Saïd Ouissal TechondernemerMet zijn softwarebedrijf in Silicon Valley is Saïd Ouissal een van de succesvolste Nederlandse techondernemers. „Het systeem werkt beter dan veel mensen denken.”
Techondernemer Saïd Ouissal, oprichter van softwarebedrijf Zededa in Silicon Valley.
De naam is Marokkaans, het logo is Hollands oranje en de locatie is Silicon Valley. Saïd Ouissal (48) is een van de succesvolste Nederlandse techondernemers van wie je nog nooit hebt gehoord. Hij leidt in San Jose zijn eigen softwarebedrijf: Zededa. In 2016 richtte hij het op. Zeven jaar eerder had zijn toenmalige werkgever hem een baan voor drie jaar aangeboden in Californië, wat in het begin „behoorlijk wennen” was geweest.
„Amerika was niet een land waar ik van jongs af mee bezig was. Ik had meer met Frankrijk, waar ik ook stage had gelopen. Maar na mijn studie computertechniek ben ik in Nederland voor verschillende Amerikaans geleide bedrijven gaan werken en kwam ik hier vaak. Eerst in Los Angeles, het Amerika dat ik kende van televisie, en toen hier, elke zes weken heen en weer. Pas in Silicon Valley begon ik te denken: er zijn hier meer opportunities dan waar ook ter wereld”, vertelt hij in zijn kantoor bij een flesje ijsthee.
Na de geboorte van zijn oudste zoon – inmiddels high schooler – ging het knellen. „Met een baby thuis werd al dat reizen lastig. En mijn vrouw leek het een leuk avontuur om een tijdje hier te wonen.”
Het was politiek, economisch en maatschappelijk een bijster interessante periode in 2009. „Barack Obama was net president. Het gevoel was echt ‘oh wow, dit land gaat een andere fase in’. Wij waren heel blij om hier te komen in die tijd. Ik kan me wel voorstellen dat mensen die nu zo’n mogelijkheid hebben en naar dit land kijken, denken: is dat wel waar ik naartoe wil?”
Dat hij destijds moest wennen, had niets te maken met de politieke actualiteit, maar met culturele en praktische verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten. „Een goede vriend waarschuwde ons: mensen in Amerika zijn heel vriendelijk, maar dat betekent niet dat ze ook je vriend zijn. Dat moet je leren scheiden. Overal waar je komt vragen mensen: ‘how are you?’ In het begin antwoord je hoe het gaat, maar dat blijkt niet de bedoeling, het is een groet, geen vraag.”
Said Ouissal heeft sinds een paar jaar naast de Nederlandse ook de Amerikaanse nationaliteit.
Wie:Saïd Ouissal (Enschede, 1977)
Beroep:Oprichter Zededa, een softwarebedrijf voor ‘edge computing’
Voor het eerst naar VS:In 1999, met zijn vriendin (inmiddels vrouw), ruim twee weken op een zakenreis en vakantie naar Los Angeles. „Hollywood, Disneyland, Santa Monica, Venice Beach. Een superreis, maar ook confronterend hoe je op één minuut van elkaar de grootste rijkdom en de diepste armoede zag.”
Wat is er veranderd?„Dit is altijd een land van extremen, van politieke actie-reactie geweest. De verschuiving van de VS als wereldmacht met de blik naar buiten gericht naar America first is een grote verandering die gepaard gaat met afschrikwekkend beleid.”
Ouissals verhuizing van Amsterdam naar Silicon Valley is moeilijk te vergelijken met die van zijn ouders, begin jaren zeventig, van Sefrou, in Marokko, naar Enschede. „Mijn ouders kwamen als gastarbeiders, het idee was dat ze na een jaar of tien werken weer terug zouden gaan. Veel mensen leefden daar ook naar, maar mijn ouders hadden de instelling: het kan ook dat we hier blijven. Zij waren heel erg bezig met wat we nu integratie noemen. Diezelfde mentaliteit hebben wij hier toegepast: we gingen het in eerste instantie voor drie jaar proberen, maar nooit met een idee van tijdelijkheid.”
De VS zijn een stuk makkelijker om in te burgeren, zegt hij. „Het lijkt en voelt met de huidige politiek niet zo, maar dit is en blijft een immigratieland dat al 250 jaar golven nieuwkomers gewend is en die accepteert.”
In deze rijke bubbel in Californië bestaat weinig animositeit tegen vreemdelingen. Ook elders in de VS heeft hij geen vervelende dingen meegemaakt. In Nederland trouwens ook niet, zegt hij. Als Amerikanen vragen waar hij vandaan komt, zegt hij Nederland. „En dan vertellen zij soms met trots over hun Nederlandse voorouders.”
