Fietsenmakers Fietsconcern Accell sluit de oudste fabriek van Batavus, en verplaatst de volledige productie naar Hongarije. Dat past in een patroon: er blijft nog nauwelijks lokale fietsproductie over. Hoe komt dat?
Medewerkers van Accell aan het werk in de fabriek in Heerenveen.
Nederland is een fietsland, maar van wat er over het fietspad rijdt komt nog maar een klein deel uit een Nederlandse fabriek. Al helemaal vanaf het eerste kwartaal van 2026. Dan sluit de Batavus- en Koga-fabriek van fietsconcern Accell in Heerenveen, de plaats waar Batavus 120 jaar geleden werd opgericht. Nu bouwen 160 mensen in deze fabriek nog fietsen, zij verliezen hun baan.
Een groot deel van de productie van Batavus was vorig jaar al van Heerenveen naar Hongarije verplaatst. Maar een hardere ingreep is nodig, volgens Accell (meer dan 30.000 werknemers, honderdduizenden fietsen per jaar). Daarmee verdwijnt de fabricage van het oer-Hollandse Batavus, dat al sinds de vorige eeuw deel uitmaakt van Accell, uit Nederland.
Net als veel andere fietsfabrikanten kreeg Accell, bekend van onder meer Raleigh, Sparta, Lapierre en Babboe, niet lang na de coronacrisis te maken met een ingezakte vraag. Na de eerste verkooppiek tijdens de pandemie liepen de voorraden plots enorm op, en de fietsmarkt herstelt volgens Accell minder snel dan verwacht. Het bedrijf kwam daardoor vorig jaar in grote geldproblemen. In 2023 draaide Accell een verlies van 344 miljoen euro, op een omzet van meer dan een miljard.
De twee eigenaren, het Amerikaanse investeringsfonds KKR en het Nederlandse Teslin, zagen zich genoodzaakt tot een forse en complexe schuldsanering, die eind 2024 werd afgerond. Bitter voor hen, want zij haalden Accell juist op het hoogtepunt van de coronacrisis voor 1,56 miljard euro van de beurs, in de hoop te kunnen profiteren van de geëxplodeerde vraag naar (elektrische) fietsen. Na de schuldsanering verwachtte het bedrijf dat de markt weer zou aantrekken, maar dit is volgens directeur Jonas Nilsson niet het geval. Daarom verplaatst hij nog meer productie naar Hongarije, waar de loonkosten lager liggen.
Bij het maken van fietsen zijn de kosten van personeel een relatief grote factor. In tegenstelling tot de geautomatiseerde productie van auto’s is fietsproductie behoorlijk handmatig. Bij een bezoek van NRC aan de Heerenveense fabriek in 2020 stonden honderden werknemers langs de productielijn zadels en wielen op fietsen te monteren, het gezoem van boormachines was voortdurend te horen. Op dat moment werkten er nog 475 mensen bij de fabriek in Heerenveen.
Opvallend is dat voormalig topman Tjeerd Jegen in gesprek met NRC in december aangaf dat veel nut zag in productie in Heerenveen. Onder meer omdat hier de ontwerp- en ontwikkelingsafdeling van Accell zit; het zou nuttig zijn die in de buurt van de productie te houden. (Deze afdeling, met ongeveer honderd werknemers blijft wel in Heerenveen).
Er was toen net een grote ontslagronde geweest bij de fabriek. De bulk van de productie van Batavus en Sparta was verplaatst naar Hongarije, de fabriek werd ingericht voor specialistische, ‘complexe’ fietsen van Koga en Batavus – alleen dat kon kostendekkend zijn in Nederland, was het idee. Het was een ingewikkelde klus, bij een deel van het personeel heerste onvrede over het gedwongen vertrek van hun collega’s. Maar van een aanstaande sluiting leek nog geen sprake. „Je moet die bittere pil slikken om in de toekomst verder te kunnen”, zei fabrieksdirecteur Charles de Jong.
Masja Zwart, vakbondsbestuurder bij FNV, zegt „verrast” te zijn door de timing van het besluit. „We wisten dat het slecht ging en dat het crisis was, daar hebben we een week of drie geleden overleg over gehad. Maar dat er nu al zo’n aankondiging is, dat verrast ons wel.” Volgens haar „vechten” veel fietsbedrijven „om te overleven”. „Dus ik begrijp de keuze wel. Het is alleen ontzettend jammer, na 120 jaar historie.”
In de historische fabriek in Dieren, sinds 1902 in gebruik, bouwt Gazelle nog rijwielen. Maar moederbedrijf Pon – tevens importeur van Volkswagen in Nederland – laat ook verreweg de meeste fietsen in het buitenland maken, bijvoorbeeld in een enorme gloednieuwe fabriek in Litouwen. Het Taiwanese Giant heeft een fabriek in Lelystad, en sinds 2020 ook in Hongarije. En dan zijn er nog wat kleinere fabrikanten zoals Azor in Hoogeveen, dat enkele tientallen mensen in dienst heeft.
In 2020 verplaatste bandenfabriek Vredestein in Enschede de productie van de meeste banden naar Hongarije. De fabricage van hoogwaardige, gespecialiseerde banden voor bijvoorbeeld agrarische voertuigen zou in Enschede blijven. Maar eerder deze zomer bleek dat de Twentse fabriek nu toch dichtgaat en alle productie naar Hongarije verhuist.
In Winterswijk stond tot 2022 de laatste lampenfabriek van Signify, de voormalige lichttak van Philips. Hier werden speciale lampen gemaakt, lang nadat de serieproductie van de meeste lampen naar andere landen was verdwenen. Maar in dat jaar ging ook deze fabriek dicht en verplaatste de productie naar Polen.
Duidelijk is dat Oost-Europese landen inmiddels prima in staat lijken om ook de specialistische producten kosteneffectief te maken – niet alleen de laagwaardige massaproductie. Bij Vredestein bestonden onder het personeel sterkte vermoedens dat de volledige sluiting van Enschede altijd al het doel was van het Indiase moederbedrijf Apollo. Batavus zal wat dat betreft niet het laatste Nederlandse merk zijn dat de productie weghaalt uit het thuisland.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC