Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Met het klimmen der jaren begin ik een steeds grotere hekel te krijgen aan die lui die ouderen komen vertellen dat er een tijd is van komen en een tijd van gaan. Laatst ook weer in deze krant, waar sociaalpsycholoog Kim Jansen de alarmerende mededeling doet dat ons land in 2045 maar liefst 1,8 miljoen mensen van boven de 80 zal herbergen. De kop van het opiniestuk spreekt boekdelen: ‘We rekken de levens van ouderen eindeloos, ten koste van hun kinderen.’ Wat hier meteen zeer onaangenaam opvalt, is dat ouders en kinderen tegen elkaar worden uitgespeeld. Oudjes maak er een eind aan! Misschien willen jullie dat nog niet, maar doe het dan tenminste voor de kinderen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het stuk eindigt met een opmerking, die ik al eens heb uitgeroepen tot een van de grootste clichés van deze tijd: ‘We moeten weer leren dat sterven bij het leven hoort.’ Je komt hem in allerlei variaties tegen, maar als je erover nadenkt blijft er slechts holle deftigheid over. De dood is het einde van het leven – meer niet. De dood luidt een periode van eeuwigheid in, waarin de overledene voorgoed wegblijft. Een voetbalwedstrijd is afgelopen als het laatste fluitsignaal klinkt. Een boek is uit als je het dichtslaat na ook de laatste pagina te hebben gelezen. Kun je zeggen dat de eindeloze periode na het laatste fluitje van de scheidsrechter hoort bij die voetbalwedstrijd? Kun je zeggen dat de tijd nadat je het boek voorgoed hebt weggelegd, hoort bij dat boek? Mij lijkt dat een moeizame manier van uitdrukken.
We moeten weer leren dat het leven eindig is, maar wie weet dat nou niet? Het lijkt me algemene kennis die je niemand hoeft te leren. Zelfs Lou de Palingboer kwam erachter dat hij sterfelijk was. Misschien dat we in een verre toekomst het eeuwige leven zullen verwerven, maar het zal nog wel even duren voordat we ons daarover druk moeten maken. Veel essentiëler lijkt mij de vraag hoeveel pijn een mens bereid is te verdragen. Dat is in laatste instantie een individuele zaak. Sommige mensen willen tot het gaatje gaan, anderen leggen veel eerder het kopje in de schoot, maar dat ‘we’ in deze tijden van geaccepteerde euthanasie de levens van ouderen eindeloos rekken, lijkt me zwaar overdreven.
Jansen, die volgens haar website in 1980 geboren is, begint haar stuk met: ‘Als ik de laatste jaren met vrienden uit eten ga, staat het eerste uur vaak in het teken van onze ouders. We bespreken de derde chemokuur, de eerste tekenen van dementie, de verhuizing naar een verzorgingshuis. Het zijn zelden vrolijke gesprekken.’
Dat zul je altijd zien: overjarige ouders die het gezellige vriendendinertje van hun kinderen versjteren. Ik zou daar niet graag aan tafel zitten. Mijn ervaring is dat de meeste kinderen hun ouders liever ziek of behoeftig zien dan dood, waarbij ook opgemerkt kan worden dat momenteel zo’n 80 à 90 procent van de 80-jarigen gewoon zelfstandig thuis woont. Misschien is het probleem niet zo zeer dat ‘we’ het leven van ouderen eindeloos rekken, maar dat er tegenwoordig ook kinderen zijn die eindeloos zeuren over het bestaan van hun ouders.
‘Het leven is kort’ vindt Jansen ‘een prachtige gedachte’. Ik niet. Ik (78) vind ‘het leven is veel te kort’ een veel mooiere gedachte. Daarom zou ik de ouderen van Nederland op het hart willen drukken: laat u niets wijsmaken. Het is nu of nooit. Pers alles uit het leven wat erin zit. In het denken over de dood zijn clichés moeilijk te omzeilen, maar voor zover ‘we’ kunnen nagaan, hebben we maar één (1) leven. Er is geen hiernamaals, geen hemel, geen hel of gene zijde, geen paradijs of overkant en uit de dood is niemand teruggekeerd. Mocht u reïncarnatie een optie vinden, denk dan aan filosoof Jaap van Heerden, die heeft opgemerkt: ‘In mijn vorig leven geloofde ik in reïncarnatie, maar nu niet meer.’
Als u dood bent, is er niets. Dat kan een opluchting zijn, zeker, maar u kunt dan ook nergens meer op terugkijken. U kunt uw eigen begrafenis niet bijwonen, u kunt nergens meer spijt van hebben en u kunt evenmin nog van de allerkleinste dingen genieten. Er is geen gedachte meer, geen gevoel, niets.
Ontegenzeggelijk is het vervelend in een rolstoel te zitten, al heb ik een gezond iemand gekend die niets liever wilde. Maar in een rolstoel, zelfs met pijn, kunt u zich nog altijd op een heldere nacht naar buiten laten rijden om naar de sterren en het melkwegstelsel te kijken. Laat uw kinderen daarbij helpen en vergeet uw bril niet.
En dan nu op vakantie! Tot over een maand, bij leven en welzijn.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.