Home

Het is maar water!

Het is een statussymbool op schoolpleinen: de Super Soaker. Een verfrissende duik in de geschiedenis leert dat de komst van dit speelgoed geldt als de big bang van de waterpistolengeschiedenis. Wat maakt dit waterwapen zo revolutionair? 

Door Siem Buijsse

Fotografie Adriaan van der Ploeg

Als je goed kijkt naar het schilderij Kinderspelen (1560) van Pieter Bruegel de Oude, vind je een jongen met een tinnen ‘klisteerspuit’ – doorgaans gebruikt voor darmspoelingen. Dit jongetje heeft er een andere toepassing voor bedacht: met een ondeugende blik spuit hij er een waterstraal mee op een nietsvermoedende uil.

Hoewel zijn spuit tegenwoordig is ingewisseld voor felgekleurde wapens met namen als de ‘Nerf Super Soaker Soakzooka’, doen talloze kinderen – en volwassenen – elke zomer nog steeds hetzelfde als hij: met water schieten.

Dat blijkt ook uit de indrukwekkende verzameling van grafisch ontwerper Aale van der Veen (64) uit Haarlem. Hij begon dertig jaar geleden met het afstruinen van speelgoedwinkels en rommelmarkten, en heeft sindsdien meer dan vijfhonderd waterpistolen bij elkaar gesprokkeld.

Inmiddels is hij gestopt met verzamelen, al had hij laatst een kleine terugval: bij de Action kocht hij twee Paw Patrol-pistooltjes. ‘Ik kon het niet laten,’ verzucht hij, terwijl hij een uitpuilende doos vol kleurrijke wapens uitpakt. Voor de Volkskrant heeft Van der Veen zijn volledige arsenaal van zolder gehaald, zodat fotograaf Adriaan van der Ploeg zijn plastic pistolen een voor een kan vastleggen. Samen vormen deze foto’s een visuele geschiedenis van het waterpistool – die nu dit artikel begeleidt.

Wie deze waterpistolen bestudeert, zal allereerst opmerken dat het speelgoed eindeloos veel verschijningsvormen heeft; je kunt het zo gek niet bedenken. Maar ook iets anders valt op: er is duidelijk een tijd vóór de Super Soaker en een tijd erna. Het populairste waterpistool aller tijden kwam op de markt in 1991, en bepaalt nog steeds hoe wij het speelgoed kennen.

Dat maakt nieuwsgierig: waar komt die Super Soaker eigenlijk vandaan? Wat ging eraan vooraf? En waarom heeft waterpistool zich de laatste jaren zo weinig ontwikkeld? Hoog tijd dus, op de valreep van de zomer, voor een verfrissende duik in de geschiedenis.

Die geschiedenis begint al voordat plastic de wereld veroverde. De vroegste commerciële waterpistolen waren van tin of gietijzer, zoals het USA Liquid Pistol uit 1896, een soort pipet in een ijzeren omhulsel.

Uitvinder Russell Parker bracht het op de markt als een verdedigingswapen tegen agressieve honden, dat ook gevuld kon worden met ammoniak.

Pas later wordt het waterpistool echt populair als speelgoed. In de jaren vijftig worden wereldwijd talloze plastic waterpistolen geïmporteerd uit Hongkong, op dat moment dé speelgoedproducent van de wereld. Veel daarvan waren imitaties van bestaande vuurwapens. ‘Maar ze mochten er in Nederland nooit zo ‘echt’ uitzien als sommige pistolen in mijn verzameling’, weet Van der Veen.

Dat klopt grotendeels: lange tijd waren alle realistisch ogende nepwapens verboden in Nederland. Maar dat veranderde in 2014, toen de Europese wetgeving werd overgenomen. Sindsdien mogen kinderen onder de 14 jaar een echt-lijkend speelgoedwapen bezitten, zolang dit een speciaal Europees keurmerk heeft.

Eind jaren zeventig kreeg het vuurwapen-waterpistool concurrentie. Door sciencefiction-blockbusters als Star Wars omarmde het brede publiek alles wat futuristisch en intergalactisch was. Daarop speelden speelgoedproducenten handig in: steeds meer waterpistolen zagen eruit alsof ze laserstralen afvuren, in plaats van kogels. En natuurlijk hebben er ook altijd minder agressief uitziende waterpistolen bestaan, in allerlei vormen – van Fred Flintstones tot aubergines.

Verzamelaar Van der Veen heeft zelf geen voorkeur voor een bepaald soort waterpistool. ‘Ik heb als kind niet eens veel met waterpistolen gespeeld – ik was meer van de modelauto’s’, zegt hij, terwijl hij een Donald Duck-vormig pistool klaarlegt voor een foto. ‘Het gaat mij om de veelheid. Als grafisch ontwerper vind ik het leuk om te zien wat voor categorieën er bestaan.’ Ook bij de Super Soaker heeft hij geen sterke nostalgische gevoelens. ‘Ik was al 30 toen die uitkwam. Maar ik zie natuurlijk wel hoeveel invloed de Super Soaker heeft gehad: vanaf 1991 gaat elk waterpistool daarop lijken.’

Want hoe stoer of onschuldig een waterpistool er voor 1991 ook uitzag, hun vuurkracht was beperkt: de straal kwam vaak niet verder dan enkele meters. Dat veranderde allemaal toen een Nasa-ingenieur in zijn vrije tijd de Super Soaker uitvond.

Deze ingenieur was Lonnie Johnson, wiens levensverhaal leest als dat van een uitvinder uit een kinderboek.

Lonnie Johnson. Getty

In zijn jeugd kreeg Johnson al de bijnaam ‘de professor’ en blies hij bijna zijn moeders huis op, omdat hij in een pan raketbrandstof probeerde te maken. Als 13-jarige won hij een wetenschapsbeurs met een zelfgebouwde robot – en dat als zwarte jongen, in het racistische Alabama van de jaren zestig.

Inmiddels is Johnson 75 jaar en heeft hij meer dan honderd patenten op zijn naam staan, van detectors die een natte luier kunnen bespeuren tot lithium-batterijen. Hij houdt zich allang niet meer bezig met waterpistolen, maar heeft een bedrijf dat onderzoek doet naar duurzame energieopslag. Toch blijft zijn naam onlosmakelijk verbonden met de Super Soaker.

‘Dat is niet erg. Ik ben enorm trots op mijn nalatenschap’, schrijft Johnson. De nog altijd drukbezette uitvinder heeft tijd vrijgemaakt om via de mail enkele vragen van de Volkskrant te beantwoorden. ‘Spelen is van grote waarde, het opent de deur naar nieuwsgierigheid. Ik ken ingenieurs die door de Super Soaker ontdekten hoe leuk praktische wetenschap kan zijn. Want achter dat leuke speelgoed zit wel degelijk serieuze techniek.’

Begin jaren tachtig werkte Johnson bij Nasa’s straalvoortstuwingslaboratorium. In zijn vrije uren probeerde hij een milieuvriendelijk koelsysteem in elkaar te knutselen, dat niet werkte op de schadelijke stof Freon, maar met luchtdruk water rondpompte. ‘Toen ik dat systeem uitprobeerde, schoot ik een krachtige waterstraal door mijn badkamer’, schrijft Johnson.

‘Meteen dacht ik: dit zou een fantastisch waterpistool zijn.’ De uitvinder ging met dat idee aan de slag, en ontwikkelde een waterpistool dat met de hand kan worden opgepompt. Dankzij de opgebouwde luchtdruk in het reservoir schiet zo’n pistool veel verder dan oudere modellen.

Het prototype van de Super Soaker. lonniejohnson.com

Toch duurde het nog even voordat de Super Soaker het licht zag. Na enkele mislukte pogingen om het waterpistool zelf op de markt te brengen, ging Johnson in zee met het bedrijf Larami. Na een weinig succesvolle lancering onder de naam ‘Power Drencher’, kreeg het waterpistool in 1991 zijn huidige naam.

De Super Soaker groeide snel uit tot een statussymbool op schoolpleinen wereldwijd: er werden alleen al dat jaar twee miljoen exemplaren verkocht. ‘Toen pas kreeg ik door dat dit waterpistool mijn leven zou veranderen’, schrijft Johnson. Met de miljoenen die hij aan het speelgoed verdiende, kon hij zich nog meer richten op zijn grote passie: uitvinden.

