Jong in Nederland „Superaardig”, vindt Mateja Tolhuijsen de man van zijn moeder. Hun nieuwe grote huis is „een hele verandering voor mensen die het nooit breed hebben gehad”.
Mateja Tolhuijsen wilde als kind trauma-arts worden.
Mateja Tolhuijsen is „niet van de grote hoogtes en diepe dalen”, vertelt hij in het voorjaar van 2022. Hij drinkt weinig alcohol. Zit niet vaak op sociale media. Heeft nooit drugs gebruikt. Eet alles, „behalve spruiten”. Houdt zich goed aan de paar regels die zijn moeder er thuis op nahoudt.
Mateja Tolhuijsen (22) woont in Lelystad en werkt bij de brandweer.
Hij komt uit „een familie van zorgers”. Zijn oma was hoofd verpleegkunde in een ziekenhuis. Zijn broer, voetbalcoach van een jeugdteam, staat kinderen ook buiten het veld bij als ze met iets zitten. Zelf hoopt Mateja trauma-arts te worden. Via een mbo-opleiding sociaal werk – Mateja zit op dat moment in het tweede jaar – naar een hbo-opleiding medische zorg. Daarna: geneeskunde studeren.
Sinds twee maanden heeft Mateja een vriendin, ze zijn sinds zijn zevende „beste maatjes”. Aan vrienden heeft hij geen gebrek. Tijdens de pandemie keken ze thuis films toen de bioscopen dicht waren. En als linksback van het eerste elftal van ASV Dronten is hij niet slecht, maar ook geen uitblinker. „Ik weet wat ik wil bereiken en wat daarvoor nodig is”, zegt hij. „Je moet gewoon nooit opgeven.”
Waar hij minder vat op heeft: zijn vader. Die verliet zijn moeder toen Mateja een jaar was. „We hebben weleens contact gehad, maar dat duurde niet lang. Ik hoef hem niet in mijn leven. Ik mis hem niet, want ik ken hem niet.”
Mateja in 2018.
Mateja in 2025.
In de daaropvolgende jaren komt zijn vader, die zeven kinderen met zes vrouwen heeft, vaker ter sprake. „Ik heb hem niet nodig”, zegt Mateja in oktober 2022. „Ik weet niet hoe het is om een vader-zoonrelatie te hebben.”
De vriend van zijn moeder is gelukkig „superaardig”. Die laat een vrijstaand huis in Lelystad bouwen, waar hij met zijn moeder, zusje en twee broers gaat wonen. De vriend van zijn moeder heeft twee jonge kinderen uit een eerdere relatie, met wie Mateja het goed kan vinden. „Als mijn moeder maar gelukkig is”, antwoordt hij op de vraag wat hij van een samengesteld gezin vindt. Een vrijstaand huis is „een hele grote verandering voor mensen die het nooit breed hebben gehad”.
In het jaar dat zijn moeder met trouwplannen komt – Mateja is achttien – gaat hij voor het eerst met zijn vriendin op vakantie. Vijf weken in een minuscuul appartement op de Filippijnen, het land waar zij vandaan komt, dat viel niet mee, vertelt hij. „We werden horendol van elkaar. Ik begon me zelfs te irriteren aan het feit dat ze te hard ademde.” Anderhalf jaar later gaat het uit, maar ze blijven bevriend.
Mateja heeft de geboortejaren van zijn opa en oma op zijn arm, en de voorletters van zijn broers en zusje.
Zijn moeder trouwt. Ze gaan in het nieuwe huis wonen. „Nederlanders met halfbloedjes”, grapt Mateja in de zomer van 2024 – zijn vader is Surinaams, „in het begin was het even wennen, al die aardappelen in plaats van rijst”. De hbo-opleiding medische zorg beviel hem minder goed dan gedacht. Hij is gaan werken als begeleider in de psychiatrische zorg.
In 2025 blijkt dat Mateja de bakens opnieuw heeft verzet. Hij heeft een opleiding van vijf maanden bij de brandweer gevolgd, waar zijn vier jaar oudere broer werkt. Daar verdient hij heel behoorlijk, vindt hij. „Mensen helpen” trekt hem nog steeds. Zijn droom is om duiker te worden, en vermiste personen te vinden. Een duikersdiploma haal je in zes weken, zegt hij.
Met zijn vader heeft hij nog altijd geen contact. Hij zag hem een keer lopen, en negeerde hem. „Hij doet geen moeite voor mij, dus waarom ik wél voor hem?”
Mateja in 2025.
Source: NRC