DEN HAAG - Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoeft de gemeente Den Haag geen extra geld te vergoeden voor bijstandsuitkeringen die in 2022 en 2023 zijn uitgekeerd. Dat heeft de bestuursrechter bepaald in een zaak die door de gemeente was aangespannen.
Den Haag ligt al jaren met het ministerie overhoop over de vergoeding van bijstandsuitkeringen. In principe zou het ministerie die volledig moeten vergoeden, maar de gemeente moet vrijwel ieder jaar zelf geld bijleggen. Eerder won Den Haag een zaak over de jaren 2015 en 2016. Volgens het stadsbestuur betaalde het ministerie ook in 2022 en 2023 structureel te weinig, waardoor Den Haag twintig miljoen euro extra eiste.
De gemeente stelt dat het verdeelmodel van het ministerie tekortschiet, omdat geen rekening wordt gehouden met de sociale kenmerken van de stad. Zo wonen er in Den Haag relatief veel statushouders en laaggeletterden, die een grotere kans hebben om werkloos te worden en daardoor vervolgens in de bijstand belanden. De rechter erkent dat Den Haag op die punten afwijkt van andere grote steden, maar vindt dat het nadeel voor de gemeente beperkt bleef.
In 2022 kreeg Den Haag 2,5 miljoen euro te weinig en in 2023 ging het om bijna 17 miljoen. Dat komt neer op tekorten van respectievelijk 0,7 en 4,5 procent. Alleen als het tekort oploopt tot 7,5 procent of meer, heeft een gemeente recht op extra geld. Daaronder zijn deze tekorten nu voor eigen rekening van de stad.
Het juridische conflict is daarmee nog niet voorbij. In het najaar buigt de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in sociale zekerheidszaken, zich over het verdeelmodel. Den Haag heeft bij het ministerie een claim van 120 miljoen euro neergelegd, het bedrag dat de stad sinds 2017 zou zijn misgelopen.
Source: Omroep West Den Haag