‘De komst van de Super Soaker was als de big bang van het waterpistolenuniversum. Hij was zoveel beter dan de rest, je moest er gewoon één hebben als kind’, zegt kunstenaar Gabriel Nyantakyi (42). De Amerikaan is een waterpistolenfanaat en organiseert met zijn stichting Waterarms over Firearms watergevechten in zijn woonplaats Philadelphia.

Volgens hem bieden waterpistolen een vreedzaam alternatief voor schietgames en andere gewelddadige spelletjes. ‘Kinderen willen nou eenmaal met elkaar stoeien en vechten, en met waterpistolen kun je daar een positieve draai aan geven. Dat een zwarte uitvinder daar zo’n belangrijke rol in heeft gespeeld, is al helemaal inspirerend’, zegt Nyantakyi.

De Super Soaker was namelijk niet alleen een grote sprong voorwaarts op technisch gebied. Het was ook de eerste keer dat het waterpistool echt zijn eigen visuele identiteit kreeg. Het ontwerp van de originele Super Soaker – met het zichtbare waterreservoir op de bovenkant – werd de nieuwe standaard. De opmars van het futuristische waterpistool, die in de jaren zeventig was begonnen, kreeg door de Super Soaker het beslissende zetje.

‘Doordat de Super Soaker zo cool was, wilde niemand nog een imitatievuurwapen’, legt Nyantakyi uit. ‘Ontwerpers hoefden totaal niet meer te verbergen dat een waterpistool met water schiet – munitie die niet doodt, maar juist leven geeft. Hun ontwerpen werden daardoor nog creatiever en kleurrijker. Daarom zijn watergevechten tegenwoordig veel vreedzamer dan toen mensen nog met plastic AK-47’s rondliepen.’

Dat iconische ontwerp kwam deels voort uit praktische overwegingen: de Super Soaker 50 is gebaseerd op het prototype dat Johnson zelf in elkaar knutselde, met pvc-buizen en een frisdrankfles. ‘Bij het uiterlijk lag niet mijn grootste focus’, vertelt Johnson. ‘Maar ik ben een groot sciencefictionliefhebber, dus natuurlijk wilde ik dat het waterpistool er ook cool uitzag.’

De originele Super Soaker 50. Larami

Dat lukte: het ontwerp bleek een tijdloze toevalstreffer. ‘Laatst nam ik mijn Super Soaker 50 mee naar een watergevecht’, vertelt Nyantakyi. ‘En alle kinderen wilden er per se mee spelen. Dat ontwerp heeft nog steeds iets magisch.’

Sindsdien zijn de ontwikkelingen in de waterpistolenwereld enigszins gestagneerd. Alleen op kleinere schaal zijn er innovaties: het Duitse Spyra maakt bijvoorbeeld enorm krachtige (en prijzige) elektrische waterpistolen, die niet handmatig opgepompt hoeven worden en semi-automatische salvo’s aan ‘waterkogels’ kunnen afschieten.

De SpyraThree. Sprya

‘Maar de meeste modellen van nu voldoen niet aan mijn standaarden’, zegt Nyantakyi. Hij heeft het niet alleen over de goedkope waterpistooltjes van de Action, die na twee keer schieten in de prullenbak verdwijnen. Ook in het hogere segment valt de kwaliteit volgens Nyantakyi tegen. Naar zijn watergevechten neemt hij daarom vooral oude waterpistolen mee, uit de jaren negentig en nul – achteraf bezien de hoogtijdagen van het waterpistool. Hoe kan dat?

Er is één voordehandliggende verklaring: wereldwijd spelen kinderen steeds minder buiten. Uit een onderzoek van maatschappelijke organisatie Jantje Beton en onderzoeksbureau Verian blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse kinderen in 2024 gemiddeld 2,5 uur per week minder buiten doorbrachten dan in 2022 – en het waterpistool is natuurlijk niet bepaald geschikt voor binnen. Mogelijk hebben producenten als Hasbro, dat in 1995 Larami overnam, hun aandacht daarom verlegd naar producten die minder waterschade veroorzaken.

Dat is niet alleen jammer vanuit nostalgisch oogpunt. Spelen met waterpistolen kan namelijk een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen hebben, aldus Ruslan Slutsky. Hij is als onderzoeker verbonden aan de Amerikaanse University of Toledo en doet al vijftien jaar onderzoek naar het speelgedrag van kinderen – en is gespecialiseerd in 'speels vechten'.

‘Agressie zit in ons DNA’, legt hij uit tijdens een videogesprek. ‘Dus het is niet gek dat kinderen de neiging hebben om gevechten na te spelen. Hoe ze dat doen, leert ze enorm veel over moraliteit: wie is de slechterik en wie is de held? Dat krijg je deels mee van je ouders, maar moet je ook zelf uit kunnen vinden.’

Videospelletjes als Fortnite zijn daar minder geschikt voor. ‘Tijdens het gamen reageren kinderen alleen op wat het spelletje ze voorschotelt. Onderzoek wijst uit dat dat kan leiden tot meer agressie. Maar als ze naar buiten gaan om met speelgoedwapens te spelen, controleren ze zelf het narratief. Ze schrijven hun eigen scenario, dat is veel leerzamer’, legt Slutsky uit. Bovendien is buiten spelen simpelweg gezond, benadrukt hij nog maar eens. ‘Dus laat je kind lekker losgaan met een waterpistool’, raadt hij alle ouders aan.

Toevallig liggen op een Haarlemse zolder nog alle benodigdheden voor een waanzinnig watergevecht. Van der Veen heeft nog geen waardige opvolger gevonden, die zijn verzameling wil overnemen. ‘Mijn dochter heeft niets met waterpistolen’, zegt hij, terwijl hij een doos voorzichtig weer inpakt. ‘Maar wie weet, misschien reageert er wel iemand op dit artikel.’

Als je goed kijkt naar het schilderij Kinderspelen (1560) van Pieter Bruegel de Oude, vind je een jongen met een tinnen ‘klisteerspuit’ – doorgaans gebruikt voor darmspoelingen. Dit jongetje heeft er een andere toepassing voor bedacht: met een ondeugende blik spuit hij er een waterstraal mee op een nietsvermoedende uil.

Hoewel zijn spuit tegenwoordig is ingewisseld voor felgekleurde wapens met namen als de ‘Nerf Super Soaker Soakzooka’, doen talloze kinderen – en volwassenen – elke zomer nog steeds hetzelfde als hij: met water schieten.

Dat blijkt ook uit de indrukwekkende verzameling van grafisch ontwerper Aale van der Veen (64) uit Haarlem. Hij begon dertig jaar geleden met het afstruinen van speelgoedwinkels en rommelmarkten, en heeft sindsdien meer dan vijfhonderd waterpistolen bij elkaar gesprokkeld.

Inmiddels is hij gestopt met verzamelen, al had hij laatst een kleine terugval: bij de Action kocht hij twee Paw Patrol-pistooltjes. ‘Ik kon het niet laten,’ verzucht hij, terwijl hij een uitpuilende doos vol kleurrijke wapens uitpakt. Voor de Volkskrant heeft Van der Veen zijn volledige arsenaal van zolder gehaald, zodat fotograaf Adriaan van der Ploeg zijn plastic pistolen een voor een kan vastleggen. Samen vormen deze foto’s een visuele geschiedenis van het waterpistool – die nu dit artikel begeleidt.

Wie deze waterpistolen bestudeert, zal allereerst opmerken dat het speelgoed eindeloos veel verschijningsvormen heeft; je kunt het zo gek niet bedenken. Maar ook iets anders valt op: er is duidelijk een tijd vóór de Super Soaker en een tijd erna. Het populairste waterpistool aller tijden kwam op de markt in 1991, en bepaalt nog steeds hoe wij het speelgoed kennen.

Dat maakt nieuwsgierig: waar komt die Super Soaker eigenlijk vandaan? Wat ging eraan vooraf? En waarom heeft waterpistool zich de laatste jaren zo weinig ontwikkeld? Hoog tijd dus, op de valreep van de zomer, voor een verfrissende duik in de geschiedenis.

Die geschiedenis begint al voordat plastic de wereld veroverde. De vroegste commerciële waterpistolen waren van tin of gietijzer, zoals het USA Liquid Pistol uit 1896, een soort pipet in een ijzeren omhulsel.

Uitvinder Russell Parker bracht het op de markt als een verdedigingswapen tegen agressieve honden, dat ook gevuld kon worden met ammoniak.

