Met de dood van de 17-jarige Lisa is de angst voor ‘de enge man in de bosjes’ aangewakkerd. Maar wie is hij? Wat valt er te zeggen over mensen die zulke misdaden plegen? ‘Serieverkrachters en moordenaars zijn van een ander kaliber dan slecht opgevoede zonen.’
Hij wordt gevreesd, de enge man in de bosjes. Gevreesd door tienduizenden, honderdduizenden vrouwen in het land. Gevreesd alsof hij op elk moment kan opduiken op elk donker landweggetje.
Dat is begrijpelijk, want hij bestaat. Er zijn mannen die vrouwen van fietsen trekken om ze vervolgens te verkrachten of vermoorden. Vorige week overkwam het de 17-jarige Lisa uit Abcoude. Over de 22-jarige verdachte is nog weinig meer bekend dan dat hij verbleef op een locatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Eerder werden jonge vrouwen als Anne Faber en Marianne Vaatstra ook door onbekende mannen overweldigd en gedood.
En telkens laait na zulke incidenten de discussie op. Kunnen meisjes en vrouwen nog wel alleen over straat? Is de openbare ruimte veilig genoeg? Moeten mannen beter worden opgevoed? Om zulke vragen te beantwoorden, is het goed te weten over wie we het hebben. Wie is die spreekwoordelijke enge man in de bosjes?
Eerst maar het goede nieuws, voor zover daar sprake van kan zijn. ‘Zo’n stranger rape, waarbij een vrouw in de bosjes getrokken wordt, komt nauwelijks voor’, zegt een woordvoerder van de politie, al ontbreken harde cijfers. ‘Bij verreweg de meeste zedendelicten kennen de dader en het slachtoffer elkaar.’
‘Dit is maar een klein deel van het seksueel geweld’, zegt ook forensisch psycholoog Wineke Smid, die in de Van der Hoeven Kliniek onderzoek doet naar zedendelinquenten. ‘Mannen die willekeurige vrouwen verkrachten zijn zeldzaam.’
Criminoloog Jasper van der Kemp van de Vrije Universiteit sluit zich daarbij aan. ‘Het is naar om te zeggen, maar statistisch gezien vormt de jongen die een meisje ’s avonds naar huis brengt een groter risico dan de man in de bosjes.’
En toch duikt hij soms op, met gruwelijke gevolgen. Zo was de provincie Utrecht halverwege de jaren negentig in de ban van een serieverkrachter, een wat vadsige man op een mountainbike, die fietsende vrouwen van achteren benaderde en met een mes dwong mee te gaan naar plekken die hij mogelijk van tevoren had uitgekozen. Gerard T. werd in 2016 veroordeeld tot 16 jaar cel voor vier bewezen verkrachtingen met bruut geweld.
Jasper S. trok in 1999 de 16-jarige Marianne Vaatstra van haar fiets. Ze was op weg vanuit het Friese Kollum naar haar ouderlijk huis in Zwaagwesteinde. Uiteindelijk werd S. pas in 2012 na DNA-onderzoek opgepakt. Een jaar later achtte de rechter hem schuldig aan verkrachting en moord. Hij werd veroordeeld tot 18 jaar cel.
En in het najaar van 2017 werd Michael P. opgepakt, een dag of tien nadat hij de 25-jarige Anne Faber in de bossen rond Soest had verkracht en vermoord. De rechter veroordeelde P. tot 28 jaar celstraf en tbs met dwangverpleging.
Wat valt er te zeggen over deze daders, en over anderen die soortgelijke misdaden plegen? Allereerst natuurlijk dat het allemaal mannen zijn, veelal twintigers of dertigers, ‘en meestal autochtoon’, zoals Wineke Smid benadrukt. Ook hebben ze te kampen met uiteenlopende problemen. ‘Het zijn nooit evenwichtige personen die dit er even bij doen voor hun plezier.’
In uitzonderlijke gevallen lijden daders aan een psychose, zegt Smid. Vaker is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis of psychopathie. ‘Die daders zijn vooral met zichzelf bezig, het interesseert ze niet of anderen pijn hebben.’
Uit het vonnis in de zaak tegen Michael P., de moordenaar van Anne Faber, blijkt dat dit bij hem het geval was. ‘Hij is beperkt in zijn gewetensfuncties en in zijn empathie’, oordeelden deskundigen die hem onderzochten.
Maar er is niet altijd sprake van een psychische aandoening. Zo werd bij Jasper S. geen stoornis vastgesteld. Wel was bij hem langdurig sprake van ‘een gestoorde seksuele relatie met zijn vrouw’, zoals te lezen valt in de gerechtelijke uitspraak. ‘Woede, onder andere gerelateerd aan de afwijzing door zijn vrouw, zou volgens verdachte de oorzaak kunnen zijn.’
Een psycholoog oordeelde dat de verkrachting van Marianne Vaatstra primair ingegeven leek te zijn door lust, ‘waarbij verdachte doelgericht te werk ging om die te bevredigen’.
Wat die lust betreft is S. overigens geen uitzondering. Deze daders hebben vrijwel altijd problemen op seksueel gebied, zegt criminoloog Van der Kemp. ‘Ze zijn bijvoorbeeld seksueel gefrustreerd, hebben moeite om relaties aan te knopen met vrouwen of vinden dat ze het recht hebben niet afgewezen te worden. Soms hebben ze gestoorde seksuele fantasieën.’
Ook Michael P. had een geschiedenis van seksuele problematiek, en werd al eerder veroordeeld voor verkrachting.
De enge man in de bosjes is dus géén ‘gewone’ man, mogen we wel stellen. En daarom rijst ook de vraag of zulke extreme misdaden te voorkomen zijn als ouders hun zonen beter opvoeden, zoals nu klinkt na de recente moord op de 17-jarige Lisa.
Smid is daar helder over. Ze juicht het toe dat er een discussie is losgebarsten over de veiligheid van vrouwen, en ze denkt dat er bij het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag, femicide en eerwraak heel wat te verbeteren valt door jongens en mannen bijvoorbeeld te leren hoe dreigend hun goedbedoelde compliment kan overkomen of ‘dat je best mag huilen als een vrouw je verlaat, maar geen rare dingen moet gaan doen’.
Maar dat de enge man in de bosjes uitsterft? Nee, dat gelooft Smid niet. ‘Serieverkrachters en moordenaars zijn van een ander kaliber dan slecht opgevoede zonen. Het gaat hier om gruwelijke incidenten met gestoorde mensen. Die zul je nooit helemaal kunnen uitbannen.’
Van der Kemp is het daarmee eens. ‘Deze daders weten allemaal al dat hun gedrag niet door de beugel kan. Niet voor niets doen ze het allemaal in het geniep.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant