Centrale bank De ongekende aanval van Donald Trump op de Fed tast de onafhankelijkheid van de centrale bank aan. Op de financiële markten lijken beleggers niet te weten hoe zij dit nieuws moeten duiden.
Fed-voorzitter Jerome Powell (links) en Fed-bestuurder Lisa Cook (midden), die beiden onder zware druk staan van president Donald Trump.
Is het gedaan met de onafhankelijkheid van de belangrijkste centrale bank ter wereld, de Federal Reserve? Zo ver is het nog niet, maar de voortekenen dat president Donald Trump bezig is met een ware machtsgreep in het Amerikaanse stelsel van centrale banken stapelen zich in rap tempo op. En opmerkelijk genoeg lijken de financiële markten vooralsnog niet in paniek te raken – op het eerste gezicht.
Maandagavond Amerikaanse tijd plaatste Trump een brief op zijn sociale medium Truth Social waarin hij de facto „het ontslag met onmiddellijke ingang” aankondigde van Lisa Cook, een van de zeven leden van het bestuur van de Fed. Als Cook aftreedt en Trump een nieuwe bestuurder zou benoemen, verandert de stemverhouding in het bestuur ten gunste van trumpisten. Cook wordt door een regeringsgezinde toezichthouder beschuldigd van hypotheekfraude, zonder dat daar bewijzen voor zijn. Cook heeft vorige week – toen de beschuldigingen naar buiten kwamen – gezegd de benodigde informatie bij elkaar te zoeken om haar onschuld aan te tonen en zich in de tussentijd „niet te laten wegpesten” door Trump en consorten. Ze vecht haar ontslag dan ook aan.
Met de brief van maandag voert het Witte Huis de strijd op om het bestuur van de Fed om te vormen tot een marionet van het economisch beleid van de president. Al sinds zijn aantreden roept Trump Fed-voorzitter Jerome Powell op om de rente te verlagen. Powell heeft dat tot nu toe geweigerd: de risico’s van een oplopende inflatie en slechte arbeidsmarkt zijn mede dankzij de handelsoorlog van Trump te groot om de rente te verlagen, aldus de Fed-voorzitter. Afgelopen vrijdag zette Powell wel de deur op een kier voor een renteverlaging in september.
De aanhoudende druk op de Fed van Trump is een schok voor economen. In de Financial Times noemde universitair hoofddocent Lev Menand van de Columbia Law School het „ongekend”: „Als haar ontslag standhoudt, betekent dit bijna het einde van de onafhankelijkheid van de centrale bank in de VS.” Peter Conti-Brown, onderzoeker aan de Universiteit van Pennsylvania, zei tegen The New York Times dat als Trump zou winnen, dit „het einde zou betekenen van de onafhankelijkheid van de centrale bank zoals wij die kennen”. En volgens David Wessel, directeur van het Hutchins Center for Fiscal and Monetary Policy, ondermijnt Trump „de fundamenten van onze democratie”, meldt de FT.
In een analyse over Trumps aanval op Cook schrijft Rabobank-analist Ben Picton: „De schaamteloze politisering van het veronderstelde onafhankelijke en technocratische proces van het bepalen van de prijs van geld bevestigt eens te meer dat we niet langer in de jaren negentig leven en dat oude ideeën over (...) de geloofwaardigheid van de centrale bank (...) weinig bescherming bieden tegen het nieuwe paradigma van pure machtspolitiek. Net zoals de interpretatie van de wet inherent politiek is, is de prijs van geld inherent politiek.”
De onafhankelijkheid van centrale banken is een groot goed in de economie. Zij zijn verantwoordelijk voor de inflatie: als die te hoog wordt, kunnen zij de rente verhogen zodat geld lenen duurder wordt, er minder geïnvesteerd en geconsumeerd wordt en zodoende de groei van de economie (en de inflatie) afremt. Is de inflatie te laag, dan moet de rente omlaag om de economie juist aan te jagen via goedkopere leningen en meer investeringen en consumptie.
De onafhankelijkheid van de Fed is wettelijk vastgelegd in 1951 en sindsdien min of meer onomstreden geweest. Eerdere presidenten hebben wel eens hun ongenoegen geuit over beslissingen van de Fed, die soms tegen de beslissingen van de overheid ingingen. President Richard Nixon was in 1971 de laatste president van wie bekend is dat hij grote politieke druk uitoefende op toenmalig Fed-voorzitter Arthur Burns om de rente te verlagen. Het kostte de latere Fed-baas Paul Volcker, die eind jaren zeventig met een inflatie van 14 procent werd geconfronteerd, vele jaren, een extreem hoge rente van meer dan 20 procent en een diepe recessie om het vertrouwen in de Fed weer te herstellen.
Het moedwillig slopen van een van de pijlers onder de wereldeconomie zou dus tot grote paniek onder beleggers moeten leiden. Immers: de dollar is de belangrijkste resevemunt ter wereld en Amerikaanse staatsobligaties zijn hét smeermiddel van de mondiale financiële markten. Als de koers van beide in de greep komt van het economisch beleid van het Witte Huis (fiscal dominance noemen economen dat, begrotingsdominantie, als tegenhanger van monetaire dominantie, waarbij de koers van de centrale bank bepaald wordt op basis van monetaire afwegingen), valt de vertrouwensbasis onder een groot deel van de financiële economie weg.
Maar een schokreactie bleef tot nu toe uit. De markten reageerden hooguit ‘nerveus’ (jargon voor milde paniek) op het aangekondigde ontslag van Cook. De koers van de dollar daalde met 0,3 procent in de uren na de aankondiging. Aandelenbeurzen in Europa noteerden kleine minnen (van enkele tienden van procenten). En ook de rente op tienjarige Amerikaanse staatsleningen, een belangrijke graadmeter voor het vertrouwen in de VS, steeg met 0,04 procentpunt. Zelfs de inflatieverwachting voor de komende jaren liep nauwelijks op.
De vraag is waar die lauwe reactie vandaan komt. In een nieuwsbrief van Deutsche Bank schrijft valuta-analist George Saravelos „verrast” te zijn „dat de markt zich niet meer zorgen maakt”. Weliswaar heeft de Fed vorige week laten doorschemeren dat een renteverlaging in september een reëel scenario is, „maar de risico’s op begrotingsdominantie zouden duidelijker zichtbaar moeten zijn in zowel hogere inflatieverwachtingen op lange termijn als op de dollarkoers”. Saravelos: „We kunnen geen overtuigend argument vinden waarom de markt dit risico niet verder zou moeten inprijzen.”
Een van de beleggingscategorieën die wel heftig reageerde op het nieuws over Cook is de Amerikaanse staatsobligatie met een looptijd van dertig jaar. De effectieve rente daarop steeg naar 4,94 procent, bijna 0,2 procentpunt hoger dan een maand geleden. Dat juist zo’n langlopende obligatie relatief scherp reageert op de aanvallen op de Fed, heeft te maken met de achterkant van de Amerikaanse economie.
Economen die financiële markten bestuderen kijken voor de effecten van beleid vaak naar wat zij de fundamentals noemen: achterliggende data over bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, de inflatie, de rente en het presteren van een economie. Door de fundamentals goed te wegen, kunnen actuele beleidswijzigingen over het algemeen goed ingeschat worden. Alleen, onder Trump laten die fundamentals het afweten: de economische data waarop die fundamentals zijn gebaseerd, vertonen weinig drama. Dat kan tal van oorzaken hebben, maar in elk geval speelt nu de chaos een belangrijke rol: er gebeurt zo veel op zo veel terreinen dat de reguliere economische cijfers moeite hebben de werkelijkheid goed weer te geven.
Daar komt nog bij dat het voordeel dat de VS hebben dankzij de positie van de dollar als wereldreservemunt niet met één pennenstreek uit te wissen is. De onafhankelijkheid van de Fed speelt daarbij zeker een rol, maar de dollar leunt op veel meer privileges dan andere valuta, zo ontdekten de economen Hélène Rey en Pierre-Olivier Gourinchas in hun paper over de rol van de dollar op de wereldmarkt. Simpel gezegd moet er meer gebeuren dan het ontslaan van een Fed-bestuurder om de dollar te ondermijnen.
Dat wil niet zeggen dat Trumps handelsoorlog en zijn aanvallen op de Fed ongestraft zullen blijven. Per saldo, zo verwachten economen als Nobelprijswinnaar Paul Krugman, brengt Trump wel degelijk grote schade toe aan de Amerikaanse economie. Die bevindt zich alleen nog één niveau dieper, op de laag van de superfundamentals. Denk daarbij aan moeilijk meetbare zaken als een betrouwbare overheid, een functionerende rechtsstaat of de onafhankelijkheid van een centrale bank.
Het venijn zit hem er nu in dat die schade pas op langere termijn echt gevoeld zal worden. En dat is terug te zien in de oplopende rente op de dertigjaarslening: ergens in de markten is er het besef dat de prijs voor het afbreken van de onafhankelijkheid van de Fed een keer betaald zal worden. Een glimp van de toekomst wordt daar zichtbaar.
In die zin laat de periode Trump tot nu toe zich het best vergelijken met de Brexit. Ook daar werd op voorhand – en op basis van de fundamentals – gewaarschuwd voor zware economische consequenties van de Britse uittreding uit de Europese Unie. En ook daar bleven op het oog de dramatische effecten in eerste instantie goeddeels uit. Maar het wegvallen van het VK uit de verankering in de Europese instituties kwam uiteindelijk met een forse prijs: het VK loopt inmiddels vele procenten aan economische groei achter op de rest van Europa.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC