Noren zijn een risicomijdend volk. Alles draait om orde en veiligheid, ontdekt Scandinavië-correspondent Jeroen Visser tijdens een bezoek. Zelfs de activisten van Extinction Rebellion maken geen stampij.
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
De speech van de Noorse minister over inflatie en werkloosheid wordt plotseling onderbroken door twee demonstranten van de klimaatactiegroep Extinction Rebellion. Onderbroken? Nee, dat is niet het goede woord. De minister praat rustig verder, terwijl de activisten een banier omhoog houden met de tekst: ‘Plan voor uitfaseren olie nu!’
Dan verschijnen vier kleerkasten in burgerkleding om de demonstranten te verwijderen. Wat zal er nu gebeuren, getrek en geduw? Geschreeuw tegen publiek en minister? Nee, niks van dat alles. De activisten verzetten zich niet, roepen niks en gaan rustig mee de zaal uit.
Zijn de Noren de keurigste mensen op aarde? Dat gevoel bekruipt je als je een week in het land op pad bent. De wegen zijn goed onderhouden, iedereen is beheerst en aardig en de demonstranten van Extinction Rebellion Noorwegen maken niet alleen geen stampij, ze kondigen hun acties ook keurig van tevoren aan.
Toegegeven, het gevoel dat alles in Noorwegen om orde en veiligheid draait heeft ook te maken met de gloednieuwe auto die we hebben gehuurd. Deze zit vol met sensoren die in de gaten houden of je aandacht wel bij het verkeer is.
De sensoren zijn nogal gevoelig afgesteld, want je hoeft maar even opzij te kijken of het dashboard piept en er verschijnt een waarschuwing: ‘Je hebt je aandacht er niet bij!’ Of: ‘U zit niet helemaal rechtop!’ Pieperdepiep! Bij herhaling volgt een dringend advies: ‘Tijd voor een koffiepauze?’
Maar goed, ere wie ere toekomt, Noorwegen is een van de veiligste landen voor weggebruikers. Het land kende in 2024 per 1 miljoen inwoners slechts twintig verkeersdoden, het laagste aantal in Europa.
In het zuidelijke kuststadje Arendal zitten we nietsvermoedend in een stadsbus naar het centrum als de chauffeur omroept dat iedereen zijn gordel om moet doen. Het dragen van een gordel is verplicht als ze in de bus beschikbaar zijn. Sinds een jaar of tien, zo lees ik op een nieuwssite, controleren inspecteurs geregeld of iedereen in de bus zich aan deze regel houdt, anders dreigt een boete van 125 euro. Een van de inspecteurs die aan het woord komen heeft als achternaam Tryggestad, wat je kunt vertalen als ‘veilige plek’. Ik bedoel maar.
Tijdens onze reis bezoeken we een waterkrachtcentrale in de bergen. We krijgen eerst een uitgebreide veiligheidspresentatie van de manager. ‘Ons doel is nul ongelukken!’, staat op zijn eerste slide. ‘Wat zijn de basisregels waar we ons aan houden?’, vraagt hij ons. ‘We rapporteren en leren van onveilige situaties.’ En: ‘We stoppen meteen bij gevaarlijke situaties.’ We krijgen ook een foto te zien van het ontmoetingspunt in het geval van een calamiteit en een lijst met noodnummers die we kunnen bellen.
Gezien deze voorbereiding, vragen we ons even af wat ons te wachten staat. Eenmaal binnen lijkt er evenwel weinig mis te kunnen gaan. Het personeel is al naar huis en de watersluizen en generatoren draaien veilig achter metalen hulzen. Vijf minuten later staan we weer buiten.
Begrijp me niet verkeerd, risicobeheersing en orde zijn belangrijk, maar het ene land geeft er meer om dan het andere. De Noren moeten in de hoogste regionen vertoeven.
Na het bezoek aan de waterkrachtcentrale spreken we op een inspraakavond met omwonenden, die boos zijn over de lage waterstand. De waterkrachtcentrale krijgt de schuld. ‘We gaan vanavond eens flink van ons laten horen’, zegt een boerin. Maar als een van de boze omwonenden het woord krijgt, volgt een beheerst verhaal met aan het eind een vraag die door iemand van het lokale bestuur rustig wordt beantwoord. De hele avond valt er geen onvertogen woord en aan het eind gaat iedereen weer veilig naar huis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant