Aanvankelijk las niemand Intermediair voor de artikelen, maar dat was ook niet de opzet van Lo de Gruijter, de onlangs overleden medeoprichter. Het waren de personeelsadvertenties die het ‘tijdschrift voor leidinggevende functionarissen’ tot een ongekend commercieel succes maakten.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Spijt als haren op zijn hoofd had Lo de Gruijter jaren later van de verkoop van ‘zijn’ Intermediair aan bladenuitgever VNU, in 1973. ‘Ik heb het veel te vroeg verkocht.’ Het berouw uitte hij in een interview met het tijdschrift toen dat in 2012 weer van eigenaar wisselde. De Persgroep, het huidige DPG Media waartoe ook de Volkskrant behoort, werd de nieuwe broodheer van het blad dat De Gruijter in 1965 samen met kompaan Lucas Aardenburg had opgericht.
De Gruijter deed Intermediair na acht jaar van de hand, omdat hij vreesde dat een regering onder PvdA-voorman Joop den Uyl zelf een krant zou uitbrengen met personeelsadvertenties; en dat laatste was de kurk waarop Intermediair dreef. De lezers, ‘academici en andere hoger opgeleiden’, kregen het blad gratis. De inkomsten kwamen voor de helft van de overheid en voor de andere helft van bedrijven die er vacatures in lieten afdrukken.
De angst van De Gruijter, die onlangs op 96-jarige leeftijd in het Belgische Wommelgem overleed, bleek ongegrond. Het kabinet-Den Uyl verdween en van plannen voor een ‘rijksbanenblad’ werd niets meer vernomen. Bij VNU konden ze intussen hun geluk niet op. Intermediair was en bleef nog jaren een goudmijn. Journalist Marcel Metze vergeleek het blad bij het 35-jarig bestaan in 2000 met de gasbel in het Groningse Slochteren: ‘Er komt steeds méér uit.’
Volgens berekeningen op een bierviltje leverden de honderd pagina’s per week met personeelsadvertenties 3 miljoen aan omzet op, tegen een miljoen aan onkosten, aldus een voormalige adjunct-hoofdredacteur van Intermediair die in 2012 door HP/De Tijd werd geciteerd. Pure winst: 100 miljoen per jaar. Daar steekt de 10 miljoen gulden die De Gruijter en Aardenburg aan de verkoop van het blad overhielden, schril tegen af.
Intermediair werd in 1965 geboren nadat Lo de Gruijter was weggestuurd bij het familiebedrijf, ooit de grootste supermarktketen van Nederland: De Gruyter – voor de naam van de winkelketen werd de ‘ij’ ingeruild voor een ‘y’. ‘Ik weet tot op de dag van vandaag niet waarom’, zei hij in het eerdergenoemde interview in 2012.
De Gruijter had er toen tien maanden op zitten bij een vestiging in Duitsland. ‘Ik kwam daarna niet meer aan de bak. Probeer als je De Gruijter heet maar eens binnen te komen bij Philips of Albert Heijn. Die denken: zelfs zijn eigen familie wil hem niet, dan zal er wel wat mis mee zijn.’
Van zijn grootmoeder kreeg De Gruijter een startkapitaal van 40 duizend gulden (rond de 18 duizend euro) om een blad te beginnen louter bedoeld voor ‘doctorandussen en ingenieurs’.
Het begrip controlled circulation was overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar het in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn intrede had gedaan. Toen verschenen daar al de eerste bladen waarbij de uitgever bepaalde of lezers uit een selecte doelgroep in aanmerking kwamen voor een gratis exemplaar. De inkomsten kwamen van ondernemingen die graag een direct lijntje wilden hebben naar vakkundig personeel.
Intermediair bleek een schot in de roos. De eerste oplage van het ‘tijdschrift voor leidinggevende functionarissen’ bedroeg ruim 52 duizend exemplaren. Het verscheen de eerste twee jaar elke maand, vanaf 1967 om de twee weken en niet veel later lag Intermediair elke week op de deurmat. De oplage was ruim verdubbeld tegen de tijd dat het blad aan VNU werd verkocht. Op het hoogtepunt werden 300 duizend exemplaren verstuurd.
Omdat ze het blad gratis kregen, was De Gruijter bang dat de ontvangers als ze niet zelf op zoek waren naar een andere baan Intermediair ongelezen bij het oud papier zouden leggen. Op de achterkant van de personeelsadvertenties moest dus iets te lezen zijn.
Hij zocht zijn schrijvers onder zijn lezers: geleerden die veelal taaie stukken leverden, gratis en voor niks. ‘Ik speculeerde op de ijdelheid van wetenschappers die via Intermediair in grotere kring bekendheid zouden krijgen’, aldus De Gruijter in 2012.
Na de verkoop van Intermediair zette De Gruijter een reeks tijdschriften voor consumenten op, met tips voor als ze een badkamer wilden kopen, een keuken of vloer. Ook die Welke?-reeks verkocht hij in 1994 aan VNU. ‘Toen vond ik het mooi geweest. Ik was 60.’
Intermediair was het mooiste wat hij ooit gedaan had, zei de oprichter De Gruijter in 2012. ‘Je verdiende verschrikkelijk veel geld en het was nog leuk werk ook.’
‘Ik lijk op mijn moeder’, aldus De Gruijter in het genoemde interview met Intermediair in 2012. ‘Zij was een Dreesmann, van de warenhuizen Vroom & Dreesmann. Zij zei altijd: ‘Doe waar je goed in denkt te zijn.’
De grootste fout die Intermediair na zijn vertrek maakte, vond De Gruijter, was dat het blad een redactie in dienst nam. ‘Waarom zelf schrijven als je de artikelen ook door wetenschappers kunt laten schrijven? Onleesbaar? Dat gaf niet. Ik las op een gegeven moment ook niet alles meer.’
Zijn grote zakelijke voorbeeld was Gerrit Wagner, topman van Shell in de jaren zeventig. ‘Geen blaaskaak. De blaaskaken zijn altijd kerels die onzeker zijn, of ondeskundig – zo iemand als Rijkman Groenink van ABN Amro, of al die topmannen van Philips of Unilever in de jaren zeventig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant