Burgers voelen al langer vervreemding als het om overheid en bestuur gaat. Het rompkabinet-Schoof is het jongste symbool van bestuurlijke leegte en democratisch onvermogen. Is herstel mogelijk?
Er was eens een huis. Geen huis van steen en hout, maar een huis van ideeën, verantwoordelijkheden en verhoudingen. Het werd ontworpen in 1848, door een man die zijn pennenstreken niet gebruikte om macht te vergaren, maar om macht te verdelen: Johan Rudolph Thorbecke.
Thorbecke zag een land dat snakte naar modern bestuur. Waar vorst, volk en vertegenwoordigende macht elk hun plaats zouden kennen. In zijn grondwetsherziening bouwde hij aan een visionaire structuur: het Huis van Thorbecke.
Over de auteur
Sjoerd C. Hania is actief voor Meevolutie, dat zich inzet voor een nieuw politiek en bestuurlijk discours en een herontwerp van de Nederlandse democratie.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Het had geen dak van goud, geen torens van ijdelheid. Maar het stond als een huis. Een gedecentraliseerde eenheidsstaat, met drie bestuurslagen: het Rijk, de provincies, en de gemeenten. Elk met een eigen mandaat, een eigen taak, en de wederzijdse plicht tot transparantie, verantwoording en samenwerking.
De basis was vertrouwen. De architectuur: de rechtsstaat. De fundering: de burger.
Decennialang hield het huis stand. Het overleefde oorlogen, welvaartsstromen, kabinetten en crises. Maar onzichtbaar begon de erosie. Bestuurders gingen elkaar vooral als ketens in een systeem beschouwen, en niet als schakels in een gemeenschap. Politiek verschoof van beginselen naar beeld(buis)vorming. En onder het mom van efficiëntie begon men te verbouwen: schaalvergroting, privatisering, marktwerking.
Gemeenten fuseerden, maar verloren gezicht. Provincies raakten op afstand van zowel Den Haag als de burger. De rijksoverheid greep in waar het uitkwam, en schoof af wat het niet meer wilde dragen. De burger werd cliënt, klant, of casusnummer. En zo begon het huis van binnenuit te verweren.
Wie het nog betrad, trof holle echo’s, procedurestapels, en dienstverleners met hun rug naar de samenleving. De deuren bleven ogenschijnlijk open, maar de sleutel lag ergens op een ministerie, onder toezicht van een algoritme.
De grootste schade werd echter niet zichtbaar in wetten of structuren, maar in het verlies van democratische moraal. Verantwoordelijkheid werd doorgeschoven. Aansprakelijkheid werd verdampt in beleidslagen. Integriteit werd een reputatiekwestie, geen innerlijke plicht. Parlementaire controle verschoof naar damage control. En wie kritiek had, werd vaak geneutraliseerd met communicatie in plaats van gehoord in dialoog.
De Tweede Kamer raakte overbelast, overspoeld en onderbemand. Controlerende organen klonken soms scherp, maar te vaak pas ná het onherstelbare. Gemeenteraden, ooit dicht bij het dagelijks leven van burgers, verloren invloed aan regionale samenwerkingsverbanden, zoals regio foodvalley en 8RHK, waar geen directe verantwoording bestond. De geest van Thorbecke, die van nabijheid, van dienend bestuur, van constitutionele balans, werd vervangen door technocratie, juridische vermijding en het politieke kortetermijndenken.
We hadden al de jarenlang slepende toeslagenaffaire, die duizenden gezinnen kapotmaakte, vermalen tussen wantrouwen en algoritmes. Ook in Groningen werden waarschuwingen genegeerd en levens beschadigd, terwijl verantwoordelijkheid werd doorgeschoven. En vorige week het Gaza-debat dat de Kamer deed splijten en liet zien hoe buitenlandse politiek en binnenlandse moraal botsen zonder kompas.
Dit komende politieke jaar starten we met een rompkabinet onder premier Dick Schoof. Een bestuur met nauwelijks steun in de Kamer, een top-symbool van bestuurlijke leegte en democratisch onvermogen. Wat resteert is een façade. Er is nog een regering, een parlement, een gemeentehuis. Er zijn debatten, verkiezingen en beleidsnota’s. Maar het huis leeft niet meer. Het ademt niet meer met de samenleving mee.
De burger ervaart vooral machteloosheid. Of erger: vervreemding. Wetten worden zonder inspraak gemaakt, participatie verdampt in procesformaten, en klachten verdwijnen in zwarte gaten van ‘niet-ontvankelijkheid’.
De overheid is voor velen geen ‘ons’ meer, maar een ondoorgrondelijke kracht. Burgers voelen zich niet gehoord, alleen gescand, gewogen, geanalyseerd. En wie zich wendt tot de instituties met zorgen, vragen of integriteitsmeldingen, loopt geregeld vast in een systeem dat zichzelf verdedigt, maar zelden zichzelf corrigeert.
Een ruïne hoeft geen einde te zijn. In Italië bouwen ze soms rondom de ruïnes van oude tempels nieuwe pleinen. In Berlijn liet men stukken van de Muur staan, als geheugensteun. En zelfs een ingestort huis kan inspireren tot herbouw, mits men wil luisteren naar de lessen van het verval.
Hebben we de moed om te erkennen dat het huis van Thorbecke is afgegleden tot een ruïne? En belangrijker: hebben we de visie, de nederigheid én de collectieve wil om het te herbouwen? Niet als monument, maar als leefbare plek voor de democratie van morgen? Want wie de ruïne blijft camoufleren met beleidsjargon, afleidingsprojecten en systeemherstel zonder zingeving, die helpt niet herbouwen. Die stapelt slechts puin.
Wie echter luistert naar burgers, vertrouwen in menselijke maat herstelt en de plicht hernieuwt tot verantwoording, kan steen voor steen beginnen met het opbouwen van iets beters. Misschien niet identiek aan Thorbecke’s ontwerp. Maar wel in zijn geest. Een Huis van Waardigheid, waarin ieder zich weer thuis kan voelen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant