Home

Waarom huizen bouwen zo lang duurt, en waarom dat nodig is

Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.

Telkens wanneer politici beginnen over snel huizen bouwen, verlang ik naar de uitgestrekte vlakte van Almere Pampus om te zien hoe het ermee staat. Nou, niet anders dan een jaar geleden, of twee, of vijf, toen de politici er ook al over begonnen. Het ligt er nog steeds even uitnodigend en leeg bij, met plek voor duizenden nieuwbouwhuizen op rijksgrond. Je kunt het ook als kerkhof zien van Haagse grootspraak, want in woorden kan niemand wonen.

Afgaand op de verkiezingsprogramma’s is migratie uit en wonen/bouwen in. GroenLinks-PvdA wil huizen op vliegvelden, de VVD wil regels schrappen, want wonen is ‘belangrijker dan de aanwezigheid van een salamander’, D66 wil minder bezwaarprocedures. Dat is trouwens de partij die met het CDA vijf jaar geleden ineens over Almere Pampus begon als plek voor duizenden huizen en een ‘pijlsnelle’ metroverbinding naar Amsterdam – alsof dat niet al decennia de bedoeling was.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het gemeentehuis van Almere heeft een mooie maquette van het nieuwe stadsdeel, en de ervaren projectdirecteur Ellen Lommen heet vriendelijk welkom. Ze weet waarom het zo lang duurt om wijken te bouwen in Nederland, maar ook waarom de tijd nemen belangrijk is. Dat het niet zozeer te maken heeft met salamanders of klagende burgers, maar vooral met de overheid zelf.

Bij grote projecten als dit, zegt ze, ‘moeten alle bestuurslagen steeds weer met elkaar overleggen: Rijk, regio, gemeente, het raakt alles’. Ze begrijpt dat de politieke druk hoog is, maar alle plannen en plannetjes die worden gesmeed om sneller te bouwen, leiden tot nieuwe organisaties en overlegstructuren. ‘Dat lijkt me niet erg efficiënt.’ Het eenvoudige idee bijvoorbeeld van ex-minister Hugo de Jonge om dorpen en steden een ‘straatje erbij’ te geven is sympathiek, ‘maar kost ook jaren’ – probeer alleen eens de grond te verwerven.

Almere Pampus is het slotstuk van Almere, de interessantste stad van Nederland. Een machtige polder in volle zomertooi onder heerlijk Hollands licht; achter de dijk steekt Amsterdam z’n nek uit. Relatief eenvoudig bouwterrein, want onteigenen is niet nodig. Stedenbouwkundigen werken er hard aan: vorig jaar is een ‘masterplan’ gepresenteerd dat vanwege politieke gevoeligheden een ‘ontwerpend onderzoek’ wordt genoemd, want de gemeenteraad sprak zich nog niet uit.

Een nieuw stadseel bouwen is geen sinecure, zeggen Erik van Diermen en Vivian Klein Robbenhaar, de stedenbouwkundigen die met de maquette in hun kamer werken aan Almere Pampus. ‘We kunnen best bouwen-bouwen-bouwen’, zegt Erik, ‘maar dan moet je wel eerst weten wat precies. De vraag is steeds: hoe ziet de Nederlandse samenleving er straks uit, want daar bouw je voor.’

De maquette laat een compacte stadswijk zien, doorsneden met natuurlijke waterlopen en omheind door polderbos. Vivian zegt: ‘Het gaat er ook om hoe je een wijk met zoveel woningen leefbaar maakt en houdt.’

Het is een ambitieus plan voor 35 duizend huizen: klimaatadaptief, energieleverend, waterrobuust, met goede voorzieningen en openbaar vervoer, gericht op brede welvaart, menselijke maat en bereikbaarheid. Meer dan een woonwijk: er moeten 16 duizend arbeidsplaatsen komen. Het terrein ligt onder zeeniveau op oude zeebodem, uitgebreid onderzoek was nodig om te bepalen wat er mogelijk en verstandig is. Er liggen scheepswrakken en vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog, er staan windmolens die eerst hun tijd uitdienen.

Almere wil alleen bouwen als de ontsluiting wordt geregeld met een metroverbinding over het Markermeer. Dat is al twintig jaar zo en dat kost miljarden, en het Rijk blijft er onduidelijk over. Het is een tijdrovend politiek steekspel. De stedenbouwkundigen hopen nu met een eerste fase te beginnen van 7.500 huizen, die het verkeer niet te veel belasten.

Bouwen-bouwen-bouwen eist langetermijndenken in een tijd van kortetermijnpolitiek, in een land dat met z’n ruimte worstelt. D66 wil er inmiddels gewoon tien steden bij bouwen, maar op het stadhuis zijn ze al blij met een eerste paal in 2030.

Met veel geluk is Almere Pampus klaar over dertig à veertig jaar. Maar eerst moet het huidige plan uiteraard worden besproken in het ministeriële Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO-MIRT), en dat is pas over een jaar.

Dan ook zal blijken wat die verkiezingsbeloften nu werkelijk waard zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next