Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Het Verfpaleis, zo heet het. Wat zacht is uitgedrukt, wat een verbluffende winkel, zo veel blikken, zo veel rollertjes, bakjes, afplaktape. Loodsachtig hoog, vrijstaand, een eiland te midden van zijn eigen betonnen zee: parkeerplaatsen. Over de hele breedte een toonbank van een kilometer: de verfhorizon.
We zijn vaak ten paleize. Sinds ik klaar ben met writen is een nieuwe epoche aangebroken, die van de kwast. We wonen in een grijs huis. Vergeleken bij de tijden, hield ik voorheen vol, is grijs een frivole, wulpse kleur! Het is hier zo vrolijk!
Nu slepen we blikken roze en groene verf aan. Het kan verkeren, soms in een uur. Ik verstuurde mijn manuscript, send, en naadloos fietsten we naar Het Verfpaleis. Daar zat echt niets tussen.
Aan voornoemde majesteitelijke balie verscheen een kleine, compacte verfconsulent met grijze manen en twinkelende blauwe ogen. Gesoigneerd, zelfs in bedrijfspolo, en bijzonder welbespraakt. We stelden hem wat vraagjes, de antwoorden meanderden tevoorschijn als uit Adriaan van Dis. Hij causeerde aanstekelijk over de pot Sigma-muurverf die we op het oog hadden, erudiet, maar ook warm en geestig. Ik moest een paar keer schateren om het blik, er zat grappige verf in. Mijn vriendin Jet wilde er een slok uit nemen.
Tegelijk leidde Adriaan ons op tot ervaren huisschilders, de theorie, de kneepjes. Juist toen ik hem wilde complimenteren met zijn kennis en wijsheid, hij was een sieraad voor de branche, wierp hij een blik op het sieraad om zijn pols.
‘Oei’, zei Adriaan, ‘ik ben over tijd. Ploegendienst. Het was ook zo boeiend en genoeglijk. Maar Herman daar neemt het over. Geen zorgen, Herman heeft er pas echt verstand van!’
En weg was-ie. Een paar tellen liep Adriaan, geklede mantel, aktentas, met snelle pasjes Het Verfpaleis uit, hij leek nu op Willem Drees.
Ook Herman, die bij een grote, schuddende machine stond, keek hem na. Precies Willem Drees, leek hij te denken, dat ik dat nu pas, na zoveel ploegendiensten, zie. Apart.
De machine, mogelijk een verfmenger, was potdicht en volautomatisch bezig, toch bleef Herman er tergend lang naast staan. Wie is Willem Drees eigenlijk, vroeg hij zich inmiddels af.
Toen ik naar hem knikte, sloeg hij zijn ogen neer, hij bestudeerde zijn bespetterde werkschoenen. Aan Adriaans voetjes hadden smetteloze molières gezeten.
Daar kwam hij aangesloft, slungelig, een beetje taai ook, als lang openstaande verf. Zijn haar had de kleur aangenomen van plamuur. Nog voor Herman niks had gezegd, hij sprak niet graag, merkten we al snel, wist ik dat hij leed onder zijn geniale collega. Iedere dag de verfconferencier Adriaan aan te moeten horen, zijnde Herman. Al die verfweetjes! Hijzelf communiceerde met schudden en knikken, en soms een merknaam.
Kwasten en rollers en bakken hadden we al van Adriaan gekregen, de roze verf zat in de blikken. Herman hoefde ons alleen te adviseren over de juiste kleur groen. We willen de ijskast turquoise verven, zei mijn vriendin Jet, maar moest dat dan met glanzende of doffe lak?
Herman knikte.
Ik zag haar gezicht betrekken. Het was inderdaad geen antwoord. ‘Herman bedoelt glans’, zei ik vervuld van medelijden. ‘Toch, Herman?’
Zonder te antwoorden liep Herman weg met twee grote rollers uit ons mandje, naar de paleiswand, zagen we, waar hij ze omruilde. ‘Beter vilt’, zei hij toen hij terug was, ‘schuim plakt.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns