Raad van State De minister van Asiel en Migratie heeft, ondanks veranderende regelgeving, nog steeds de mogelijkheid om asiel te verlenen, oordeelt de Raad van State woensdag.
David van Weel, demissionair minister van Justitie en Veiligheid (VVD), tijdens het wekelijkse vragenuur.
De minister die verantwoordelijk is voor asielzaken, heeft wel degelijk de bevoegdheid om bij schrijnende gevallen zelf asiel te verlenen. Dat oordeelt de Raad van State woensdag.
De bestuursrechter boog zich over de zaak van een man uit Irak die in 2020 van de toenmalige staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid, Ankie Broekers-Knol (VVD), te horen kreeg dat zij niks voor hem kon betekenen omdat hij hier niet toe bevoegd zou zijn. De Raad van State tikt het departement echter op de vingers. De discretionaire bevoegdheid, zoals dit juridisch heet, staat nog steeds in de Vreemdelingenwet.
Op 1 mei 2019 zorgde een aanpassing in het Vreemdelingenbesluit ervoor dat de beslissing om toch asiel te verlenen bij de directeur van de Immigratie- en Neutralisatiedienst (IND) kwam te liggen. Hiervoor lag deze beslissing bij de staatsecretaris, maar dit werd aangepast om te voorkomen dat vluchtelingen tijdens hun gehele procedure aanspraak kunnen maken op een uitzondering van de bewindspersoon. Het kabinet vreesde destijds dat dit ervoor zou zorgen dat mensen die asiel aanvragen zich langer in Nederland ophouden en dit op zichzelf tot schrijnende situaties kan lijden.
De bestuursrechter zegt woensdag in haar oordeel echter dat de aanpassing in het vreemdelingenbesluit in 2019, een algemene maatregel van bestuur, niet boven de Vreemdelingenwet uit 2000 gaat. Daarmee moet huidig demissionair asielminister David van Weel (VVD) opnieuw kijken naar de asielaanvraag van de Iraakse man. Van Weel mag daarbij niet meer het argument aandragen dat hij geen discretionaire bevoegdheid heeft.
Source: NRC