Home

Wanhoop op de Wallen door drugsoverlast: ‘Mijn zoon werd geslagen omdat hij een grapje maakte dat de dealers niet beviel’

De drugsdealer maakt op Amsterdamse Wallen de dienst uit. Althans, zo ervaren veel bewoners en ondernemers het. Ze zien hun buurt afglijden. En hoewel de gemeente wel maatregelen heeft genomen, blijft het lastig om dit probleem op te lossen.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

Het moment waarop raamexploitant Pim van Burk (40) dacht: dit slaat écht nergens meer op, was een jaar geleden. Aan de steeds grimmiger wordende aanwezigheid van drugsdealers was hij geleidelijk gewend geraakt. Maar die dag stond hij met zijn ogen te knipperen.

Het was hoogzomer. Op de Amsterdamse Wallen liepen drommen toeristen stapvoets langs de coffeeshops, clubs en ramen van de sekswerkers. Een deel van de stegen en bruggen was met dranghekken afgesloten. Om chaos in dit overvolle stukje centrum te voorkomen, hielden crowd controllers nauwlettend in de gaten of iedereen wel dezelfde richting op liep.

‘Maar voor één groep werd een uitzondering gemaakt. De dranghekken werden voor de straatdealers geopend. Ze konden gewoon hun gang gaan.’ Van Burk dacht: hè, dit kan niet waar zijn. ‘Maar ik heb het nagevraagd bij de gemeente.’

Vanwege hun eigen veiligheid vermijden crowd controllers confrontaties met dealers. En hoewel het geen ‘officieel beleid’ is, kan hierdoor wel de ‘onwenselijke situatie’ ontstaan dat dealers worden doorgelaten, erkent de gemeente.

‘Op zo’n moment word je met je neus op de feiten gedrukt: dealers hebben in dit deel van de stad soms meer privileges dan bewoners en de mensen die er werken’, stelt Van Burk, die niet alleen op de Wallen woont, maar ook 31 ramen verhuurt in onder meer de Boomsteeg en aan de Oudezijds Achterburgwal.

Brandbrief

Hij is niet de enige die er zo over denkt. Vorige maand stuurden tientallen ondernemers en honderden bewoners een brandbrief naar de gemeente. Volgens hen is het Wallengebied ‘het domein geworden van personen die zich onaantastbaar wanen. Sommigen van hen zijn onberekenbaar, zwakbegaafd of vermoedelijk zelfs ontoerekeningsvatbaar’, schrijven ze. ‘Incidenten met wapens zijn helaas dagelijkse kost.’

Van Burk zit in zijn kantoor op de hoek van de Boomsteeg. In de kleine ruimte wordt één muur in beslag genomen door schermen. Terwijl de sekswerkers op deze dinsdagavond binnendruppelen om ‘in te checken’ voordat ze aan de slag gaan, houdt Van Burk de camera’s in de gaten. Ruim dertig heeft hij er nu hangen: alles wat er in de omgeving van zijn negen panden gebeurt, kan hij zien.

‘Meestal beginnen de dealers hier rond een uurtje of negen in de avond’, zegt hij. ‘Je pikt ze er zo uit. Ze hangen rond, vaak in groepjes. Hun blik is niet gericht op de ramen, maar op potentiële klanten. Ze hebben tasjes of rugzakken, maar verstoppen de drugs ook wel eens in een pizzadoos.’

Een paar minuten na negenen ziet hij de eerste bekende gezichten van twee potige mannen al op zijn beeldscherm verschijnen. Niet veel later is op een ander scherm te zien hoe een tweede groepje aan komt lopen. Ze strijken neer, pal voor een van zijn panden.

Agressie

En dat is, zegt de zojuist gearriveerde Roemeense sekswerker Maria, slecht voor onze business. Ze werkt sinds 2020 op de Wallen en merkt dat de dealers agressiever worden. ‘Heeft een toerist geen interesse in drugs, dan lopen ze die toerist achterna. Soms zetten ze iemand onder druk.’

Een andere Roemeense sekswerker beaamt dat. Ze wil niet met haar naam in de krant, uit angst voor de dealers. ‘Als ik hen vraag om niet voor mijn raam te hangen, omdat het klanten afschrikt, krijg ik al denigrerende opmerkingen. Dan zeggen ze: go fuck yourself for 50 euro.’

Soms doen de dealers ook alsof ze pooiers zijn, voegt een derde sekswerker toe. ‘Ze maken de klant wijs dat hij hén moet betalen en niet de sekswerker.’ Nog niet zo lang geleden kwam er een klant haar peeskamer binnen. ‘Hij zei: ik heb 100 euro betaald aan de mannen voor de deur. Ik zei: sorry, dan doe ik niks voor je. Want je moet míj betalen. De klant zei: wat moet ik doen? Ik antwoordde: bel de politie.’

Het is een ontwikkeling die Van Burk zorgen baart. De sekswerkers zijn zelfstandig ondernemers. ‘Ik kan het niet bewijzen, maar ik hoor geruchten dat sommige dealers protectiegeld aan hen vragen.’

Heftig incident

In februari was er bovendien een heftig incident in een van zijn peeskamers. Een sekswerker werd gewurgd door een klant. Ze drukte op de alarmknop. ‘Dan klinkt direct een bel en komen wij én de politie in actie.’ De klant schrok van het geluid, hij rende de peeskamer uit. ‘Zo in de armen van de dealers. Die jongens hebben hem klemgezet en overgedragen aan de politie. Dankzij hen is de dader dus gearresteerd. Dan kom je in troebel vaarwater.’

Uit onderzoek van de gemeente Amsterdam blijkt dat meer dan de helft van de bewoners in dit deel van de oude binnenstad veel overlast ervaart van drugsdealers. Ter vergelijking: in 2022 gold dit voor ‘maar’ 35 procent. Kijk je naar heel Amsterdam, dan zegt 6 procent veel overlast van dealers te hebben.

Ondanks extra maatregelen, zoals meer cameratoezicht, meer veldwerkers en een campagne om toeristen ervan te weerhouden drugs op straat te kopen, blijft de overlast in dit deel van de oude binnenstad ‘onverminderd hoog’, constateerde ook burgemeester Femke Halsema eind juni in een brief aan de gemeenteraad. In sommige opzichten wordt de situatie zelfs erger.

Zo gebruiken sommige dealers zelf ook drugs, is een deel vermoedelijk bewapend en worden ook handhavers met agressie bejegend. Uit een inventarisatie van stadskrant Het Parool blijkt dat er tussen december 2024 en medio juni 2025 vier schietincidenten waren, zowel de daders als de slachtoffers stonden bij de politie bekend als straatdealers.

Machteloosheid

Hoop op een snelle verbetering bood de burgemeester niet. In haar brief constateerde ze dat zolang de dagjesmensen en toeristen massaal blijven komen, en er niet meer politie, handhavers en hulpverleners ingezet kunnen worden, het ‘zeer lastig, zo niet onmogelijk is’ om dit probleem de kop in te drukken.

En dat voedt het gevoel van machteloosheid bij bewoners en ondernemers.

Zo lag een 34-jarige bewoonster van de Zeedijk onlangs huilend in haar bed. ‘Voor de vierde keer die nacht werd ik wakker van de dealers. Ook als de toeristen weg zijn, blijven ze rondhangen. Ze schreeuwen, en soms vechten ze. Het houdt niet op.’ Met haar naam in de krant durft ze niet. Ze moet elke dag, als ze haar huis in- en uitgaat, het groepje passeren.

Diezelfde ervaring heeft Dana Ilia (63). De operazangeres woont al twaalf jaar op de nabijgelegen Geldersekade. Hier is het rustiger. Althans, als het om toeristen gaat. Er zijn geen ramen, slechts enkele hotels. Toch hangen ook hier veel dealers en gebruikers rond.

Onveilig

‘Ik denk steeds vaker: misschien moeten we verhuizen.’ Haar zoon werd op oudejaarsnacht, tot bloedens toe, in zijn gezicht geslagen. ‘Hij maakte een grapje dat de dealers niet grappig vonden.’ Zelf voelt ze zich ook onveilig. ‘Ze weten dat ik ze in de gaten hou en de politie informeer.’

Het is zaterdag, vroeg in de ochtend, als Ilia haar verhaal doet. Ze zit op het trappetje voor haar huis en heeft bewust voor dit tijdstip gekozen. Heeft raamexploitant Van Burk vooral ’s avonds en ’s nachts last van de dealers, zij en haar buren hebben op elk moment van de dag te maken met overlast, zegt ze.

Hoewel het nu nog rustig op straat is, duurt het niet lang voordat ze een bekend gezicht ziet. ‘Dat is er eentje’, fluistert ze terwijl er geleidelijk meer mensen op de kade ogenschijnlijk doelloos rondhangen. Even later rijden er twee anderen voorbij. Eén op de fiets, een ander op een scooter. Allebei lachen ze naar haar. Het is geen hartelijke lach, eerder eentje waar je een ongemakkelijk gevoel van krijgt.

‘Vorig jaar zat ik hier met mijn man. Toen stond er eentje aan de overkant de hele tijd naar ons te kijken. Wij dachten: we zitten op onze eigen stoep, wij gaan niet weg. Dat vond hij blijkbaar vervelend. Uit frustratie gooide hij een blikje bier.’

Grimmige sfeer

Het is een van de vele incidenten. ‘Ze gebruiken deze kade als een soort uitvalsbasis, ze bevoorraden elkaar hier’, denkt Ilia. Zie het als een soort distributiepunt, zegt ook wijkagent Marcel, die deze ochtend toevallig voorbij fietst. ‘Hier zijn veel nisjes en plantenpotten. Daar kan je van alles in kwijt.’

En dat niet alleen, voegt Ilia toe. ‘Er wordt hier ook geslapen, gerookt, gespuugd, gekakt en gepist. De sfeer is zo grimmig. De straten zijn overgenomen.’

Het is niet de eerste keer dat de wijkagent dit hoort. Ook hij ziet hoe de sfeer verhardt. ‘De drugsdealers komen van heinde en verre’, vertelt hij. Er komen telkens weer nieuwe bij. Met een dagje werken op de Wallen verdienen ze ‘zo een dertiende maand, en dat bijna elke dag weer. En soms verkopen ze nepdrugs, een fijngestampt paracetamolletje. Dan kan het gebeuren dat de klant verhaal komt halen, en wordt het matten.’

Verblijfsverbod

De wijkagent benadrukt dat de politie haar best doet. Zo kunnen degenen die gepakt worden onder meer een verblijfsverbod van 48 uur krijgen. Ze mogen dan twee dagen niet in dit deel van de stad komen. Na de zomer wordt het verblijfsverbod waarschijnlijk uitgebreid naar 72 uur.

‘Maar ook áls de drugsdealers hier drie dagen niet mogen komen, blijft het dweilen met de kraan open’, zegt Ilia tegen de wijkagent. ‘Daarna komen ze gewoon terug.’

De wijkagent knikt begripvol. ‘Als ze de fout in blijven gaan, kan het verblijfsverbod uitgebreid worden naar een maand, drie maanden of zelfs een half jaar. Maar sommigen hebben daar maling aan.’ Bovendien kan een verblijfsverbod alleen opgelegd worden als de politie kan bewijzen dat iemand drugs verkoopt.

En dat maakt het lastig, zegt raamexploitant Pim van Burk dinsdagavond in zijn kantoor. ‘De dealers werken goed samen. Als er ééntje een agent ziet, appt hij de rest. Kijk hier maar.’

Beet

Het is inmiddels half tien ’s avonds. Op zijn beeldschermen is te zien dat een motoragent over de Oudezijds Achterburgwal rijdt. Het groepje dealers op de hoek van de Boomsteeg loopt weg. Maar zodra de agent verdwenen is, keren ze terug. Ze hebben bovendien beet. Een jongen van in de twintig, met een matje, oorbel en een korte broek, lijkt interesse te hebben in drugs.

‘Loop maar even mee’, zegt Van Burk terwijl hij de smalle trappen van zijn in 1745 gebouwde kantoor af dendert. ‘Dan kan je van dichtbij zien hoe zo’n deal gaat.’

Eenmaal op straat lopen drie dealers met de klant weg. Ze gaan naar de Febo. ‘Daarin staat een pinautomaat.’ Terwijl de dealers voor de deur posten, is te zien hoe de klant binnen geen snack, maar geld haalt. Als hij even later buiten komt, wisselt hij iets uit met een van de jongens, vervolgens gaat iedereen een andere kant uit.

Het voelt als een haast onoplosbaar probleem, zegt de raamexploitant even later. Toch hebben hij en andere bewoners en ondernemers niet stilgezeten. Zo huurden ze eind januari als proef een hond in die eruitzag als een drugshond. ‘Dat werkte als een malle. De hond blafte één keer en die gasten renden weg.’

Spotlights

Ook hangen er inmiddels zo’n twintig felle lampen, verspreid over dit stukje van de Wallen. Staan de dealers op een hinderlijke plek, dan kunnen de ondernemers of bewoners ze via een app 30 seconden in de spotlights zetten. ‘Ze verplaatsen zich dan meestal een meter of tien’, zegt Van Burk terwijl hij op zijn smartwatch voordoet hoe het werkt.

Hij staat inmiddels op de brug bij de Molensteeg. ‘Zie je dat groepje bij die jongen met die Gucci-pet? Ik weet vrijwel zeker dat het dealers zijn’, zegt hij wijzend naar zo’n vijf mannen die vlakbij café Old Sailor rondhangen. ‘Ik zet ze in de schijnwerpers.’

Een paar seconden later kijkt het groepje, verblind door het licht, verbaasd om zich heen. Al snel lopen ze door, om verderop weer te stoppen. Toevallig net bij één van de panden van Van Burk. Hij zucht, want nu hinderen ze het werk van de sekswerkers.

‘Zouden jullie willen vertrekken?’, vraagt Van Burk daarom niet veel later.

‘Bro, bro, relax’, reageert er een. ‘Niet zo bijdehand doen, meneer’, zegt de ander.

‘Ik vraag alleen of jullie willen vertrekken’, herhaalt Van Burk. ‘Dit is privéterrein.’

‘We gaan al, racist’, zegt een van de mannen geïrriteerd, terwijl hij in het voorbijgaan met zijn hand een dreigende beweging maakt richting de raamexploitant.

‘Zo’n reactie krijg ik vaker’, zegt Van Burk gelaten.

Als hij tien minuten later weer in zijn kantoor zit en naar zijn schermen kijkt, ziet hij het volgende groepje dealers alweer staan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next