is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.
In een overspannen samenleving kan het volgende gebeuren.
Je loopt met je twee kinderen overprikkeld en hongerig een lunchroom binnen, en wordt op een afstandje vriendelijk begroet door een jonge medewerker aan de bar. Ze is vermoedelijk nog een tiener, met donker haar en donkere ogen – ze had je zusje kunnen zijn. In het zonlicht zie je haar gouden hangertje, een davidster, even glinsteren. Dan draait de medewerker zich ineens om, lijkt haar kraag recht te zetten en loopt vervolgens naar je toe. Er is iets veranderd: het valt je op dat ze haar hangertje heeft verborgen.
Je weet niet waarom ze dat deed, maar in deze situatie – ik, met een Marokkaans uiterlijk, en zij, gegeven het hangertje vermoedelijk Joods, in een samenleving waarin het antisemitisme evident toeneemt en de schuld daarvan met name bij Marokkaanse Nederlanders wordt gelegd – krijgt het ineens een flinke lading.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Je voelt een knoop in je maag ontstaan, omdat je je realiseert dat je verschijning mogelijk geassocieerd wordt met gevaar. Je loopt wat verstrooid achter de jongedame aan, die je een tafeltje aanwijst. Instinctief doe je dan wat je vaker doet wanneer je merkt dat er iets ongemakkelijks speelt in het sociale verkeer: je gaat overcompenseren. Overdreven vriendelijk doen. Je kinderen herhaaldelijk verzoeken netjes ‘dankjewel’ te zeggen en zich te gedragen.
Ook zij is vriendelijker dan je normaal van horecapersoneel gewend bent. Je vraagt je af of ze ook aan het overcompenseren is.
Meer vragen schieten door je hoofd. Ben jíj niet degene met (aannamen over) vooroordelen? Projecteer je het niet onnodig op jezélf? Misschien mag ze geen religieuze uitingen dragen van de baas en had ze niet door dat het hangertje zichtbaar was.
Je twijfelt een seconde of je toch even moet vragen waarom ze het hangertje ineens verborg, al was het maar om haar gerust te stellen dat ze van jou geen gevaar hoeft te vrezen. Maar je besluit direct dat die vraag lelijk en ongepast zou zijn: waarom zou ze verantwoording moeten afleggen aan een klant die een stuk ouder is dan zij, en waarom zou je haar in die nare positie moeten brengen, omdat je eigenlijk stiekem zelf gerustgesteld wil worden?
Dus eet je je bord helemaal leeg, veegt de tafel schoon, laat de medewerker weten dat je héérlijk hebt gegeten, geeft een dikke fooi en verlaat de lunchroom.
Maar het laat je niet los. Je vertelt je zus en je beste vriend (eveneens met een Marokkaanse achtergrond) over het ‘incident’, en ze snappen meteen waarom het vrij pijnlijk voelt. En je doet dan wat je altijd doet wanneer je ongemakkelijke kwesties bespreekt: donkere humor inzetten.
Want hoezo dacht ze eigenlijk dat je Marokkaans was, en niet Joods? Je wordt immers vaker aangezien voor Joods. Je werd nota bene eens op straat antisemitisch bejegend door een wildvreemde en mocht (volgens de agent die toevallig tijdens de daaropvolgende ruzie voorbijfietste) geen aangifte doen van antisemitisme, omdat je feitelijk niet Joods bent.
In de periode daarna hoor je over hechte vriendschappen tussen Joodse en Marokkaanse Nederlanders die na 7 oktober zijn verwaterd. Je hoort er alleen over van de ‘Marokkaanse kant’, die het betreurt dat het voorheen altijd fijne contact uiteindelijk niet bestand bleek tegen de ingenomen posities met betrekking tot de situatie in Gaza. Je bent benieuwd of dat verdriet en gemis net zo wordt ervaren aan de ‘Joodse kant’, maar je wilt niet zo’n idioot zijn die Joodse kennissen belast met de vraag wat zij hier nou allemaal van vinden.
De ervaring brengt je ook weer terug naar de nasleep van 9/11. Toen je als tiener met een islamitische en Marokkaanse achtergrond ineens geconfronteerd werd met een vijandige buitenwereld. Door ouders werd je gewaarschuwd niet te veel op te vallen in het openbaar: je vriendinnen droegen een hoofddoek, en belandden daardoor meer dan eens in een situatie waarin ze verbaal werden aangevallen. Zou het meisje in de lunchroom ook gewaarschuwd zijn door haar omgeving?
Maar meer nog herinner je je nog goed hoe eenzaam het soms kon voelen in die tijd. En je vraagt je af of dat voor haar nu ook zo is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant