De eerste keer dat ik hoorde dat de Partij voor de Dieren glazen wanden in stallen en slachthuizen wilde, dacht ik dat ze het figuurlijk zouden bedoelen: dat consumenten eerlijke informatie moeten krijgen over wat er achter die muren gebeurt. Toen alle media erop bleven hameren dat het om echte glazen wanden ging, dacht ik: wat een flauwekul.
Glas waardoor mensen in slachthuizen en stallen kunnen kijken bestaat allang. Elk huishouden heeft meerdere ramen tot zijn beschikking in telefoons en beeldschermen. Iedereen is enkele kliks verwijderd van beelden van lijdende dieren in de productieketen, maar al zijn de beelden dichterbij dan de koelkast waarin het product van dat leed vers wordt gehouden: mensen kijken niet. Consumenten van dierlijke producten willen niet geconfronteerd worden met het leed dat ze aanrichten. De meesten zijn bij de vorige zin al opgehouden hierover te lezen. Als je een glazen slachthuis neerzet, rijden ze er plankgas voorbij.
De wegkijkers hoeven niet eens bang te zijn dat de televisie of andere media hen ongevraagd die beelden zullen tonen. Het leed en bloedvergieten in de veehouderij staan in schril contrast met de berichtgeving erover. Net als de rest van de samenleving bestaan redacties grotendeels uit consumenten van dierlijke producten. Niemand die daar staat te trappelen om beelden uit te zenden van misdaden waar de hele redactie vrolijk aan meedoet.
Bij het gevoel belogen te worden over economie, geopolitiek of klimaat, gaan weldenkende mensen naar de reclamecodecommissie, de consumentenbond of de straat op.
Maar om belogen te worden over dierlijke producten zijn diezelfde mensen bereid extra te betalen. Dan kiezen ze een product met een label dat suggereert dat het dier waar het uit gewonnen werd niet leed. Elk dier in de veehouderij wordt onder dwang gefokt, leeft kort en sterft hard. Voor een kleine meerprijs gelooft de consument dat daar niet bij geleden werd. Bio, scharrel, Beter leven, het blijft allemaal hartbrekend onnodig leed. Wat die labels doen is de klant met wreed consumptiegedrag een goed gevoel geven over zichzelf.
En dat moet dan bij zo’n raam naar binnen turen om te zien hoe kippen in stallen opgepropt wegkwijnen. Ik klikte het conceptpartijprogramma van de PvdD open. Het stond er inderdaad, weliswaar tussen allerlei minder sexy maatregelen om meer openheid over dierlijke producten te verkrijgen, maar toch: glazen wanden in stallen en transportwagens. Dat kunnen ze er alleen in hebben geschreven om media te laten happen. De glazen wanden werden in ieder geval gretig opgepikt, erdoorheen kijken wil nog niet echt lukken.
Misschien zijn dieren, mensen incluis, geholpen met meer openheid over wat veganisme is: geen dieet, geen religie maar „een levenswijze waarbij wordt afgezien van alle gebruik van en wreedheid naar dieren.” Afzien van uitbuiting en wreedheid. Wie wil dat nou niet? De meeste non-vegans kregen die mogelijkheid nooit voorgelegd. We worden allemaal als non-vegans grootgebracht. Voor je het weet zit je in dat non-vegan harnas waardoor je dingen doet waar je eigenlijk tegen bent: dieren gebruiken en er wreed tegen zijn. Geconfronteerd met je hypocrisie ga je voor je het weet ook nog goedpraten waarom je aan de wreedheden meedoet.
Uit de definitie van veganisme kan worden afgeleid wat een non-vegan is: iemand die wél dieren gebruikt en er wreed naar is. Toch zullen weinig non-vegans zichzelf zo zien. Evenmin als door ramen van slachthuizen, kijken consumenten van dierlijke producten in spiegels die tonen wat een non-vegan werkelijk is.
Source: NRC