Pas later wordt het waterpistool echt populair als speelgoed. In de jaren vijftig worden wereldwijd talloze plastic waterpistolen geïmporteerd uit Hongkong, op dat moment dé speelgoedproducent van de wereld. Veel daarvan waren imitaties van bestaande vuurwapens. ‘Maar ze mochten er in Nederland nooit zo ‘echt’ uitzien als sommige pistolen in mijn verzameling’, weet Van der Veen.

Dat klopt grotendeels: lange tijd waren alle realistisch ogende nepwapens verboden in Nederland. Maar dat veranderde in 2014, toen de Europese wetgeving werd overgenomen. Sindsdien mogen kinderen onder de 14 jaar een echt-lijkend speelgoedwapen bezitten, zolang dit een speciaal Europees keurmerk heeft.

Eind jaren zeventig kreeg het vuurwapen-waterpistool concurrentie. Door sciencefiction-blockbusters als Star Wars omarmde het brede publiek alles wat futuristisch en intergalactisch was. Daarop speelden speelgoedproducenten handig in: steeds meer waterpistolen zagen eruit alsof ze laserstralen afvuren, in plaats van kogels. En natuurlijk hebben er ook altijd minder agressief uitziende waterpistolen bestaan, in allerlei vormen – van Fred Flintstones tot aubergines.

Verzamelaar Van der Veen heeft zelf geen voorkeur voor een bepaald soort waterpistool. ‘Ik heb als kind niet eens veel met waterpistolen gespeeld – ik was meer van de modelauto’s’, zegt hij, terwijl hij een Donald Duck-vormig pistool klaarlegt voor een foto. ‘Het gaat mij om de veelheid. Als grafisch ontwerper vind ik het leuk om te zien wat voor categorieën er bestaan.’ Ook bij de Super Soaker heeft hij geen sterke nostalgische gevoelens. ‘Ik was al 30 toen die uitkwam. Maar ik zie natuurlijk wel hoeveel invloed de Super Soaker heeft gehad: vanaf 1991 gaat elk waterpistool daarop lijken.’

Want hoe stoer of onschuldig een waterpistool er voor 1991 ook uitzag, hun vuurkracht was beperkt: de straal kwam vaak niet verder dan enkele meters. Dat veranderde allemaal toen een Nasa-ingenieur in zijn vrije tijd de Super Soaker uitvond.

Deze ingenieur was Lonnie Johnson, wiens levensverhaal leest als dat van een uitvinder uit een kinderboek.

Lonnie Johnson. Getty

In zijn jeugd kreeg Johnson al de bijnaam ‘de professor’ en blies hij bijna zijn moeders huis op, omdat hij in een pan raketbrandstof probeerde te maken. Als 13-jarige won hij een wetenschapsbeurs met een zelfgebouwde robot – en dat als zwarte jongen, in het racistische Alabama van de jaren zestig.

Inmiddels is Johnson 75 jaar en heeft hij meer dan honderd patenten op zijn naam staan, van detectors die een natte luier kunnen bespeuren tot lithium-batterijen. Hij houdt zich allang niet meer bezig met waterpistolen, maar heeft een bedrijf dat onderzoek doet naar duurzame energieopslag. Toch blijft zijn naam onlosmakelijk verbonden met de Super Soaker.

‘Dat is niet erg. Ik ben enorm trots op mijn nalatenschap’, schrijft Johnson. De nog altijd drukbezette uitvinder heeft tijd vrijgemaakt om via de mail enkele vragen van de Volkskrant te beantwoorden. ‘Spelen is van grote waarde, het opent de deur naar nieuwsgierigheid. Ik ken ingenieurs die door de Super Soaker ontdekten hoe leuk praktische wetenschap kan zijn. Want achter dat leuke speelgoed zit wel degelijk serieuze techniek.’

Begin jaren tachtig werkte Johnson bij Nasa’s straalvoortstuwingslaboratorium. In zijn vrije uren probeerde hij een milieuvriendelijk koelsysteem in elkaar te knutselen, dat niet werkte op de schadelijke stof Freon, maar met luchtdruk water rondpompte. ‘Toen ik dat systeem uitprobeerde, schoot ik een krachtige waterstraal door mijn badkamer’, schrijft Johnson.

