Schrijvers Connie Palmen en Safae El Khanoussi.
Het wegduwen van mannen uit het literaire veld zal de dood zijn van de romankunst, beweert literair agent Paul Sebes in NRC. Zijn probleem? De vermeende vervrouwelijking van het schrijven en lezen. Mannen zouden afhaken omdat de vrouwelijke uitgeverswereld met hun voorkeur voor ‘relationele dynamiek’ en ‘historische troost’ de roman als ‘intellectuele en verbeeldende krachtbron’ doden.
Uschi Cop is de oprichter van Hyster-x, een feministisch makerscollectief uit België. In maart 2026 verschijnt haar debuutroman bij de Arbeiderspers.
Een opiniestuk dat met de vinger wijst naar vrouwen voor het gedrag van mannen leest akelig herkenbaar. Vrouwen verantwoordelijk houden voor het gedrag van mannen kan niet de bedoeling zijn. Korte rokjes, ring a bell? Dit soort infantilisering van de man is funest voor alle partijen.
De beweringen van Sebes vereisen een kordate reactie: niet alleen zijn ze feitelijk onhoudbaar, ze bevestigen de misogyne denkbeelden waar vrouwelijke romanschrijvers al eeuwen tegenop boksen.
Genderverschillen in leesgedrag bestaan. In de EU leest 60 procent van de vrouwen regelmatig, tegenover 44,5 procent van de mannen. Vrouwen bezoeken vaker bibliotheken, lezen meer fictie en grijpen vaker naar een boek van een auteur van het andere geslacht.
Opvoeding, onderwijs, rolmodellen, genderpatronen en mediaconsumptie vormen onze leesgewoonten. Jongens ontwikkelen gemiddeld later taalvaardigheid en empathie. De kloof tussen hun prestaties in het onderwijs en die van meisjes wordt elk jaar groter. Ze tonen minder interesse in verbaal spel en noemen lezen meisjesachtig.
Willen we mannen écht terug aan het boek, dan moeten we investeren in leesbevordering, empathietraining en minder rigide genderrollen, in plaats van het vrouwelijke aanbod als zondebok aan te wijzen. Sebes’ bewering dat mannen van het literaire veld worden verdreven, klopt evenmin. In de najaarsbrochures 2025 van enkele hoogstaande literaire uitgevers, zoals De Bezige Bij, Arbeiderspers, Querido, Cossee, Koppernik en Pluim zijn 68 procent van de auteurs man. Onder de Librisprijswinnaars is slechts 16 procent vrouw. In de afgelopen vijftien jaar groeide dat naar amper 26 procent. In de boekenbijlage van De Standaard telde ik in de laatste vijf edities 77 procent mannen tegenover 23 procent vrouwen als columnisten, geïnterviewden of gerecenseerde auteurs.
Het gebruik van ‘feminisering’ door Sebes als scheldwoord herinnert aan politiek geladen termen als ‘omvolking’. Het is een flauw trucje bedoeld om angst en ressentiment op te roepen.
In werkelijkheid is er van een vrouwelijke coup geen sprake, eerder van een voortdurende inhaalslag in een historisch mannelijk georiënteerd veld. De vrouwen die de publicatie, de magazines, de prijzen wel halen – zoals Connie Palmen, Safae El Khanoussi, Nadia De Vries, Caro Van Thuyne, Manon Uphoff – zijn stuk voor stuk briljante schrijvers, die je bezwaarlijk kan beschuldigen van een tekort aan verbeelding of ‘licht psychologisch inzicht’.
Terwijl uitgeverijen steeds vaker vrouwen in dienst hebben en zij het leeuwendeel van het redactiewerk doen, blijven de échte beslissers aan de top grotendeels mannelijk.
Bovendien tonen verschillende studies aan dat mannen – zodra een sector minder zicht op status en prestige biedt – afhaken. Dit gebeurde bijvoorbeeld met het beroep leerkracht.
Diezelfde wetmatigheid speelt in het literaire veld: als de diversiteit vergroot, de sector toegankelijker en minder elitair wordt, verdwijnt de motivatie voor mannen zich te onderscheiden. De schuld bij de vrouwen leggen die zwoegen voor een kwaliteitsvol landschap is daarom des te wranger.
De roman is allerminst dood; ze transformeert. In tegenstelling tot wat Sebes beweert, is de culturele inbedding van literatuur nooit breder geweest dan nu.
Het grotere aanbod van autobiografische romans is een trend die zich ook vanuit mannelijke kant voltrekt, denk aan de vele moederboeken, en net zoals bij autofictie hangt bij een ideeënroman de kwaliteit ervan af van de schrijver. Dat de aanwezigheid van vrouwen de literaire wereld minder genuanceerd, complex of ambigu maakt, is een onhoudbaar cliché. Vrouwelijke voorkeuren als verarming beschrijven is denigrerend en misleidend.
Een inclusieve leescultuur waarin elk genre, elke stem en elk perspectief een kans krijgt, dat is het doel. Het framen van vrouwelijke romans als inferieur enerzijds en visie en genialiteit als mannelijke monopolie anderzijds, kunnen we niet meer tolereren.
Het menselijke moet primeren, alleen zo blijft de roman echt levend en betekenisvol.
Source: NRC