Home

Een jongetje staat in de hoek met spaghetti in zijn haar

Kinderboek Ben je slecht als je stout bent, of is iedereen weleens stout? Daar gaat het prentenboek In de hoek van Pieter van den Heuvel over. Een slang, een giraf, twee konijnen met bloempotten op hun kop – allemaal belanden ze voor straf in de hoek.

Astrid Lindgren liet Pippi Langkous ooit zeggen: „Ze hebben me eens willen straffen, maar ik snapte nooit waarvoor.” Het lag in lijn met haar karakter, maar er sprak ook een begripvolle boodschap uit: een straf kan verwarrend zijn voor een kind. De wereld is nieuw, dus ook de regels. Ben je slecht als je stout bent, of is iedereen weleens stout? Daar gaat het prentenboek In de hoek van Pieter van den Heuvel over.

Een jongetje staat in de hoek met spaghetti in zijn haar, hij heeft zijn vork en mes nog in zijn hand, twee gehaktballen liggen op de grond achter hem. Vanuit zijn ooghoeken gluurt hij beduusd naar achteren. Hij heeft duidelijk iets gedaan wat niet mag. Een gans met vier jongen komt aangewaggeld vraagt hem waarom hij daar staat. „‘Ze zeggen dat ik iets stouts heb gedaan.’” Al snel voegt een dalmatiër zich bij hem. Aan zijn riem hangt een paaltje met een kluit aarde eronder. Hij heeft ook iets stouts gedaan. „‘Mag ik erbij komen staan?’”

Beeldgrapjes

De illustraties in dit prentenboek lopen telkens over twee pagina’s en dat creëert ruimte, wat maar goed is ook, want iedereen is weleens stout. Terwijl op de linkerpagina de jongen en de dalmatiër in de hoek staan, komt op de rechterpagina een ezel met hangende kop aanlopen. „‘Volgens mij heb ik ook weleens wat stouts gedaan.’ ‘Echt? Dan mag je bij ons komen staan.’” De humor in het boek geeft op een mooie manier veiligheid aan het onderwerp. Een slang, een giraf, twee konijnen met bloempotten op hun kop, ze mogen er allemaal bij in de hoek.

Van den Heuvel weet net als in eerder werk de prenten aan elkaar te verbinden met grappige elementen. Eland staat in de hoek, omdat hij een waslijn heeft meegenomen met zijn gewei. Van den Heuvel laat deze waslijn over elke volgende pagina doorlopen. Het behang in de kamer doet denken aan gelinieerd papier: het is voor ons allemaal moeilijk om tussen de lijntjes te schrijven.

Het lijkt misschien vergezocht om dat erin te willen lezen, maar het zijn dit soort beeldgrapjes waarmee Van den Heuvel zich onderscheidt. Hij gooide hoge ogen met zijn debuut De Verhuisdieren (2020), een tot vier meter lang uitvouwbaar harmonicaboek waarin een trektocht van dieren voorbijtrekt. In 2021 verscheen Een toren van koe, een absurdistisch kinderboek over een groeiende veestapel. Met In de hoek ontwikkelt hij zich weer verder.

Beestenbende

In zijn voorgaande werk stond de tekst op rijm – een beproefde stijl die, mits goed gedaan, het taalgevoel ontwikkelt bij kinderen en een ritmische structuur geeft. Van den Heuvel liet zien dat hij daar bedreven genoeg in was, maar in In de hoek heeft hij deze vorm losgelaten. Daardoor is zijn prentenboek nog authentieker geworden. Het absurdisme dat in al zijn werk terugkomt, klinkt nu ook door in de tekst. In eigenwijze korte zinnen ontvouwt zich het verhaal dat even sterk is als de prenten. Van den Heuvel maakt er net als in eerder werk een hele beestenbende van in de hoek, maar laat ook zien dat een straf niet voor eeuwig is en dat je het weer goed kan maken.

„‘Waar is eland ineens gebleven?’ ‘Die mocht de hoek verlaten… Want hij zei net sorry.’” De eland, de bokken, de struisvogel, kat, iedereen zei sorry. Langzaam is de hoek leeggelopen. Dat klopt weer mooi met die lijntjes: we beginnen na een ruzie met een schone lei. Heerlijk eigenwijs is de laatste bladzijde waarin aan het jongetje gevraagd wordt waarom hij eigenlijk geen sorry zegt. „‘Omdat ik vind dat ik niks stouts heb gedaan.’”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next