is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.
We schijnen een probleem te hebben. Want Nederland wil economisch blijven groeien terwijl we demografisch krimpen. En dat blijkt lastig. Het is de bekende welvaartsparadox: hoe meer welvarende mensen, hoe minder kinderen. En dat speelt niet alleen in Nederland.
Zodoende spelen er van Zuid-Korea, Italië, Hongarije tot de Verenigde Staten nu allerlei maatregelen in die bevolkingspolitiek. Zo stelt een Zuid-Koreaans bedrijf een bonus van 70 duizend dollar per baby in het vooruitzicht, subsidieert Hongarije ieder derde kind met 30 duizend euro en zinspeelt de regering Trump op een ‘nieuwe babyboom’ met een babybonus van 5.000 dollar. De bekende, maar weinig effectieve – want incidentele – wortels.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ook in Nederland worstelt men met dit vraagstuk. Na onderzoek van de staatscommissie naar ‘demografische ontwikkelingen’ blijkt ‘gematigde groei’ uiteindelijk het uitgangspunt, alleen zijn er grote partijpolitieke verschillen hoe dat te bereiken. Daarbij lijkt er wel partijpolitieke overeenstemming over één aspect, namelijk de gedachte dat demografische groei ook economische groei betekent. Maar het gelijkstellen van demografische groei met economische groei, is sociaaleconomische onzin.
En toch blijven we in de groef hangen dat er vooral méér mensen nodig zijn. En die moeten dan vervolgens ook érgens vandaan komen. Zodoende kan Omtzigt waarschuwen voor het lage geboortecijfer in Nederland ten opzichte van Ethiopië, terwijl het AfD en het Vlaams Belang campagne voeren met de slogan ‘nieuwkomers maken we zelf’. Want juist die groef geeft vooral bepaalde politici wind in de rug. Niet toevallig zijn tegenstanders van migratie veelal ook voorstanders van grote gezinnen.
Bovendien valt de Amerikaanse babybonus te vergelijken met de Nederlandse voltijdsbonus. Beiden komen namelijk voort uit dezelfde veronderstelling dat vooral één groep weer eens iets te weinig doet: vrouwen. Of ze werken te weinig, zorgen te veel of ze baren niet genoeg kinderen – uiteindelijk kunnen vrouwen altijd worden geproblematiseerd.
Het toont het kenmerk van ongelijkwaardigheid, zoals auteur Roxanne van Iperen in 2021 in haar 4 mei-lezing stelde, waarbij ‘leden van de inferieur geachte groep altijd een taakje hebben, ze moeten hun bestaansrecht bewijzen om gehoord te worden’. Zo kunnen vrouwen in Nederland altijd worden opgezadeld met een extra taakje. Dat ‘taakje’ wordt in Nederland bijvoorbeeld verpakt als ‘meer emanciperen’, meer ‘voltijds werken’ of ‘meer topfuncties vervullen’. Of zoals een recente overheidscampagne vrouwen oproept: ‘Wil je meer werken? Laat het merken!’
Zo weten we uit onderzoek dat vrouwen structureel minder betaald worden dan mannen, voor dezelfde functie. Dat is bekend als de ‘loonkloof’. Ik zie nu werkgevers overgaan tot het aanbieden van assertiviteitstrainingen. Zo zouden vrouwen effectiever kunnen worden in salarisonderhandelingen. Toen een vrouwelijke lector zich hierover in het openbaar uitsprak, en mannelijke collega’s intimiderend reageerden, werd háár een coach aangeboden. Hup, weer een taakje, want als vrouw ben jij het probleem.
Het is vergelijkbaar met hoe vrouwen altijd op het hart wordt gedrukt om gevaarlijke en donkere plekken op straat te mijden, in plaats van mannen te sanctioneren in de openbare ruimte. Toen na de moord op de Londense Sarah Everhard in het Britse Hogerhuis werd geopperd een avondklok voor mannen in te voeren, was het land te klein. Vrouwen moesten zich maar beter bewapenen, en tegenstanders stelden dat ‘vrouwen het niet over zichzelf moeten afroepen’. Het is dezelfde reflex die auteur Nienke 's Gravemade had toen ze hoorde van de moord op Lisa. Zo vroeg ze zich af ‘waarom Lisa niet met de taxi naar huis is gegaan of waarom ze niet met anderen samen fietste’. Inmiddels baalt ze van die veelzeggende gedachte.
Niet voor niets vragen de initiatiefnemers van de campagne ‘Wij eisen de nacht op’ waarom ‘onze maatschappij lang geleden heeft besloten dat vrouwen minder waard zijn dan mannen’. Het is inderdaad tragisch dat in onze patriarchale samenleving de oorzaak van een probleem én de oplossing ervan altijd neergelegd kunnen worden als taakje bij de ‘inferieure’ groep. En niet toevallig zijn dat dan dus vrouwen.
Net als die babybonus is die voltijdsbonus dus allesbehalve een ‘geniaal plan’, zoals Frank Kalshoven stelde. Want het zadelt vrouwen weer met een taakje op en bevestigt die ongelijkwaardigheid. Ik snap dat vrouwen daar volledig klaar mee zijn. En dus is het volgens mij de hoogste tijd voor een extra taakje, voor mannen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns