Home

Ik kreeg er bijna zin in, in meer dialoog. Nóg meer. Praten, luisteren, dan komt het wel in orde

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Het zijn de Bonte Bontenbaldagen. Eerder deze week, bij de presentatie van het CDA-verkiezingsprogramma, sprak hij: ‘Het CDA kiest voor verantwoordelijkheid, fatsoen en vertrouwen als de weg vooruit’. In een toelichting viel het woord ‘degelijk’ een keer of vijf, het klonk allemaal woest slaapverwekkend.

Eerder was de man van het uur al verwikkeld geraakt in een veelbesproken tv-discussie met Jack van Gelder. Of, discussie…: Van Gelder riep allerlei afschuwelijks en Bontenbal legde uit dat er van al dat afschuwelijks niets klopte. Veel mensen vonden het bezwaarlijk dat Bontenbal daar überhaupt zat, omdat het bekend is dat het weinig zin heeft om te zeggen dat onzin onzin is, tegen mensen die allang hebben besloten dat hun onzin geen onzin is. Daar zit wat in. Aan de andere kant: in een Magazine-interview in deze krant las ik een paar maanden geleden dat Dostjoveski’s De idioot op Henri’s nachtkastje lag, dus hij was voldoende geprepareerd.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Bovendien zit het bij Bontenbal niet in zijn woorden, die vaak een wat verdovend effect op de toehoorder hebben, maar in zijn blik, waarin de kwelling staat te lezen van een schier onbedwingbare nieuwsgierigheid naar de ander. Praat met mij, zegt die blik. Praat met mij, en ik zal luisteren. Een blik vol borrelende benieuwdheid. Een ik-zie-je-blik. Een luisterend oog, eigenlijk. Zet Bontenbal naast een open zak kunstmest en hij zal kijken of hij niet kan wachten tot de korrels tegen hem beginnen over hun ‘reële zorgen’.

Ach, de dialoog. Hij woekert. Er wordt wat afgekletst en toegehoord. Voor veel politici is de dialoog het hoogste doel. Niet de start, maar de finish. Dilan Yesilgöz stuurde eerst leugenachtige berichten over Douwe Bob de wereld in, en snoeide haar excuses later terug tot een ‘mijn bericht heeft niet geholpen de dialoog op gang te brengen, dus dat is niet goed gegaan’. Op Radio 1 pleitte een luisteraar woensdag voor meer, ja, luisteren in de politiek, een vergelijkbare oproep verscheen op de NRC-opiniepagina.

Misschien hebben ze gelijk. Ik kreeg er bijna zin in, in meer dialoog. Nóg meer. Praten, luisteren en dan komt het wel in orde. Zoals in het Catshuis dinsdag, waar de premier en enkele bewindslieden in gesprek gingen met ‘jonge moslims’. Onder de kop ‘Nederland is een mooi land, totdat je ‘de ander’ wordt’ essayeerde premier Schoof op de socials een eind weg over die ontmoeting. Er was verbinding gezocht, het gesprek was gevoerd, de dialoog op gang gebracht. ‘In Nederland ervaren mensen nog steeds discriminatie.’ Ja vriend, hoe zou dat komen? Het lastige is: je probeert wel naar Schoof te luisteren, maar je gelooft nooit wat je hoort, omdat het op ontregelende wijze exact even zouteloos als schaamteloos is.

In het verslag dat in Trouw over deze bijeenkomst verscheen, stond een fraai detail. In reactie op de door de jongeren genoemde ‘negatieve toon van politici’ hadden de VVD-bewindslieden verontwaardigd gereageerd dat de jongeren ‘niet keken naar momenten waarop we ons wél uitspreken tegen moslimdiscriminatie’. Ja maar, ik schop je ook wel eens níet, daar hoor ik je nooit over.

Niet voor het eerst bleek luisteren niet meer dan zwijgend wachten tot de ander is uitgepraat. Maar de dialoog – tussen mensen die niet gehoord worden en mensen die niet luisteren – was tot stand gebracht, en daar ging het maar om. Ik stel me voor hoe de deelnemers na afloop teleurgesteld over het Lange Voorhout slenterden en toen, in de verte, een lijsttrekker zagen naderen. In zijn ogen: de meest dialoogzuchtige blik die jou ooit heeft gezien.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next