Home

Inwoners voelen zich geïntimideerd door ondermijningsaanpak gemeente: ‘Waarom gaan ze niet in Assendelft kijken?’

Ondermijning De gemeente Zaanstad ‘pioniert’ sinds 2022 met een harde aanpak van crimineel gedrag. Het doel is ‘perspectief’ te bieden in het kansarme Zaandam-Oost. Maar onder bewoners die te maken krijgen met controles, groeit het wantrouwen richting hun gemeente.

Aysel Yilmaz was aan het oppassen bij haar kleinzoon toen de bel ging: een groep gemeenteambtenaren stond voor de deur, sommigen in burgerkleding, anderen in zwarte jasjes, vergezeld door twee politieagenten. „We komen voor een adresonderzoek”, zeiden ze.

Aysel, die gebrekkig Nederlands spreekt, mocht niemand bellen om voor haar te vertalen. Voor ze het wist, stonden drie gemeentemedewerkers binnen. Ze stelden allerlei vragen en maakten foto’s van het hele huis, tot de inhoud van de kledingkasten en de badkamer aan toe. Zo snel als ze gekomen waren, waren ze ook weer vertrokken, vertelt ze.

Sinds het bezoek van oktober vorig jaar, in de Zaanse wijk Poelenburg, leeft Aysel in angst. „Als ik nu handhavers van de gemeente zie, doe ik meteen de deur dicht. Als ik de politie zie, schrik ik”, zegt ze. En als ze op haar kleinzoon past, houdt ze de deur voortaan op slot. Het wantrouwen dat ze ervaart van de gemeente is nu wederzijds. „Ik moet m’n rijbewijs verlengen, maar ben al drie keer niet naar de afspraak gegaan, omdat ik bang ben.”

Een flink aantal inwoners van Zaandam-Oost krijgt te maken met zulke controles aan huis, die deel uitmaken van de ondermijningsaanpak van de gemeente Zaanstad. Daarmee moet criminaliteit worden bestreden en het „toekomstperspectief” van inwoners worden vergroot.

Meerdere bezoeken

De aanpak heeft een schaduwzijde: de gemeente grijpt diep in in het privéleven van haar inwoners, zonder hen goed uit te leggen waarom dat nodig is. De inwoners voelen zich geïntimideerd en niet langer veilig in hun buurt. Ze weten niet hoe ze zich kunnen verweren, of ervoor kunnen zorgen dat de controles stoppen. Want het blijft niet altijd bij één bezoek. Op Aysels eigen adres kwamen ze na het eerste bezoek in oktober vorig jaar nog drie keer langs, op het oppasadres nog eenmaal.

Mag dat allemaal zomaar, vragen tien inwoners van de wijken Poelenburg en Peldersveld zich af in een gesprek met NRC, het Zaanse nieuwsmedium De Orkaan en Follow The Money, dat in juni schreef over mogelijke misstanden bij de controles in de wijk. De meesten willen alleen anoniem hun verhaal doen, uit vrees dat de gemeente nog harder achter ze aan komt. Naast het de verhalen van inwoners kreeg NRC inzage in beelden gemaakt met deurbelcamera’s, klachtenbrieven en correspondentie met de gemeente.

Ondermijningsaanpak

De inwoners beschrijven hoe handhavers zich zonder toestemming(sformulier) en met opdringerig gedrag de woning in praten. Vaak voelen ze zich overrompeld, waardoor ze controleurs tegen hun zin toegang tot hun woning verlenen. Naast controles horen ook achtervolgingen en een hoge financiële last onder dwangsom tot de gereedschapskist van de gemeente.

Sinds 2022 voert Zaanstad een hard ondermijningsbeleid in Zaandam-Oost, waar de wijken Poelenburg en Peldersveld liggen. Deze wijken behoren tot de sociaal-economisch zwakste van het land. Er heerst armoede en drugsoverlast, er wonen veel mensen met een migratieachtergrond. Alle inwoners die NRC sprak hebben een Turkse achtergrond.

De gemeente wil in Zaanstad-Oost ondermijnende activiteiten – een brede term voor crimineel gedrag, waarbij de boven- en onderwereld verweven raken, bijvoorbeeld via drugslabs in woningen – terugdringen. Dat doet ze met subsidie uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Twintig kwetsbare gebieden en wijken in heel het land moeten onder leiding van burgemeesters leefbaarder worden gemaakt. In de gemeente Zaanstad heeft dat geleid tot de oprichting van PACT Zaandam-Oost, een coalitie waarin tal van organisaties (van woningbouwcorporaties tot UWV en politie) zijn vertegenwoordigd.