‘Meteen dacht ik: dit zou een fantastisch waterpistool zijn.’ De uitvinder ging met dat idee aan de slag, en ontwikkelde een waterpistool dat met de hand kan worden opgepompt. Dankzij de opgebouwde luchtdruk in het reservoir schiet zo’n pistool veel verder dan oudere modellen.

Het prototype van de Super Soaker. lonniejohnson.com

Toch duurde het nog even voordat de Super Soaker het licht zag. Na enkele mislukte pogingen om het waterpistool zelf op de markt te brengen, ging Johnson in zee met het bedrijf Larami. Na een weinig succesvolle lancering onder de naam ‘Power Drencher’, kreeg het waterpistool in 1991 zijn huidige naam.

De Super Soaker groeide snel uit tot een statussymbool op schoolpleinen wereldwijd: er werden alleen al dat jaar twee miljoen exemplaren verkocht. ‘Toen pas kreeg ik door dat dit waterpistool mijn leven zou veranderen’, schrijft Johnson. Met de miljoenen die hij aan het speelgoed verdiende, kon hij zich nog meer richten op zijn grote passie: uitvinden.

‘De komst van de Super Soaker was als de big bang van het waterpistolenuniversum. Hij was zoveel beter dan de rest, je moest er gewoon één hebben als kind’, zegt kunstenaar Gabriel Nyantakyi (42). De Amerikaan is een waterpistolenfanaat en organiseert met zijn stichting Waterarms over Firearms watergevechten in zijn woonplaats Philadelphia.

Volgens hem bieden waterpistolen een vreedzaam alternatief voor schietgames en andere gewelddadige spelletjes. ‘Kinderen willen nou eenmaal met elkaar stoeien en vechten, en met waterpistolen kun je daar een positieve draai aan geven. Dat een zwarte uitvinder daar zo’n belangrijke rol in heeft gespeeld, is al helemaal inspirerend’, zegt Nyantakyi.

De Super Soaker was namelijk niet alleen een grote sprong voorwaarts op technisch gebied. Het was ook de eerste keer dat het waterpistool echt zijn eigen visuele identiteit kreeg. Het ontwerp van de originele Super Soaker – met het zichtbare waterreservoir op de bovenkant – werd de nieuwe standaard. De opmars van het futuristische waterpistool, die in de jaren zeventig was begonnen, kreeg door de Super Soaker het beslissende zetje.

‘Doordat de Super Soaker zo cool was, wilde niemand nog een imitatievuurwapen’, legt Nyantakyi uit. ‘Ontwerpers hoefden totaal niet meer te verbergen dat een waterpistool met water schiet – munitie die niet doodt, maar juist leven geeft. Hun ontwerpen werden daardoor nog creatiever en kleurrijker. Daarom zijn watergevechten tegenwoordig veel vreedzamer dan toen mensen nog met plastic AK-47’s rondliepen.’

Dat iconische ontwerp kwam deels voort uit praktische overwegingen: de Super Soaker 50 is gebaseerd op het prototype dat Johnson zelf in elkaar knutselde, met pvc-buizen en een frisdrankfles. ‘Bij het uiterlijk lag niet mijn grootste focus’, vertelt Johnson. ‘Maar ik ben een groot sciencefictionliefhebber, dus natuurlijk wilde ik dat het waterpistool er ook cool uitzag.’

De originele Super Soaker 50. Larami

Dat lukte: het ontwerp bleek een tijdloze toevalstreffer. ‘Laatst nam ik mijn Super Soaker 50 mee naar een watergevecht’, vertelt Nyantakyi. ‘En alle kinderen wilden er per se mee spelen. Dat ontwerp heeft nog steeds iets magisch.’

Sindsdien zijn de ontwikkelingen in de waterpistolenwereld enigszins gestagneerd. Alleen op kleinere schaal zijn er innovaties: het Duitse Spyra maakt bijvoorbeeld enorm krachtige (en prijzige) elektrische waterpistolen, die niet handmatig opgepompt hoeven worden en semi-automatische salvo’s aan ‘waterkogels’ kunnen afschieten.

