Home

Met de kleding van Camiel Fortgens lijkt altijd iets mis, en dat is precies de aantrekkingskracht

Ontwerper Met zijn imperfecte, vriendelijke kleren heeft Camiel Fortgens stapje voor stapje een succesvol merk opgebouwd.

Collectie najaar 2025

„In de mode moet alles altijd extremer en groter. Dan is het gekste wat je kan doen weer iets heel normaals: over straat lopen”, zegt Camiel Fortgens. Bij de presentatie van zijn gelijknamige Nederlandse kledingmerk, afgelopen juni tijdens de mannenmodeweek in Parijs, liepen de modellen door een rustig steegje. Niet in de kaarsrechte lijnen van een traditionele modeshow, maar alsof ze door de stad struinden. Een model dronk uit een blikje, een ander had een banaan vast. Het team liet het straatje in Le Marais niet afzetten – te duur, en het zou toch maar een kwartiertje duren. In plaats daarvan zetten ze mensen op strategische plekken om auto’s om te leiden.

De borrel ervoor „voelde als een huisfeestje waarop iedereen lekker aan het kletsen is, en ik op een gegeven moment zeg: kom jongens, ik moet jullie iets laten zien, ga even hier staan”, zegt Fortgens (34), terug in zijn atelier in Amsterdam. Tijdens de show probeerde een nietsvermoedende Parijzenaar zich met rinkelende fietsbel een weg door de mensen te banen. „Echt een cadeautje.”

Scheve zakken

Net als de presentatie in Parijs is de kleding van Camiel Fortgens, een Nederlandse ontwerper die zijn merk stapje voor stapje heeft uitgebouwd en inmiddels een vast team van vijf mensen om zich heen heeft, niet schreeuwerig of decadent. Je zult er geen grote logo’s op aantreffen, felle kleuren zijn zeldzaam. Pas van dichtbij zie je waar de kleding bekend om is geworden: niet-afgewerkte details als rafels, loszittende naden of scheve zakken. Alles is voor zowel mannen als vrouwen, ook de jurken en rokken.

In de laatste collectie die in Parijs te zien was, voor voorjaar 2026: ongezoomde rokken, net iets te korte hoodies, spijkerbroeken die rafelen bij de taille. Een lange rok loopt aan de rechterkant door in een blouse die aan de linkerkant loshangt. Een vest lijkt binnenstebuiten te zitten, een blouse achterstevoren, in een sweatshirt zijn kreukels aangebracht.

De show van de collectie voor voorjaar 2026, afgelopen juni in Parijs

Mode-illustrator Piet Paris (63) vindt Fortgens’ stijl „democratisch”. „Zijn werk heeft iets vriendelijks en humaans. Hij is geen ontwerper in een ivoren toren.” De onaffe, a-technische stijl geven de stukken een zachtaardige uitstraling, zegt Paris, die lesgeeft op de modeafdeling van kunstacademie KABK in Den Haag. „Het is bijna huisvlijt.”

Zes jaar geleden zag Paris op Instagram een wollen pak van Camiel Fortgens voorbijkomen met bloemen erop gespoten. „Ik stuurde hem meteen een bericht dat ik verliefd was.” Hij mocht langskomen op het atelier, waar Fortgens ter plekke de bloemen op het pak spoot. Paris heeft ook een nepleren tas van het merk, met grove naden aan de buitenkant.

Volgens Jan Schoon (45), die een pr-bureau in de mode had en net een opleiding tot wever heeft afgerond, heeft Camiel Fortgens „iets bijzonders te pakken”. Hij noemt de kleding „herkenbaar en draagbaar.” Schoon heeft een bomberjack met een ongelijke boord, een bruine wollen broek waarvan de tailleband gedeeltelijk niet is afgewerkt, en een rode parka die aan de onderkant is afgeknipt. „Je voelt dat het team lol heeft gehad in het uitzoeken hoeveel een kledingstuk kan hebben.”

De School

Het atelier zit in het gebouw van de voormalige lagere technische school in Amsterdam-West, waar voorheen ook nachtclub De School zat. Het beslaat twee grote lokalen, daglicht komt op een zachte manier van boven. Overal staan rekken kleding, in twee rijen boven elkaar, waarin het eigen archief en onderzoeksmateriaal hangt. Eén zo’n muur van kleding scheidt Fortgens’ bureau van die van zijn collega’s.

Fortgens formuleert voorzichtig, bloost af en toe. Hij draagt, net als bijna altijd, een wit T-shirt en blauwe spijkerbroek. Hij werkt, zeker sinds hij vorig jaar een kind kreeg, vier dagen in de week, van tien tot zes. Vlak voor een show wil zijn team nog weleens in het weekend werken, maar anders niet. Hoogst ongebruikelijk in de mode, waar extreem lange werkdagen en -weken de standaard zijn.

Camiel Fortgens in zijn atelier in Amsterdam

Het blijkt dat je daar toch best ver mee kunt komen. Het merk Camiel Fortgens, opgericht in 2014, heeft inmiddels meer dan vijftig verkooppunten, vooral in Azië en de VS. Deze zomer stond het voor het eerst op het officiële programma van de Parijse modeweek. Vorig jaar ontving het bedrijf het Cultuurfonds Mode Stipendium, waaraan een geldbedrag van 50.000 euro is verbonden. Daarnaast werd Fortgens genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst (35.000 euro), die het Amsterdamse Fonds voor de Kunst in oktober uitreikt.

Fortgens, die als enig kind opgroeide in een antikraakpand op het WG-terrein in Amsterdam, had altijd gedacht dat de modewereld niet bij hem zou passen – te veel ellebogenwerk, te veel glamour. Hoewel hij als skater geïnteresseerd was geraakt in kleding, vervolgens eindeloos schoenen en kleding tekende en jaren in de tweedehandswinkel Zipper werkte, koos hij daarom niet voor een modeopleiding. Hij had bovendien zijn profielwerkstuk geschreven over overproductie en -consumptie. „Mode is verspilling, dacht ik toen.”

Toen hij de drempel overstapte van de Design Academy in Eindhoven dacht hij: wow, dit is het. Iedereen doet hier gewoon z’n eigen ding, is niet zo bezig met competitie. Dat zijn carrièrepad daarmee ook niet meteen vastlag sprak hem ook wel aan.

Op de Design Academy was hij een middenmoter. „Docenten vonden me te braaf. Ik wilde niet hele gekke dingen maken, vond juist het normale interessant. Ik weet nog dat een leraar tegen me zei: er mag wel wat meer seks, drugs en rock-’n-roll in je werk. Hoezo, zei ik, dat wil ik helemaal niet, zo ben ik niet.”

Docenten raadden hem ook af om met een kledingcollectie af te studeren – hij kon toch geen kleding maken? Hij deed het toch. Als hij íéts had geleerd op de Design Academy dan was het dat je dingen uitprobeert, dat je ondernéémt, en wel ziet wat er gebeurt. „Daarom verbaasde mij die reactie ook.”

Een soort tekening

Kleding maken kon hij inderdaad nog niet: hij stikte de voor- en achterkant van de kledingstukken gewoon plat op elkaar, zonder rekening te houden met hoe het om het lichaam zou vallen. Hij maakte een spijkerbroek, een T-shirt en een wollen jas. „2D, plat. Je loopt dan in een soort tekening.” Juist over het bevreemdende effect dat dat gaf, waren de docenten uiteindelijk toch heel tevreden. Een paar maanden later, begin 2015, werd hij gevraagd een show te geven op Amsterdam Fashion Week, en een half jaar later nog eens.

Daarna brak een richtingloze tijd aan. „Ik dacht: en nu? Mijn kleding staat nu op de foto, het wordt misschien een keer geleend voor een rode loper. Dat vond ik zó niet interessant. Zonde van m’n tijd, ook. Als je ergens zo veel tijd in steekt, wil je er ook van kunnen leven. Maar ik had géén idee hoe.”

Hij kreeg last van een depressie. „Na elke show dacht ik: is dit wel iets voor mij? Is dit het nou? Hoe zorg ik dat ik hiermee een bestaan kan opbouwen?” Maar het was niet alleen het werk: ook het volwassen worden, zijn relatie die uitging, en zijn neiging om zich bezig te houden met „grote vragen”. „Mijn vader had dat ook, dat sombere, en daardoor begrepen we elkaar ook goed. We belden elkaar dagelijks. Het was dan of ik met mezelf in gesprek was. We konden goed over het leven en over werk praten. Dat hij er niet meer is, voelt heel leeg.” Na een ziekbed overleed Robbert Fortgens vorig jaar op 63-jarige leeftijd.

Camiel stond in 2016 op het punt een baan aan te nemen als ontwerper bij Zara toen hij een berichtje kreeg van een redacteur van A Shaded View on Fashion, een destijds populair blog van modelegende Diane Pernet. Hij had Fortgens genoemd als een van de talenten van het moment en wilde eens kennismaken. „Volgens mij moet jij gewoon uit Nederland, zei hij, volgens mij moet jij naar Parijs. Toen heeft hij me een beetje gecoacht, zo van: je huurt een Airbnb tijdens de modeweek, maakt een collectietje, nodigt winkels uit.”

Geld om een winkelpand te huren had hij nog niet, dus zijn ‘showroom’ was direct naast zijn slaapbank. De hele week zat hij daarop te wachten, en net toen er iemand binnenkwam was hij in slaap gevallen. De Japanse inkoper moest hem wakker maken, maar bestelde wel meteen iets. „Drie stuks van die graag, zei hij. Twee van die. In die en in die maat, alsjeblieft. En dan ga je dat maken. Vier, vijf maanden later lever je het. Voor 3.000 euro, waar de kosten nog vanaf gaan.”

Nog steeds kon hij eigenlijk geen draagbare kleding maken. „Ik had een klein naaimachientje waar ik op zat te vloeken. Dan brak er wéér een naald af. Alles ging mis. Op een gegeven moment dacht ik: eigenlijk vind ik de kleding veel interessanter als het niet perfect is – en ik ben ook gewoon heel ongeduldig.”

Meester-coupeur

Wel schakelde hij na die eerste keer in Parijs hulp in. Bij een stoffenwinkel waar hij vaak kwam vroeg hij of ze iemand kenden die patronen voor hem kon maken. „Ik kreeg het nummer van Tanja Bindels. Ze was altijd grafisch ontwerper geweest maar was daar, op haar 55ste, helemaal klaar mee. Toen ik haar belde had ze net een opleiding tot meester-coupeur afgerond.” Inmiddels is ze mede-eigenaar.

De keer daarna dat Fortgens naar Parijs ging, in 2017, nu in het gezelschap van Bindels, deden drie winkels een bestelling. Vervolgens ook de Britse online winkel LN-CC. „Daarna gingen we met een agent werken. Die belt met winkels waar je graag wilt hangen, nodigt hen uit voor je showroom. Toen gingen we naar tien bestellingen, toen naar vijftien, toen twintig. Eerst veel in Japan, Korea, toen de VS.”

Collectie najaar 2025

Dat stapsgewijs groeien beviel hem wel. Fortgens heeft op deze manier nooit meer bestellingen aangenomen dan hij aankon, zegt hij. In het begin sprak hij met winkels af dat ze de helft aanbetaalden. Zo had hij steeds genoeg geld om de materialen in te kopen. Eén keer kreeg hij financiële hulp in die beginjaren, 25.000 euro talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds. De eerste twee seizoenen maakten Fortgens en Bindels de kleding nog helemaal zelf, daarna werkten ze met kleine naaiateliers in Nederland. Nu zijn dat fabrieken in Portugal, Oekraïne en Bulgarije.

Hij zegt lange tijd gratis publiciteit te hebben afgehouden, zoals interviews en het kleden van beroemdheden. „Stylisten van Kendall Jenner en Justin Bieber vroegen eens kleding op, maar dat hoefde niet voor mij. Dat leverde op het atelier discussie op: welke kans laat je hiermee liggen? Maar ik vind het veel leuker als mensen onze kleding kopen omdat ze het mooi vinden, niet omdat een of andere beroemdheid het een keer heeft gedragen.”

Met interviews met actrice Tilda Swinton, Coldplay-bassist Guy Berryman en de fans van Fong-Leng

Magazine #41 Mode

Lees alle stukken (vanaf 4 september online)

Die tijd is voorbij. Hij wil nu eenmaal groter worden in Europa. „In Azië en Amerika vinden ze onontdekte merken vet. In Europa willen mensen vooral níét anders zijn, denk ik. Daar kopen ze bekende merken, gaat het meer om de logo’s.” Dus om voet aan de grond te krijgen in Europa „moeten mensen onze kleding gewoon vaker hebben gezien. We zijn ook een bedrijf: Japan gaat nu iets slechter, Amerika iets beter, maar Trump doet rare dingen.” Dus de 50.000 euro van het het Cultuurfonds Mode Stipendium besteedde hij aan het Parijse pr-bureau Radical. Rappers als Bad Bunny, Vince Staples en Pusha T hebben inmiddels zijn kleding gedragen, net als NBA-basketballer Russell Westbrook en Achraf Hakimi, voetballer bij Paris Saint-Germain. Het bedrijf kan grotere orders nu ook aan, zegt Fortgens. „De spreadsheets. De belasting. De administratie. Dat is allemaal pas een paar jaar op orde.”

Op creatief vlak zet hij ook stappen. Een tijdje had hij daarvoor weinig ruimte in zijn hoofd. Er was het ziekbed en uiteindelijk overlijden van zijn vader. Intussen kreeg hij een kind met zijn partner Jet en co-ouder Sean. Alleen Jet heeft een romantische relatie met Sean en ze wonen met z’n vieren in één huis.

Het afgelopen jaar heeft Fortgens meer tijd gehad om te experimenteren. „Met die rafels en losse draden ben ik ook wel een beetje klaar, eerlijk gezegd. Wat ik wil onderzoeken is extreme imperfectie. Als je je binnen vijf seconden moet aankleden omdat je snel de deur uit moet, en je komt in een storm terecht, hoe ziet dat er dan uit?”

Source: NRC

Previous

Next