Interventieteam

Een speciaal ‘interventieteam’ is belast met de ondermijningsbestrijding in Zaandam-Oost. Dat team werkt nauw samen met het team wijkgerichte overlast. Afgelopen jaar voerde het meer dan duizend controles uit in Zaandam-Oost. Burgemeester Jan Hamming (PvdA) maakte in een brief aan de gemeenteraad bekend dat afgelopen jaar onder meer werd gecontroleerd op mogelijke „zwartwerkers of malafide glazenwassers”.

Tijdens zogenoemde ‘sprintweken’ werden 120 controles bij glazenwassers uitgevoerd. Ook werd gecontroleerd of mensen correct op hun adres zijn ingeschreven (425 keer) en of illegale kamerverhuur plaatsvindt (271 keer). Bij de controles naar illegale kamerverhuur werden 38 overtredingen vastgesteld.

De inwoners die NRC sprak, zeggen niks met zulke praktijken te maken te hebben. Ze breken zich het hoofd over waarom de gemeente juist bij hen aan de deur verschijnt. In sommige gevallen vertelt het bezoek dat de gemeente een melding heeft gekregen van inschrijvingsfraude, zonder nadere toelichting. Op klachten wordt niet, laat of heel summier geantwoord. Zo kreeg een gecontroleerde inwoonster van Peldersveld een brief met de mededeling dat Zaanstad aan fraudebestrijding doet, iets wat ze ook al in het nieuws had vernomen.

De gemeente laat in een reactie weten dat bij adrescontroles „in de regel” toestemming wordt gevraagd om binnen te komen, waarbij een toestemmingsformulier moet worden ingevuld. „Zeer sporadisch” heeft het speciale interventieteam na een toelichting en „mondelinge toestemming” de woning betreden. Foto’s van kamers worden gemaakt om te beoordelen „hoeveel personen er op het adres wonen en of het gebruik van de woning overeenkomt met de inschrijving op dat adres”, aldus de gemeente.

Achtervolgingen

Een speerpunt in de ondermijningsaanpak betreft glazenwassers. Burgemeester Jan Hamming verklaarde de sector persoonlijk de oorlog. Omdat er volgens hem criminele netwerken in actief zijn, staat hij een onorthodoxe aanpak voor. In de Volkskrant sprak hij vorig jaar over „die foute gasten uitroken en eruit kicken”.

Sinds 1 juli vorig jaar is in Zaanstad een vergunningplicht van kracht. Tot dusverre kregen 53 van de honderden glazenwassers die in Zaanstad actief zouden zijn, een vergunning. De gemeente gaat met harde hand te werk, blijkt uit verhalen van glazenwassers. Ze vertellen hoe ze tijdens hun werk door de politie ondervraagd en door gemeenteambtenaren achtervolgd zijn.

Aysels schoonzoon is glazenwasser: hij heeft een glazenwassersbedrijf in Amsterdam, waarmee hij buiten de gemeente Zaanstad werkt. Eind vorig jaar ontving hij een last onder dwangsom van 20.000 euro van Zaanstad, omdat hij daar zonder vergunning ramen zou lappen. Maar wat er vooral inhakte was de achtervolging waarmee hij deze zomer te maken kreeg.

Toen hij naar zijn werk in Ede reed, zag hij dat een onbekende auto de hele rit achter hem aan reed, vertelt zijn vrouw Cansel. Zelf ligt hij ziek op bed en wil hij niet met naam en toenaam worden genoemd.

Vanuit de auto belde hij zijn vrouw, die contact opnam met de politie en de situatie uitlegde. In Ede stapte hij uit om z’n achtervolgers te confronteren. Die maakten rechtsomkeert, maar de politie arriveerde even later wel om zijn identiteitspapieren te controleren naar aanleiding van een „melding”. Wat voor melding dat was, wilden ze niet zeggen, maar de agenten zouden volgens Cansel wel hebben laten weten dat de achtervolgers ambtenaren van de gemeente Zaanstad waren.

‘Mentaal kapotgemaakt’

De achtervolging heeft haar man „mentaal helemaal kapotgemaakt”, vertelt Cansel. Hij had net zijn werk opgepakt na een periode van ziekte, maar na de achtervolging is hij weer uitgevallen, volgens zijn arts door alle stress die het gemeentelijke optreden heeft veroorzaakt. Dat hij niet kan werken trekt een zware wissel op hun gezin met drie jonge kinderen. „Het doet echt heel veel met ons”, zegt Cansel geëmotioneerd.

Wat het extra zwaar maakt, is dat ze niet weten hoe ze zich moeten verdedigen. Cansel schreef drie klachtenbrieven aan de gemeente namens haar man sinds de boetebrief op de deurmat viel. Op de eerste brief kreeg ze afgelopen maand, ruim een half jaar na het schrijven, een ontvangstbevestiging. „Ik heb toen aangegeven dat ze, als ze iets van ons willen, gewoon kunnen bellen en een afspraak inplannen”, zegt ze. Maar nu is voor haar de tijd van praten voorbij. In haar laatste brief stelt ze de gemeente aansprakelijk voor de geleden zakelijke en medische schade.

De gemeente laat weten dat klachten binnen veertien weken zouden moeten worden beantwoord. Controles vinden plaats als er signalen zijn dat glazenwassers zich niet aan de vergunningplicht houden. Een signaal kan ook „het vermoeden van een zogenaamde schijnconstructie”, waarbij ze op papier in een andere gemeente werken, maar „bedrijfsmatig” vanuit Zaandam-Oost opereren. Daarom zouden de glazenwassers niet met hun bedrijfsauto van hun huis naar hun werk mogen rijden, maar de glazenwassers zien dat als woon-werkverkeer.

Het argument van de schijnconstructie verwerpen Cansels man en andere glazenwassers die hun bedrijf buiten de Zaanse gemeentegrenzen hebben gevestigd. „Ik heb eigenlijk niks met de gemeente te maken”, zegt een glazenwasser, die net als Cansels man in Zaandam woont, maar daarbuiten werkt. Hij werd tijdens zijn werk ondervraagd door de politie over contante betalingen en privé-rekeningen en zag zijn de last onder dwangsom van 20.000 euro worden verdubbeld.

‘Als crimineel behandeld’

Hij is bang om nog met glazenwassersspullen gezien te worden en is inmiddels van beroep veranderd, om een verdere financiële strop te voorkomen. Hij denkt er zelfs over om zijn huis te verkopen en Zaandam, waar hij opgegroeid is en zijn familie woont, te verlaten. „Ik ben op mijn twintigste begonnen en had een heel klantenbestand opgebouwd in zeven, acht jaar. Dat is mij nu afgenomen”, zegt hij. Hij heeft een advocaat in de arm genomen, waarmee hij hoopt te voorkomen dat de tienduizenden euro’s worden ingevorderd.

Een vergunning aanvragen is volgens hem niet alleen onnodig, het heeft ook geen zin, want „je merkt dat ze het op je gemunt hebben”. „Je voelt je als crimineel behandeld, terwijl je dat helemaal niet bent”, verwoordt hij een breder gedragen sentiment binnen zijn voormalige beroepsgroep en in Zaandam-Oost.

Wat Aysel, Cansel en andere inwoners steekt, is de dubbele standaard die de gemeente in hun ogen hanteert. Ze merken op dat hun ‘Nederlandse’ buren en collega’s geen bezoek hebben gekregen van de gemeente of de politie. En ze weten dat mensen in andere delen van Zaanstad anders benaderd worden. „Waarom gaan ze alleen in de achterstandswijken kijken? Waarom niet in Zaandam-centrum of in Assendelft?” vraagt een inwoner van Peldersveld zich af. In hun ervaring heeft de aanpak van de gemeente de wijk niet leefbaarder, maar juist minder leefbaar gemaakt.

De gemeente Zaanstad zegt controles uit te voeren gebaseerd op „gedrag en concrete signalen”, en niet op basis van afkomst. „De extra inzet in Zaandam-Oost is om misstanden te bestrijden, geen bevolkingsgroepen.” Vorig jaar vond „een gerichte actie” plaats tegen „malafide netwerken in de glazenwasserij”, zo laat de gemeente weten. Het team wijkgerichte overlast bezocht toen samen met het speciale interventieteam en de politie verdachte adressen, die volgens de gemeente werden vastgesteld via een „brede risicoanalyse”, waaraan ook de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst bijdroegen.

Gegevensuitwisseling

De uitgebreide gegevensuitwisseling van overheden is een belangrijke factor in de Zaanse aanpak. De ambtelijke Zaanse top en burgemeester Hamming beslisten begin 2022 dat overheidsinstanties tal van persoonsgegevens over inwoners in Zaandam-Oost mogen delen en later pas zouden uitzoeken of dat wettelijk toegestaan is. Wat nog altijd niet is gebeurd. In Zaanstad vindt die uitwisseling plaats via het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC), een samenwerkingsverband van onder meer gemeenten, politie, OM en toezichthouders die met een ‘integrale aanpak’ ondermijnende criminaliteit moeten aanpakken.