De SpyraThree. Sprya

Spyra

‘Maar de meeste modellen van nu voldoen niet aan mijn standaarden’, zegt Nyantakyi. Hij heeft het niet alleen over de goedkope waterpistooltjes van de Action, die na twee keer schieten in de prullenbak verdwijnen. Ook in het hogere segment valt de kwaliteit volgens Nyantakyi tegen. Naar zijn watergevechten neemt hij daarom vooral oude waterpistolen mee, uit de jaren negentig en nul – achteraf bezien de hoogtijdagen van het waterpistool. Hoe kan dat?

Er is één voordehandliggende verklaring: wereldwijd spelen kinderen steeds minder buiten. Uit een onderzoek van maatschappelijke organisatie Jantje Beton en onderzoeksbureau Verian blijkt bijvoorbeeld dat Nederlandse kinderen in 2024 gemiddeld 2,5 uur per week minder buiten doorbrachten dan in 2022 – en het waterpistool is natuurlijk niet bepaald geschikt voor binnen. Mogelijk hebben producenten als Hasbro, dat in 1995 Larami overnam, hun aandacht daarom verlegd naar producten die minder waterschade veroorzaken.

Dat is niet alleen jammer vanuit nostalgisch oogpunt. Spelen met waterpistolen kan namelijk een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen hebben, aldus Ruslan Slutsky. Hij is als onderzoeker verbonden aan de Amerikaanse University of Toledo en doet al vijftien jaar onderzoek naar het speelgedrag van kinderen – en is gespecialiseerd in 'speels vechten'.

‘Agressie zit in ons DNA’, legt hij uit tijdens een videogesprek. ‘Dus het is niet gek dat kinderen de neiging hebben om gevechten na te spelen. Hoe ze dat doen, leert ze enorm veel over moraliteit: wie is de slechterik en wie is de held? Dat krijg je deels mee van je ouders, maar moet je ook zelf uit kunnen vinden.’

Videospelletjes als Fortnite zijn daar minder geschikt voor. ‘Tijdens het gamen reageren kinderen alleen op wat het spelletje ze voorschotelt. Onderzoek wijst uit dat dat kan leiden tot meer agressie. Maar als ze naar buiten gaan om met speelgoedwapens te spelen, controleren ze zelf het narratief. Ze schrijven hun eigen scenario, dat is veel leerzamer’, legt Slutsky uit. Bovendien is buiten spelen simpelweg gezond, benadrukt hij nog maar eens. ‘Dus laat je kind lekker losgaan met een waterpistool’, raadt hij alle ouders aan.

Toevallig liggen op een Haarlemse zolder nog alle benodigdheden voor een waanzinnig watergevecht. Van der Veen heeft nog geen waardige opvolger gevonden, die zijn verzameling wil overnemen. ‘Mijn dochter heeft niets met waterpistolen’, zegt hij, terwijl hij een doos voorzichtig weer inpakt. ‘Maar wie weet, misschien reageert er wel iemand op dit artikel.’

Gemaakt door

Tekst: Siem Buijsse
Fotografie, Ontwerp en Code: Adriaan van der Ploeg
Portretfoto: Shirin Abedi
Coördinatie: Monique Wijnans
Eindredactie: Lotte Krakers
Met dank aan: Titus Knegtel, Gabriel Eisenmeier, Hans-Maarten Dagelet, Latoya van der Meeren en Aale van der Veen.

Duivels schattige Labubu’s veroveren de wereld en geven China een cool imago

Kinderen en popidolen zijn dol op Labubu’s, kleine pluchen beestjes uit China die een verzamelhype hebben veroorzaakt. Ze komen uit een verrassingsdoos. ‘Zodra het wordt geopend, beloont het brein dat met een dopaminepiekje.’

De ultraschattige tentoonstelling ‘Cute’ laat de duistere krachten achter cuteness zien – al vermaken kinderen zich er evengoed

De Kunsthal Rotterdam noemt cuteness ‘een van de meest invloedrijke krachten in de hedendaagse cultuur’. Maar cute is zelden alléén maar cute, leert de tentoonstelling.

Op zoek naar de geheimzinnige puzzelmaker Wil Strijbos – een missie even complex als zijn puzzels zelf

Wil Strijbos is een legendarische puzzelontwerper, wiens ontwerpen bekender zijn dan hijzelf. Jan van Tienen raakte gefascineerd door zijn puzzels en ging op zoek naar de mysterieuze man.

Source: Volkskrant

Previous

Next