Kabinetscrisis Woensdag debatteerde de Tweede Kamer over de politieke crisis sinds NSC het kabinet-Schoof vrijdag opnieuw liet vallen. Centraal stond de vraag hoe de overgebleven coalitie en de oppositie het land bestuurbaar kunnen houden. VVD-leider Yesilgöz toonde zich opvallend mild.
Geert Wilders (PVV), Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA) tijdens een debat over de politieke situatie na het vertrek van NSC.
Het Binnenhof is een plek van eufemismen. Vaak zit het zo: hoe warriger de taal, hoe brakker de realiteit. Zo debatteerde de Tweede Kamer woensdag over „de ontstane politieke situatie”. Haagse codetaal voor: politieke crisis. In dit geval de crisis waarin het landsbestuur zich bevindt sinds NSC het kabinet-Schoof vrijdag een tweede keer liet vallen, nadat VVD en BBB strengere maatregelen tegen Israël blokkeerden .
Een uitzonderlijke situatie, die de vraag oproept hoe de overgebleven coalitie en de oppositie het land nog enigszins bestuurbaar kunnen houden.
Veel Kamerleden spaarden hun interrupties om Dilan Yesilgöz te ondervragen over de rol van de VVD in de crisis. Na een slechte zomer voor de VVD-leider, waarin het veel ging over haar felle politieke stijl en de VVD het alsmaar slechter deed in de peilingen, was dit haar rentree in de Kamer. Hoewel NSC wegliep wordt de VVD goeddeels verantwoordelijk gehouden voor de tweede kabinetsval, want hadden de liberalen niet meer moeten toegeven richting NSC?
Volgens Yesilgöz „waren de verschillen” tussen VVD en NSC „vrijdag niet zo groot, en vandaag ook niet zo groot”. NSC had helemaal niet weg hoeven lopen. Sterker nog, volgens Yesilgöz wil de VVD grotendeels hetzelfde als andere partijen in de Kamer, ook die op de Israël-kritische flank. Dat zorgde voor verwarring in het debat, want sinds de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 heeft de VVD een sterk pro-Israëlische lijn gekozen en structureel plannen om Israël te bestraffen voor het genocidale geweld in Gaza tegengewerkt.
Deze woensdag benadrukte ze trots hoeveel het kabinet nu al onderneemt tegen Israël.
Ook haar toon was anders dan anders: tijdens het debat was ze opvallend mild tegenover haar politieke tegenstanders, terwijl ze bekendstaat als een straatvechter. De interacties tussen Yesilgöz en GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans verliepen ongewoon rustig.
Dilan Yesilgöz (VVD) en Nicolien van Vroonhoven (NSC) debatteren. Foto Remko de Waal
Timmermans noemde een lijstje moties op waar de VVD tegen heeft gestemd: over het evacueren en behandelen van zieke Gazaanse kinderen in Nederland, sancties tegen bewindspersonen in de Israëlische regering en het afbouwen van de wapenhandel. „Kan mevrouw Yesilgöz aangeven voor welke van deze moties ze nu zou stemmen”, vroeg Timmermans.
Yesilgöz ontweek de vraag, maar zei: „Doen alsof de VVD en andere partijen kinderen in Gaza niet wil helpen” is „bezijden de waarheid en zó polariserend, dat is niet nodig.” Want: „De heer Timmermans haalt uit naar mij met een voorbereide interruptie, maar wij zijn het met elkaar eens.” Timmermans reageerde: „Waarom nou toch zo’n jij-bak?”
Het was wel weer even ruzie tussen de leiders van de tweede en derde partijen van Nederland, maar het knetterde minder dan in eerdere debatten.
Met name Yesilgöz wordt gezien als te onbehouwen en polariserend, ze komt vaak in het nieuws met felle uithalen. Woensdag was misschien een eerste poging om dat imagoprobleem aan te pakken met een verzoenende toon, in aanloop naar de verkiezingen.
Dat lijkt hard nodig, want haar imago zorgt ervoor dat kiezers de VVD de rug toekeren. Inmiddels zakt de VVD in peilingen tot richting de vijftien zetels, een uitzonderlijk slechte uitgangspositie voor de komende campagne.
Electoraal gezien kan mildheid de VVD misschien helpen, en bovendien kan de partij wel wat goodwill gebruiken van de Kamer. Het gemankeerde demissionaire kabinet-Schoof heeft met alleen VVD en BBB nog maar 32 zetels, wat het doorvoeren van wetgeving tot er een nieuw kabinet zit zeer lastig zal maken.
Yesilgöz, Van der Plas en premier Dick Schoof hebben daarom tijdens het debat veel tijd besteed aan inpraten op de Kamer: ze waren afwisselend nederig en deden een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van de oppositie.
De grootste dreiging voor het kabinet werd woensdag dan ook afgewend: alleen DENK en Partij voor de Dieren steunden een motie van wantrouwen.
Demissionair premier Dick Schoof en Sophie Hermans, demissionair minister van Klimaat en Groene Groei. Foto Remko de Waal
Vóór woensdag was nog even spannend of PVV en GroenLinks-PvdA ook zouden instemmen, maar dat wilden Geert Wilders en Timmermans niet.
Wilders zei zich niet meer gebonden te voelen aan het hoofdlijnenakkoord, maar zei ook dat er wel zaken met hem te doen zijn de komende tijd. Ook onder meer Timmermans, Van Vroonhoven, Bontenbal en Jetten zeiden open te staan om het kabinet aan meerderheden te helpen. Daarmee heeft het kabinet een klein beetje ademruimte, al zullen de oppositiepartijen niet zonder meer hun steun verlenen aan de plannen van VVD en BBB.
Duidelijk werd tijdens het debat ook dat het plan van D66 om een ‘nationaal kabinet’ te vormen met allerlei partijen tot de formatie is afgerond, niet op een meerderheid kan rekenen. VVD en BBB hebben de door NSC achtergelaten ministersposten al opgedeeld, en de Kamer is daarmee akkoord. Wie de posten gaan opvullen, is nog niet bekend. Misschien wordt het plan van D66 weer relevant wanneer de verkiezingen zijn geweest en de Kamerverhoudingen zijn veranderd. CDA-leider Henri Bontenbal wil er dán best over nadenken.
Hoe Den Haag de komende periode tot de verkiezingen en tijdens de formatie gaat doorkomen, zal moeten blijken. Bontenbal riep de partijleiders op „hun verantwoordelijkheid te nemen door een inhoudelijke campagne te voeren die het mogelijk maakt om daarna snel een regering te vormen”. Duidelijk is dat de politiek geen vertrouwen geniet van de kiezer. Tijdens het debat publiceerde RTL een peiling waaruit bleek dat slechts 4 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in de politiek.
Volg politiek Den Haag op de voet en word zelf een Haagse ingewijde
Source: NRC