„Natuurlijk moet de overheid fraude en criminaliteit kunnen bestrijden, maar burgers hebben ook het recht te weten hoe hun gegevens worden gebruikt”, zegt Fatma Çapkurt, universitair docent staats- en bestuursrecht aan Universiteit Leiden. Grondrechten als het recht op respect voor het privé-leven en gelijke behandeling kunnen niet zomaar aan de kant worden geschoven, legt ze uit.

Precies dat lijkt in Zaanstad aan de hand en dat heeft onder meer te maken met de vervagende grens tussen straf- en bestuursrecht, zegt Çapkurt. De aanpak van (ondermijnende) criminaliteit hoorde altijd bij het strafrecht, maar is de laatste jaren steeds meer bij het bestuursrecht ondergebracht, met veel vrijheid voor lokale bestuurders en minder wettelijke waarborgen voor burgers. „De term ondermijning raakte erg in zwang tijdens het kabinet-Rutte III, en dat viel samen met toenemende technologisering van de overheid”, aldus Çapkurt. „De vraag is: wat is ondermijning? Dat begrip is nauwelijks omlijnd. Iedere verdenking dat iets niet pluis is, kun je als ondermijnende criminaliteit framen.”

‘Gevaarlijke cocktail’

In Zaandam-Oost constateert Çapkurt een grote kloof tussen de intentie van het beleid en de uitvoering ervan. „Er wordt gezegd dat er iets heel goeds gebeurt en dat criminelen worden aangepakt. Maar als je kijkt naar de praktijk, heeft het niets te maken met hulpverlening of dienstverlening. Het is eigenlijk meer: we gaan deze burgers pakken. Dat in combinatie met toenemend gebruik van surveillance is een heel gevaarlijke cocktail.”

Çapkurt benadrukt dat het gaat om kwetsbare burgers, die onder meer vanwege beperkte financiële middelen vaak moeilijk toegang hebben tot het recht. „Het lijkt alsof het bestuur misbruik maakt van die kwetsbaarheid, en dat is zeer kwalijk.”

De gemeente Zaanstad benadrukt in antwoord op vragen de „successen” van de aanpak, die volgens uitvoerders in de sterkere samenwerking tussen hulpverlening, scholen en buurtinitiatieven liggen. „Succes leidt echter ook tot weerstand”, voegt de gemeente daaraan toe. „Niet in de minste plaats bij degenen die het doelwit zijn van de aanpak. Daar zijn we ons bewust van.” In de uitgebreide reactie noemt Zaanstad zichzelf „pionier en koploper” en vergelijkt de gemeente zichzelf met een koorddanser, die „juridische grondslagen om te kunnen blijven ingrijpen en de morele verplichting om te moeten ingrijpen” moet combineren.

Grote druk

De gemeenteraad heeft zich in grote meerderheid achter het stringente beleid geschaard. Een van de weinige kritische geluiden rond de aanpak komt van PvdA-fractievoorzitter Eylem Köseoglu, partijgenoot van burgemeester Hamming. Zij vraagt al sinds het begin van de aanpak om transparantie over de methodes die de gemeente gebruikt en heeft herhaaldelijk gewezen op het risico van (institutioneel) racisme. De burgemeester noemde niet de aanpak, maar juist haar kritiek in het Noord-Hollands Dagblad begin dit jaar „stigmatiserend”.

Ook de andere coalitiepartijen openden de aanval op haar. Haar kritiek noemden ze „ondermijnend en schadelijk”. Daarbovenop kwam een persverklaring van PvdA-fractie die afgelopen week het vertrouwen in haar opzegde, nadat ze eerder haar werkzaamheden als fractievoorzitter tijdelijk had neergelegd. Volgens betrokkenen staat Eylem Köseoglu momenteel onder grote druk. Gevraagd om een reactie zegt zij op dit moment geen inhoudelijk commentaar te willen geven.

Ook Melchior Mattens, gemeenteraadslid de Partij voor de Dieren, is kritisch over de aanpak en politieke cultuur in de gemeente. Hij mist een kritische blik bij veel collega-raadsleden. „De controlerende taak wordt vergeten”, stelt hij. Veel collega’s zien grondrechten volgens hem als een „abstract begrip”. „Het debat wordt heel erg: ben je voor of tegen de burgemeester? Het zou moeten gaan over: wat vinden we van deze handelswijze en kunnen we die verbeteren?”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next