Home

Een ontroerende debuutroman die laat zien hoe eenzaam het kan zijn om jezelf te verliezen in een ander

Sophie Visser In de debuutroman ‘De eerste’ kijkt de verteller terug op de obsessieve liefde die ze als veertienjarige voelde voor een klasgenoot.

Het chatprogramma MSN Messenger van Microsoft werd in de eerste jaren van deze eeuw veel gebruikt.

Het is een eenvoudig, intrigerend uitgangspunt: je hebt alles wat je wilt en toch heb je terugkerende, ontwrichtende dromen over je ex. Laura, de verteller in de debuutroman De eerste van Sophie Visser, inmiddels moeder en schrijver, keert terug naar haar vroegere zelf van veertien, die ziekelijk verliefd wordt op haar klasgenoot Christian. De vragen die het boek stuwen is hoe het met deze liefde is afgelopen en waarom deze periode in haar leven zo’n impact heeft gehad: „Mijn eerste liefde ging dieper dan andere eerste liefdes. Ik weet natuurlijk niet of dat echt zo is; ik kan alleen mijn eigen ervaring beoordelen, niet die van anderen. Maar nu ik hem weer zie, in mijn dromen, voel ik dat de impact die hij op me had – heeft – dusdanig is dat ik die niet goed kan vatten.”

In het onderzoek naar deze verliefdheid gaat ze haar herinneringen af en probeert ze opnieuw te zien wat ze destijds zag: „Hij kwam zowel teruggetrokken als dominant over, in elk geval op geen enkele manier onzeker of onderdanig. [...] Hij droeg de hele wereld met zich mee, eentje waar ik doodsbang voor was, en tegelijkertijd zo nieuwsgierig naar dat ik er soms van stikte.” Deze dualiteit blijkt intrigerend én verslavend, het is brandstof voor een verliefdheid die alles op scherp zet. Het geeft haar dagen een doel, haar gedachten een richting. Geleefd worden door een obsessie geeft bovendien de sensatie dat alles betekenis heeft, dat je voortdurend ergens naartoe leeft: „Mijn hersenen maakten zich klaar om de aandacht weer te storten op het anticiperen, het verheugen, het voorbereiden, het kiezen van een outfit.”

Ze verkent de aantrekking, het gevoel van gevaar, onvoorspelbaarheid, het willen begrijpen en redden van de ander en moet constateren dat ze destijds, naast Christian, boven alles zichzelf verloor. Het is interessant hoe de ogenschijnlijk onschuldige relatie die ze krijgen, iets blootlegt over haar eigen ontwikkeling, die daar verstoord raakt. Ze voelt zich dusdanig afhankelijk van hem, dat ze allerlei controlemechanismen optuigt om daar tegenwicht aan te bieden, zoals het treffen van eindeloze en verstikkende voorbereidingen (eindeloos wegen, sporten en ontharen), het fantaseren en verheugen, tot een eetstoornis toe. „Ik begon te verdwijnen en tegelijkertijd draaide alles alleen nog maar om mij.” De roman geeft een treffend beeld van hoe eenzaam het kan zijn om te verdwijnen in een ander en hoe serieus de gevolgen kunnen zijn.

Perfectionistische eisen

In De eerste laat de verteller haar eerste intense liefde opnieuw door haar vingers gaan, om hem te begrijpen en zo, uiteindelijk, te ruste te leggen. De volwassen Laura ontfermt zich over haar jongere versie, om er met afstand en mildheid een inzichtelijk verhaal van te maken. Ontroerend zijn de passages over de gesprekken op school, met de zoekende mentor, rector en ouders die Laura’s tegenvallende schoolprestaties niet kunnen plaatsen en met oppervlakkige vragen naar de kern blijven tasten, terwijl zij het zelf wél weet – haar verstikkende angsten, de obsessieve verliefdheid, haar perfectionistische eisen over haar uiterlijk – maar het niet durft te zeggen. Millennials onder ons kunnen genieten van de gedeelde jeugd: van Avril Lavigne, Shakira en de discman, tot het je verschansen met een tosti achter de computer voor MSN, met meldingen als ‘C-R-I-S is online’ en – je hart maakt een sprong – het ‘pududum’-geluid.

In een stijl zonder opsmuk maar met eerlijkheid en humor, slaagt Visser erin om een urgente zoektocht op te zetten naar het verleden. Ze komt tot gelaagde analyses van wat er in wezen gaande is, zoals de angst om niet te weten wie je zelf bent en de onbeholpenheid die ontstaat wanneer je omgeving je structureel overschat. Je zou de veertienjarige Laura iets van deze kennis willen toefluisteren, terwijl ze totaal losgezongen door de gangen van de school beweegt. Scheur je los, zou je haar toewensen, en durf open en eerlijk te praten met een professional. Bovenal: je bent genoeg en niet alleen.

Misschien is dat de aanlokkelijke tragiek: de vroegere puber die je was willen behoeden, terwijl die zich juist onbevangen in avonturen stort en alles met een jaloersmakende intensiteit beleeft. Zonder reserves wordt Laura’s jongere zelf meegetrokken door een verhaal, omdat dat dan nog kan – en waarop de volwassen auteur later op kan terugkijken met wijsheid: „Niets is veiliger dan dromen over liefde, omdat je die niet hoeft te leven.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next