Waar hij vandaan komt is nooit ‘een ding’. „De belangrijkere vraag hier, zeker in gesprek met potentiële investeerders, is: waar heb je gestudeerd. Dan verwachten ze Stanford University of MIT (Massachusetts Institute of Technology). Als ik dan zeg ‘Hogeschool Enschede’, krijg ik een reactie als: ‘Say what? Gezondheid!’” Niet alleen kennen ze het instituut niet, de Hollandse uitspraak ervan klinkt alsof hij ziek is. „Ze kunnen me niet plaatsen.”
Het was buurthuis De Boei dat Ouissal indirect naar de VS bracht. Daar leerde hij, toen hij zeven jaar oud was, zijn eerste en eeuwige liefde kennen: de computer. Zijn vader had zichzelf en hem opgegeven voor een gratis cursus. „Dat was mijn eerste ervaring met computerspellen en ik was meteen verkocht.” Hij kreeg een paar jaar later een eigen computer, leerde programmeren. Het internet bestond nog niet, dus hij las computertijdschriften en ging elke zondag naar een computerclub. „Dan kwamen al die geeks en nerds samen. We pakten onze computer in een kartonnen doos, fietsten naar zo’n club en zetten ’m daar weer op. Dan werd er software uitgewisseld en kon je praten over trends. Ik speelde niet veel buiten.”
Europa, zegt hij, was toen sterker in de ontwikkeling van wat de home computer heette. „Amerika was helemaal niet zo leidend.” Hij draait zijn vinger rond in de lucht en wijst naar buiten, naar het beton en glas waar reuzen als Nvidia, Adobe, Cisco en vele startups, financiers en advocaten zitten. „Dit was meer landbouw dan tech.”
Dat hij hier nu een eigen bedrijf heeft met 120 werknemers op drie continenten en een geschatte waarde van zeker 400 miljoen dollar (hij wil dat bevestigen noch ontkennen), voelt toch als iets wat alleen op deze plek in de wereld mogelijk is. Hij had het niet meteen toen hij aankwam, maar wel na negen jaar bij drie verschillende bedrijven en „met een netwerk van mensen die in je geloven en je willen helpen, financieel of door voor je te werken”. En met een goed idee over wat voor technologie in de toekomst belangrijk zal zijn, natuurlijk. Bovendien, zegt hij: „Een bedrijf beginnen is hier ontzettend gemakkelijk, zoals alles in Amerika gericht is op gemak.”
Wat Zededa (Marokkaans-Arabisch voor ‘nieuw’) doet heet edge computing. Ouissal heeft een besturingssysteem gebouwd dat apparaten ‘slim’ maakt en bedrijven helpt data van hun machines, fabrieken en centrales onmiddellijk te analyseren. Zijn grote klanten zijn energieconcerns die er boorplatforms mee kunnen aansturen en autofabrikanten die de informatie die auto’s opslaan in een plaatselijke garage uitleesbaar maken. En rederijen, die met deze software op afstand de temperatuur in een container bananen op zee kunnen aanpassen, zodat de vruchten de juiste rijpheid hebben op het moment dat ze aan land komen. Om maar een paar voorbeelden te noemen.
Said Ouissal in San Fransisco
Van een startup zo’n succes maken is typisch voor de metamorfose van deze vallei in de afgelopen decennia – en het achterblijven van een Europese techsector. Van de vijftig grootste technologiebedrijven, zijn er maar een handjevol Europees.
„Het ecosysteem dat hier ontstaan is, is moeilijk te kopiëren: de wisselwerking tussen academische instituten zoals Stanford, investeerders met echt heel veel geld en grote tech bedrijven die talent ontwikkelen, zoals Google en Facebook. Er is een vliegwiel dat maar blijft leveren: meer banen, meer mensen die hier komen studeren, meer durfkapitaal dat risico’s durft te nemen omdat ze weten dat wat slaagt genoeg oplevert om wat mislukt te compenseren.”
Zeker zo belangrijk: „De overheid houdt wat toezicht, maar bemoeit zich er niet mee. Het is organisch ontstaan omdat er geen beleid is.” Dat is een recept dat in Europa zwaar op de maag zal liggen. „Als overheden zich erin gaan mengen, gaat het meestal niet de goede kant op”, lacht Ouissal.
Die afzijdigheid van het plaatselijke en landelijke bestuur maken dat het voor hem, professioneel, weinig uitmaakt wie er in het Witte Huis zit. „Wij doen geen zaken met de overheid, dus dat is ook niet belangrijk.” Onder Trump gaan visa-aanvragen voor buitenlandse medewerkers heel erg traag. „Meer door personeelstekort en verwarring dan beleid, maar het is vervelend. Dat Trump meer binnenlandse industrie wil, is weer positief voor ons.”
Ouissal zegt „niets met politiek” te hebben, maar dat blijkt niet helemaal waar. Hij mocht vorig jaar voor het eerst stemmen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen en had zich verdiept in alle lokale races en referenda. Op de vraag of hij bovenaan het stembiljet het vakje Kamala D. Harris of Donald J. Trump inkleurde, zegt hij: „No comment.”
„In de huidige polarisatie betekent vertellen wat je gestemd hebt al snel dat je dat dan moet verdedigen.” Dat je door anderen wordt gezien als medeplichtig aan wat deze of de vorige regering heeft gedaan: het uitzetten van mensen zonder enig proces of het wagenwijd openzetten van de grenzen. „Ik zit meer in het midden. Ik heb op dat ellenlange stembiljet op politici van beide partijen gestemd, afhankelijk van het onderwerp.”
Hij is nog bezig de winst van Trump te analyseren – voor zichzelf en alle vrienden en familie in Europa en Marokko die hem er met verbijstering naar vragen. „Wat je ook van hem vindt, als iemand die zó veel zó negatief in het nieuws is opnieuw wordt gekozen, is dat wel een signaal van de kiezers. Voor veel mensen was wat hij gedaan heeft blijkbaar minder erg dan doorgaan met de Democraten. Die lijken hun anker kwijt, ze weten niet meer waar ze voor staan. Bij Trump is dat tenminste duidelijk.”
Dit is de laatste aflevering van de serie waarin NRC Nederlanders interviewt die een sterke persoonlijke band met de VS hebben. Veranderen hun gevoelens en ideeën over het land, nu dat onder Trump zo verandert?
Lees hier alle afleveringen
Juist Ouissals eigen techsector, van oorsprong erg Democratisch gezind, gooide met Elon Musk voorop haar gewicht achter Trump. „Ik weet niet waarom. Misschien is het demografisch. Jonge mensen stemmen over het algemeen linkser en oudere mensen rechtser.” En Big Tech wordt niet meer geleid door jonge honden.
„Kiezersgedrag is heel erg actie-reactie. Elke regering, met maar zekere macht tot de volgende Congresverkiezingen, neemt meteen hele drastische maatregelen. Dat zagen we bij Obama, Trump, Biden en nu weer Trump. Veel daarvan is aspiratie en wordt uiteindelijk uitgesteld, teruggedraaid of door een rechter tegengehouden. Er gaat wel een afschrikkende werking van uit. Maar ik heb het vertrouwen dat het systeem de drie machten wel in balans houdt. Dat het systeem beter werkt dan veel mensen nu denken.”
Politieke en maatschappelijke turbulentie, zegt hij, is hier van alle tijden. Toen hij in 2009 naar de VS onder Obama verhuisde „waren er de protesten van Occupy Wall Street, nu staan ze te demonstreren bij de Tesla-dealer. In de jaren 60 en 70, met de Vietnam-oorlog en de burgerrechtenbeweging, vroegen mensen zich ook af ‘is het einde nabij?’ Als bedrijf moet je je daar niet te veel door laten leiden, maar je heads down richten op wat je wel onder controle hebt.”
En als mens, als immigrant, als vader van drie? „Je kinderen zo weerbaar en vindingrijk mogelijk opvoeden en hopen dat zij het ook kunnen relativeren.”
Hij kijkt met bijzondere interesse naar hoe de relatie tussen de VS en Europa verandert. De ochtend na de ontploffing tussen Trump en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky in februari vloog hij van Frankfurt terug naar San Francisco. De beelden uit het Witte Huis waren overal op het vliegveld te zien en in de lounge zeiden Amerikanen tegen elkaar dat ze blij waren te vertrekken. „Want niemand hier mag ons op dit moment.”
Trumps afkeer van Oekraïne en dreigementen tegen de NAVO-bondgenoten, maken Europeanen zenuwachtig. „Amerika is altijd een vangnet geweest voor Europa, niet alleen qua defensie, maar ook economisch. Dat gaf een gevoel van veiligheid: if the shit hits the fan komt de cavalerie wel van over de oceaan. Het is te afhankelijk geworden. Nu dat vangnet er niet meer vanzelfsprekend is, overheerst onzekerheid.” Maar ook hierover is hij optimistisch. „Ik geloof niet dat de Amerikanen ons ooit echt in de steek zullen laten.”
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?