Wat legt de moord op de zeventienjarige Lisa bloot? Daarop bestaan verschillende visies. Rechts zegt: zie je wel, asielzoekers zijn een probleem. Links zegt: nee, mánnen zijn een probleem. Burgemeester van Amsterdam Femke Halsema postte op Bluesky een staafdiagram met de plegers van seksuele misdrijven: overwegend autochtone Nederlanders.
Nu kun je hier twee dingen tegenin brengen. Ten eerste: mannelijke asielzoekers zijn wel degelijk oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. Ten tweede: dat er meer Nederlandse dan buitenlandse daders zijn, maakt de door asielzoekers gepleegde vergrijpen niet non-existent. En hoewel in het grotere plaatje verwaarloosbaar, kunnen de problemen rond azc’s alsnog heel vervelend zijn, zoals Het Parool deze week beschreef in een reportage over het azc waar de verdachte van de moord op Lisa verbleef, en waar driftig drugs wordt gedeald.
Toch voel ik enige schroom om bovenstaande op te schrijven. Ik realiseer me in welk giftig klimaat deze feiten landen: de vreemdelingenhaat in het publieke debat is heftiger en openlijker dan ik ooit heb meegemaakt. Moet je rekening houden met deze context? Gewoon maar even niks zeggen over de problemen die asielmigratie met zich meebrengt – omdat die al genoeg aandacht krijgen, en andere issues juist te weinig?
Kustaw Bessems, lange tijd journalist en nu nog steeds columnist voor de Volkskrant, stelde een soortgelijke vraag een tijdje geleden op Queester, een site met interviews door journalistiekstudenten. Hij blikte terug op zijn stukken, geschreven aan het begin van zijn loopbaan, over eergerelateerd geweld, criminaliteit onder Marokkaans-Nederlandse jongens, en de positie van vrouwen binnen traditionele gemeenschappen. Inmiddels vraagt hij zich af of hij daarmee heeft bijgedragen aan negatieve beeldvorming, en zo ja, hoe erg dat is. Hij is er nog niet uit. „Als je bepaalde onderwerpen niet bespreekt, worden ze het monopolie van extreemrechts. Dat lijkt mij ook niet de goede uitkomst. Maar ik worstel met de balans tussen het voeren van een open debat en het vermijden van onbedoelde schade. Ik zou nu voorzichtiger zijn. En ik weet niet eens of ik dat dan de goede keuze zou vinden.”
Op sociale media werd deze openhartige reflectie meteen platgeslagen tot ‘Bessems doet aan zelfcensuur!’. Dit verried een simplistische kijk op wat journalisten doen: alsof er een waarheid is die ze tonen of verzwijgen, in plaats van een selectie van feiten uit de werkelijkheid, die door vorm en toon een bepaald gewicht krijgen. De opdracht om die feiten zorgvuldig te selecteren kan nog net iets dringender voelen als je schrijft over een toch al belaagde groep, zoals moslims in de afgelopen twintig jaar.
Dit mechanisme bestaat ook buiten de journalistiek. Een bevriende universitair docente filosofie verzuchtte laatst dat de opkomst van antiliberale politiek de inhoud van haar lessen heeft veranderd. Jaren geleden liet ze studenten nog marxistische denkers lezen in een vak dat geheel gewijd was aan kritiek op het liberalisme. Inmiddels denkt ze, nu extreemrechts overal oprukt: het liberalisme is weliswaar gemankeerd, maar toch het verdedigen waard. Het voelt ineens als roekeloze ophitserij om studenten alleen maar liberalismekritiek te laten lezen.
Een andere vriendin, shiatsu-therapeut en geïnteresseerd in alternatieve geneeswijzen, kan niet meer onbekommerd kritisch zijn op de wetenschap. Als alternatieveling had ze lang tegen de westerse geneeskunde aangeschopt, wetend dat die tegen een stootje kon. Dat veranderde tijdens de pandemie. Om haar heen werden mensen antivaxers, sommigen gingen het extreemrechtse pad op. Nu voelt ze zich gedwongen de wetenschap te verdedigen, en dus om een deel van haarzelf te parkeren.
Alle drie deze mensen aarzelen om kritisch te zijn op een systeem (de islam, het liberalisme, de wetenschap) omdat het wordt aangevallen door lieden met weinig goeds in de zin. Ze vrezen dat hun kritiek als munitie zal dienen en het systeem onnodig zal beschadigen.
Ik snap het, en vind het ook een verlies. Ik wil graag kunnen zeggen dat open grenzen problemen met zich meebrengen. Dat je niet precies weet wat je binnenhaalt en dat dat voor concrete slachtoffers kan zorgen, zoals Lisa. Daarmee zeg ik niet dat autochtone mannen niet moorden en aanranden, en ook niet dat de grenzen dicht moeten. Maar het moet mogelijk zijn om deze feiten te bespreken; omdat je anders de werkelijkheid verdoezelt, en omdat zwijgen misschien juist extreme geluiden in de hand werkt.
Tegelijk ben ik het eens met Bessems, die spreekt over een „dunne lijn” tussen een open debat voeren en onbedoeld schade toebrengen. Die lijn wordt steeds dunner, door de explosieve sfeer in het publieke debat. Je kunt nog zo’n genuanceerde kritiek leveren op het liberalisme of het asielsysteem, in een gepolariseerd debat wordt die nuance niet herkend. Wat weegt dan zwaarder: je intentie of het effect? Het juiste antwoord lijkt mij niet op voorhand duidelijk.
Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC
Source: NRC