Steeds meer Thaise boeren stappen over op het kweken van insecten: minder werk, meer inkomsten en ook nog beter voor het milieu. Nu nog de buitenlandse consument overtuigen. ‘Het is een kwestie van gewenning.’
Door Noël van Bemmel
Fotografie Hendra Eka
De boerderij van de Thaise boerin Pensri Kethom lijkt op het eerste gezicht op alle andere in Zuidoost-Azië: een eenvoudig huis omringd door groene rijstvelden, wat pezige koeien in een houten stal, geen landbouwmachine te bekennen. Alleen de grote kooien, bespannen met gaas, wijken af. Ze staan naast de stal, onder de carport, achter het huis: gevuld met krioelende, vliegende en parende sprinkhanen in diverse stadia van ontwikkeling. ‘Sinds we sprinkhanen kweken, is ons leven een stuk makkelijker geworden’, zegt de 54-jarige telg uit een familie die al generaties boert in het dorpje Khwao Yai in het arme, landelijke noordoosten van Thailand.
Ze eten drie keer per dag en ze groeien snel
Pensri Kethom, boerin
Pensri opent de ritssluiting van een kooi, tikt tegen het gaas om een flinke sprinkhaan te verjagen, en stapt dan behoedzaam naar binnen. In een wolk van fladderende en rondspringende insecten legt de boerin vers gras neer en veegt de vloer schoon. ‘Ze eten drie keer per dag en ze groeien snel’, zegt Pensri vanachter haar mondkapje. Het enige wat sprinkhanen nodig hebben, stelt zij, is wat ruimte en voldoende proteïnerijk gras. ‘Nou, dat hebben we hier in overvloed.’ Het kweken van sprinkhanen kost volgens haar minder tijd en geld dan de veeteelt en rijstbouw die ze van haar ouders heeft overgenomen, en levert ook nog meer geld op.
Daarom stappen steeds meer boeren in Thailand over op insecten. Krekels, sprinkhanen, zijderupsen, waterwantsen, meelwormen, miereneieren worden al eeuwenlang gegeten door de inwoners van de regio Isaan, waartoe ook Khwao Yai behoort. Sinds kort zijn insecten ook in het Westen in trek als duurzame bron van eiwitten. Zo levert sprinkhaan per kilo ruim twee keer zoveel proteïne op als bijvoorbeeld kip, maar zijn het watergebruik en de CO2-uitstoot heel veel lager, alsmede het ruimtebeslag en de hoeveelheid afval. Thailand domineert de markt van eetbare insecten, die mondiaal geschat wordt op 1,15 miljard euro (2024). Meer dan twintigduizend Thaise boeren kweken eetbare insecten. Marktonderzoekers verwachten tot 2030 een jaarlijkse groei van 25 procent.
Met een plastic zak aan een stok vangt Pensri een kilo sprinkhanen. Ze dompelt de dieren vijf minuten onder water, wast ze en legt ze uiteindelijk in een bak vol ijsblokjes. ‘Anders springen ze alle kanten op.’ Medewerkers pakken de sprinkhanen een voor een op en trekken met een flinke ruk de vleugels van het insectenlichaam. Weer worden de dieren gewassen, vervolgens gecentrifugeerd in een wasmachine en daarna levend in een plastic zak gestopt. ‘Die gaan we zo bakken, dan kun je zelf proeven.’ De boerin rekent voor: ontvleugelde en bevroren sprinkhanen zijn 7,50 euro per kilo waard, wat een omzet van 500 euro per week oplevert. Ter vergelijking: de rijstvelden die zij van haar ouders erfde, leveren 635 euro per jaar op. ‘Daar moeten de kosten van kunstmest en pesticiden nog vanaf.’
Niet raar dus, dat Pensri drie jaar geleden besloot een paar gram sprinkhaneneieren te kopen. ‘Ik had het op YouTube gezien. Het leek me niet moeilijk.’ Haar eerste poging was meteen winstgevend. Nu staan er bakken vol eitjes op een rij, met warmtelampen en bedjes van kokosvezel. Na acht dagen verschijnen piepkleine sprinkhanen die in veertig dagen uitgroeien tot stevige insecten van zo’n 5 centimeter. Veel ouder worden ze niet. Eitjes kopen hoeft niet meer, de insecten paren vanzelf en leggen hun eieren in bakken zand die zo weer onder een warmtelamp kunnen worden geschoven. Eitjes verkopen kan ook: 26 euro per kilo.
Ik frituur hier elke week 50 kilo insecten
Sawat Saithong, eigenaar eetstalletje
Op de vrijdagmarkt in het nabijgelegen provincieplaatsje Ranang springen kinderen op trampolines, kopen tienermeisjes nieuwe sandalen en verkopen handelaren bergen Thaise aubergines, glimmende karpers, verse varkenslongen en gefrituurde insecten. ‘Een krokante snack’, zegt verpleegkundige Prapai Prakhobdee, die na haar dienst zin had in een mix-zakje krekels en sprinkhanen. ‘Kost maar 1,30 euro!’ De eigenaar van de kraam, Sawat Saithong, is alweer bijna door zijn voorraad heen. ‘Ik frituur hier elke week 50 kilo insecten.’ Hiervoor verkocht hij gegrilde inktvis, maar sprinkhanen zijn volgens hem betere handel. De enige uitdaging, stelt hij, is voldoende aanbod vinden van de juiste kwaliteit bij vele verschillende boeren.
In de Thaise hoofdstad Bangkok, zeven uur rijden verderop, trekt Dr. Pran Pinthong een zak gemalen sprinkhaan uit een vriezer. Hij runt een overheids-laboratorium waar onderzoekers onder meer proberen eetbare insecten aantrekkelijker te maken voor de internationale markt. ‘Het is een kwestie van gewenning; de textuur, het uiterlijk, het is heel anders dan een kipfilet.’ De voedseltechnoloog verwerkt de sprinkhanen bijvoorbeeld tot een poeder en vermengt dat weer met pasta- of noedeldeeg. ‘Op die manier past het beter bij de Europese of Chinese levensstijl.’
Ze ruiken nogal sterk, door het proteïnerijke gras dat ze eten
Dr. Pran Pinthong, onderzoeker
Zijn grootste probleem op dit moment: de geur van de sprinkhaan. ‘Ze ruiken nogal sterk, door het eiwitrijke gras dat ze eten. Door de dieren te verwarmen tot 160- of 180 graden, wordt de geur al veel minder.’ Pinthong heeft een lab vol hightechmeetapparatuur en -machines, maar het Thaise ministerie van Innovatie betaalt hem om naar eenvoudige oplossingen te zoeken. Zodat een boer ook zelf de toegevoegde waarde van zijn product kan verhogen. ‘Je kunt altijd suiker en smaakstoffen toevoegen, zoals de makers van sportdranken en voedingssupplementen doen, maar ik ontwikkel liever een product dat ook gezond is.’ Pinthong is optimistisch: ‘De kennis over eetbare insecten is de afgelopen vijf jaar enorm verbeterd.’
In Isaan zet boerin Pensri een grote wok met olie op het vuur. Met gulle hand gooit zij nog levende, ontvleugelde sprinkhanen in de pan. ‘Goed bruin bakken, tot ze lekker crispy zijn.’ Niet erg gezond, wel traditioneel. De boerenlunch op een kleedje naast de koeienstal, bestaat uit de befaamde jasmijnrijst uit de regio, roergebakken groente, omelet en gefrituurde sprinkhanen.
De gekartelde achterpoten prikken op de tong, het achterlijf lijkt wel een hap lucht, maar de kop met de grote ogen en voelsprieten levert een verrassend stevige bite op.
Militair geweld tussen Thailand en Cambodja wakkert in beide landen het nationalisme aan. Langs de grens bouwen dorpelingen bunkers. ‘Maar als ik hierna een Cambodjaan tegenkom, zeg ik gewoon hallo.’
In een paar weken hebben miljarden sprinkhanen grote hoeveelheden gewassen in Oost-Afrika verwoest en het einde is voorlopig niet in zicht. Wat voor dier is het dat de voedselvoorziening in de regio bedreigt?
In de Thaise badplaats Pattaya wemelt het van de sekstoeristen. Ze komen af op de vele jonge vrouwen die er een inkomen proberen te vergaren. Steeds meer stemmen gaan op om hun werk te legaliseren en zo hun positie te verbeteren. ‘Maar dan vergeten we misschien dat niemand dat werk voor zijn plezier doet.’
Source: Volkskrant