen thuis bezoeken als getwijfeld wordt aan een ziekmelding. Volgens Bolderheij is hij als directeur verzuim de enige die dat doet. ‘Ik ben misschien zes keer bij iemand thuis geweest.’ Twilt: ‘We komen niet aan de deur bij wie zich twee keer ziekmeldt.’

Werkdruk

Wat niet bijdraagt aan het verzuimpercentage is dat werken in het detentiecentrum zwaar is, zeggen alle betrokkenen. Door personeelstekorten, maar ook door keuzes die door de DJI zelf zijn gemaakt.

Officieel hebben vreemdelingen recht op dagactiviteiten, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Dat komt DCR regelmatig op kritiek te staan. De Ombudsman signaleerde al in 2020 dat er meer sport en ontspanning moet worden aangeboden, ook om de veiligheid van het personeel te vergroten. De Raad van Europa kwam in 2023 met een vernietigend rapport waaruit bleek dat de mannen vaak zo’n achttien uur per dag in hun cel werden vastgehouden. In andere uitzetcentra, op Schiphol en in Zeist, werden veel meer activiteiten aangeboden.

Toch besloot de directie dit voorjaar om een nieuwe vleugel te openen: vanwege het enorme cellentekort in Nederland verblijven daar nu 58 Nederlandse verdachten die wachten op de uitspraak in hun rechtszaak. Twilt hielp daarmee toenmalig staatssecretaris Coenradie uit de brand: ‘Ik zag het als mijn maatschappelijke plicht.’

De uitbreiding kwam wel met een prijs. Afdelingen voor vreemdelingen moesten worden samengevoegd, en er werd nog meer gesnoeid in het recreatieprogramma. De avondopenstelling van hun cel werd vorige zomer al tijdelijk geschrapt en nooit opnieuw ingevoerd. ‘We hebben alles uitgewrongen’, zei een van de afdelingshoofden tijdens de opening van de nieuwe vleugel tegen het AD.

Het gevolg: de mannen die zich toch al in een uitzichtloze situatie bevinden, gedragen zich uit verveling nog minder welwillend ten opzichte van het personeel.

Ryan

Voor een menselijke benadering laat het ‘aangeharkte’ verzuimbeleid soms weinig ruimte, zo blijkt uit de ervaringen van de 33-jarige Ryan. De gevangenismedewerker heeft een nierziekte en probeert al anderhalf jaar terug te keren op de werkvloer.

Op 17 juli 2024 heeft hij een gesprek met de bedrijfsarts over zijn re-integratie. De Rotterdammer kampt al de hele week met een zeer hoge bloeddruk, maar hij wil zich absoluut niet ziekmelden, omdat hij nog niet terug is bij het volledige aantal uren dat hij voorheen werkte. Komt hij daar niet binnen twee jaar, dan volgt ontslag en krijgt hij een WIA-uitkering. ‘Ik wilde sterk zijn.’

Van het gesprek herinnert Ryan zich niet alles meer, maar wel dat het ‘merkwaardig’ verliep en hem veel stress opleverde. Het ging niet over zijn klachten, of hoe hij zich voelde, vertelt hij in het revalidatiecentrum waar hij al ruim een jaar verblijft. Een uur na afloop van de ontmoeting met de bedrijfsarts krijgt Ryan een hersenbloeding in het detentiecentrum. Een ambulance brengt hem met hoge snelheid naar het ziekenhuis.

Daar krijgt hij twee uur later een mailtje van de re-integratiecoach van het detentiecentrum. ‘Hallo Ryan, wil je me bellen.’ Lastig, want Ryan ligt op dat moment in coma. Van de directie of zijn leidinggevende hoort Ryan nooit meer iets, behalve een telefoontje dat zijn vriendin beantwoordt en in haar herinnering niet langer duurt dan een minuut. Wel krijgt Ryan een fruitmand die het verzuimbureau standaard naar elke zieke werknemer stuurt.

In augustus krijgt hij een brief van verzuimdirecteur Peter Bolderheij in verband met een ‘no-show’. De bedrijfsarts heeft hem geprobeerd te bellen, maar hij nam niet op. ‘Deze brief zal aan uw dossier worden toegevoegd’, schrijft Bolderheij.

Harteloos

Zijn vriendin, die ook bij DCR werkt, reageert. Ze laat weten dat Ryan zelf geen gesprek kan voeren, maar dat zij wel alles wil vertellen aan de bedrijfsarts. Zover komt het niet. De bedrijfsarts wil niet met haar bellen omdat Ryans vriendin geen ‘schriftelijke machtiging’ van Ryan heeft.

In oktober ontvangt Ryan een standaardbrief van Miriam Twilt waarin ze aankondigt dat hij vanaf dat moment een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt. ‘Ik dank u voor uw inzet en betrokkenheid bij Detentiecentrum Rotterdam en vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.’ Ryans vriendin heeft haar baan bij het detentiecentrum dan al opgezegd. ‘Ik kon niet verdragen hoe harteloos ze met hem omgingen.’ Dat maakte volgens haar de keuze om te vertrekken een stuk makkelijker.

Ze werkt nu in een andere gevangenis van DJI. ‘Als ik nu app dat ik ziek ben, dan stuurt mijn leidinggevende: beterschap.’

Aanvechtbaar

Hoe het detentiecentrum met zieke mensen omgaat en hun verzuimbeleid vormgeeft is in strijd met het idee van goed werkgeverschap, stellen de drie ervaren bedrijfsartsen die de documenten op verzoek van de Volkskrant hebben bestudeerd. In alle negen dossiers stuitten de artsen op zaken die volgens hen in strijd zijn met de wet of het statuut van de beroepsvereniging voor bedrijfsartsen NVAB.

‘Er gebeuren dingen die niet mogen, of die op het randje zijn’, concludeert Jaap Dogger. ‘Als je ze bij elkaar optelt, zie je een patroon. Ik dacht dat dit in Nederland niet meer voorkwam.’

‘Ik vind het schokkend dat het gaat om een overheidsinstantie’, oordeelt Daan Breederveld. ‘Dit heeft niets met goede bedrijfszorg te maken’, concludeert Ernst Jurgens: ‘Ik zie een samenloop van medische en arbeidsrechtelijke tekortkomingen, die in hun geheel een patroon van disproportioneel handelen en onzorgvuldige communicatie laten zien.’ Hij sluit zich bij Breederveld aan: ‘Van een overheidsinstelling mag je voorbeeldgedrag verwachten.’

‘Verzuimcultuur’

Directeuren Twilt en Bolderheij vinden niet dat hun aanpak is doorgeslagen. Volgens de directie is de aanpak noodzakelijk. Het detentiecentrum heeft immers een ander personeelsbestand dan gevangenissen in het noorden of oosten van het land. ‘Hun commitment is minder’, stellen ze. ‘Werk staat niet op 1, maar op 5.’ ‘Er heerste een verzuimcultuur’, aldus Twilt.

Ze verwijst naar ‘grootstedelijke problemen’ onder het personeel. Twilt: ‘We zijn een multiculturele instelling. Er werken alleenstaande moeders met kinderen van verschillende vaders, medewerkers die ouders in Marokko of Turkije hebben en daarnaast kampen met schulden of moeten verhuizen.’

Daan Breederveld begrijpt er weinig van. ‘Deze mensen worden gescreend om met vreemdelingen te werken. Maar die worden schijnbaar niet vertrouwd als ze zich ziekmelden.’

Ambitie

Efe heeft inmiddels een andere baan. Ryan is arbeidsongeschikt en verblijft nog altijd in een woonzorgcentrum. Justin heeft een deskundigenoordeel gevraagd aan het UWV. Die heeft hem in het gelijk gesteld: het detentiecentrum heeft onvoldoende meegewerkt aan zijn re-integratie.

Miriam Twilt gaat binnenkort over al het personeel van DJI. In oktober verruilt ze Rotterdam voor het hoofdkantoor in Den Haag. ‘Van de uitvoering naar de toren’, zo omschrijft ze haar nieuwe baan als directeur Personeel, Management en Organisatieontwikkeling. Maar dat is niet haar einddoel, zo vertelt ze in haar werkkamer. ‘Mijn ambitie is een hogere positie.’

De vacature voor haar opvolger staat al online. Die moet binnen het detentiecentrum ‘een klimaat stimuleren en installeren’ waarin medewerkers zich volgens de vacaturetekst ‘veilig en gewaardeerd voelen en zichzelf kunnen zijn’.

Reactie Dienst Justitiële Inrichtingen

De Volkskrant heeft DJI de kans gegeven het artikel voor publicatie te lezen. DJI bestrijdt niet dat de beschreven gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, maar stelt zich niet te herkennen ‘in de algehele teneur van het artikel’.

‘Miriam Twilt-Mendonça heeft bij haar aanstelling als vestigingsdirecteur de opdracht meegekregen grip te krijgen op de hoge mate van verzuim. Zij heeft samen met haar team veel goed gedaan door een activerend verzuimbeleid te implementeren’, aldus DJI. ‘Met steun van haar OR.’

Het dreigen met loonstopbrieven gebeurt volgens DJI alleen ‘in uitzonderlijke gevallen’. Ook stelt de dienst dat het geen beleid is om zieke werknemers thuis op te halen met een taxi. ‘Mogelijk is dit in het verleden incidenteel niet goed gegaan, maar dit is geen structureel fenomeen.’ Hetzelfde geldt voor het weigeren van second opinions: ‘Iedere werknemer heeft recht op een second opinion.’

De organisatie wil niet reageren op de beschreven voorbeelden ‘vanwege de privacy van onze (ex)medewerkers’. Wel erkent de directie van DCR dat ‘in een aantal gevallen zaken niet goed zijn gegaan, denk daarbij aan de inhoud van sommige brieven die naar medewerkers zijn gestuurd’.

Reactie Belastbaarheid.nu

Belastbaarheid.nu wilde niet in gesprek met de Volkskrant, vanwege de ‘vertrouwelijkheidsplicht’ voor artsen. Na lezing van het artikel laat het weten dat het ‘apert onrecht doet aan de complexiteit van de situatie bij DCR en de vraagstukken die aan ons worden voorgelegd bij de begeleiding en advisering bij verzuim, inzetbaarheid en re-integratie en de zorgvuldigheid van onze werkwijze’.

Herkent u zich in dit verhaal en wilt u reageren? Mail de auteurs: lisa.spit@volkskrant.nl en ben.meindertsma@volkskrant.nl

Luister hieronder ook naar de podcast Schaduwoorlog. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next