Natuurlijk hebben ze bij cafetaria De Ketting in Emmeloord ook wel slechte patatjaren gekend. „Als er veel regen is gevallen”, zegt bedrijfsleider Marnix Brands (32) vanachter de frituur. Merk je niet gelijk, want eerst krijgen ze van de fabrikant nog frietzakken uit de opslag geleverd. Pas daarna holt de kwaliteit achteruit. „Kleinere aardappels”, knikt collega Erik Borg. „Glazig, zwarte stukjes.” Brands: „En de prijs gaat omhoog.”
Maar dit jaar is de aardappeloogst ongekend goed – en de patat perfect. Zelfs zó goed, door een gunstig klimaat, overproductie en restpartijen van vorig jaar, dat de kiloprijs is gekelderd en telers in de media laten optekenen niet te weten wat ze met hun piepers aan moeten. Veevoer? Uitstrooien over land?
Ik was wel benieuwd hoe dit nieuws zou vallen in Emmeloord, juist omdat dit de...
„Aardappelhoofdstad van de wereld is.” Brands klinkt resoluut. „We hebben hier zelfs internationale conferenties.”
Aardappelvelden – je ziet ze overal als je de Noordoostpolder in rijdt. Duizenden hectare. Het plaatsnaambord van Emmeloord vermeldt ‘World Potato City’, aardappelgigant Agrico heeft hier zijn hoofdkantoor en delegaties uit de hele wereld bezoeken ‘Potato Valley’ om te leren over aardappelteelt en -verwerking.
„En heb je wel eens gezien” – Brands stapt nu achter de vitrine vandaan – „hoe de Noordoostpolder van bovenaf eruit ziet?” Hij opent Google Maps op z’n telefoon, zoomt uit en, lachend: „Dit is toch de vorm van een... en kijk eens die kleur!”
Niet dat het piepergevoel nu de hele stad beheerst. Ooit, las ik, waren er plannen voor een aardappelmuseum in Emmeloord, maar zo ver is het nooit gekomen. Er is een standbeeld, ‘Het Baken’, vier meter hoog, dat verdacht veel op een aardappel lijkt. Maar dat staat wat achteraf tussen een golfbaan en een voormalig afvalberg – deels gevuld, schijnt, met afgekeurde aardappelen. En met zeven cafetaria’s op 27.000 inwoners wordt in Emmeloord flink patat gegeten, maar waar in Nederland niet?
Van de overproductie dit jaar merkt Brands niets. „Je zou denken: als er een overschot is, dan gaat voor ons de prijs naar beneden. Maar zo werkt het niet, hè. Leveranciers zijn enorme bedrijven, die hebben de macht.”
Maar elk jaar in september gaat het los. Dan is hier het Pieperfestival. Staat het winkelcentrum vol met bakwagens met vrijwilligers en kun je overal gratis patat eten. „Oneindig, de hele dag”, zegt Brands. „Tot ze je oren uitkomen!” Een half uur in de rij voor een puntzak is niet ongewoon. Brands, zelf opgegroeid in Emmeloord, heeft er vaak genoeg in gestaan. „Maar je kunt er dus ook tien bestellen. Doen mensen ook. Met mayo. Er is alleen mayo.” Niemand die daarover zeurt, want... „gratis, hè”.
Je zou denken: waarom vanwege het aardappeloverschot niet de hele week zo’n pieperfestival, in plaats van uitstrooien over het land? In heel Nederland!
En dan wel graag goeie patat. Krokant jasje, bloemige binnenkant. Formaat 9 keer 9 millimeter is de standaard, maar Brands heeft ze liever iets dikker: „14 keer 14.” En haal ze niet te snel uit de olie, tipt Borg. En pas zout erover als je ze eet. Anders worden ze slap.
Source: NRC