Home

Weer weg uit Gaza-Stad?
En waarheen dan?

Nu de Israëlische premier Netanyahu de inname van Gaza-Stad heeft bevolen, vragen de miljoen mensen die er nog verblijven zich in paniek af of zij (opnieuw) moeten vluchten. De Volkskrant sprak drie inwoners. ‘Ik kan niet nog meer kinderen verliezen.’

Door Monique van Hoogstraten en Malak Tantesh

Fotografie en video Osama al-Ashi

‘Ik vrees 7 oktober. Ik ben bang dat dit de dag wordt waarop ze ons verdrijven.’ Shireen al-Hamidi (39) zal weigeren. Ze is stellig: ‘Zelfs al maken ze ons allemaal dood, we gaan niet.’ Dat klinkt misschien als wanhoop of grootspraak, maar Shireen heeft zich, sinds de oorlog bijna twee jaar geleden op 7 oktober begon in de Gazastrook, nooit naar het zuiden laten verjagen

Mijn man ging naar ons appartement om nog wat kleding op te halen. Hij kwam niet meer terug

Shireen al-Hamidi

Heeft zich nog nooit naar het zuiden laten verjagen

Ontelbare malen beval het Israëlische leger in het eerste oorlogsjaar de bewoners het noorden te verlaten. Velen volgden die orders, opgejaagd door het nietsontziende geweld. Tijdens het staakt-het-vuren in januari van dit jaar mochten al die vluchtelingen voor het eerst weer terug. Honderdduizenden liepen naar hun huis, in Gaza-Stad, Beit Hanoun of Beit Lahia. Ze troffen dat aan zonder muren of daken, of geheel in puin, bouwden er tenten voor hun gezinnen en hadden er een dagtaak aan in leven blijven.

Nu moeten ze andermaal weg, misschien wel voorgoed. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu zegt Hamas een laatste slag te willen toebrengen. Hij heeft daartoe de inname van Gaza-Stad bevolen en de symbolische datum van 7 oktober genoemd als deadline voor iedereen om te vertrekken. Er zijn daar naar schatting nog een miljoen mensen.

Israëlische tanks zijn op weg naar Gaza, afgelopen vrijdag.

Getty

Sinds vorige week is de spanning in de stad snel opgelopen. Afgelopen weekend waren wijken in het noorden en oosten van de stad al aan de beurt. In de nacht van zaterdag op zondag waren in Zeitoun, Sabra en Shejaiya continu explosies te horen als gevolg van hevige luchtbombardementen en beschietingen door tanks. Het dreigement van defensieminister Katz om Gaza-Stad te vernietigen lijkt bewaarheid te worden, sneller dan velen hadden gevreesd.

Palestijnen in Gaza-Stad dragen maandag dragen het lichaam van een inwoner die in een flatgebouw werd gedood bij een Israëlische aanval.

Getty

Iedereen vraagt zich nu in paniek af: gaan of niet gaan? Waarheen te gaan? Velen uit de oostelijke wijken van de stad zijn al op de vlucht geslagen. De Volkskrant sprak via lokale journalist Malak Tantesh enkele mensen die in de haven van Gaza-Stad verblijven – tot nu toe redelijk ver van de gevechten, maar die zouden weleens snel dichterbij kunnen komen. Tegelijk valt Israël ook het zuiden aan; daar waar mensen hun toevlucht zoeken. Zo kwamen maandag bij een droneaanval op het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis zeker veertien mensen om het leven, onder wie journalisten en hulpverleners die daarheen waren gesneld na een eerste aanval.

Shireen heeft zich dus vast voorgenomen om niet te vertrekken, zelfs al komt er een bevel van het leger. Net zoals ze destijds niet is gegaan. Wel moest ze de afgelopen twee jaar in het noorden geregeld een nieuwe veilige plek zoeken. Dat begon al tijdens de eerste oorlogsnacht, op 7 oktober 2023. Hun buurt, Sheik Zayed, lag direct zwaar onder vuur. ‘Over de dodenweg, zo noem ik het, liepen we in het donker naar Jabalia, omgeven door beschietingen. De dag erna ging mijn man naar ons appartement om nog wat kleding op te halen. Hij kwam niet meer terug, hij is daar gedood in een zwaar bombardement.’

Na enige omzwervingen zit Shireen nu in een tent bij de haven van Gaza-Stad, omgeven door andere tenten, van elkaar gescheiden door doeken, vlak bij de vissers die vanaf hun kleine bootjes hun netten uitgooien – op zee worden ze beschoten. Hier probeert ze niet alleen haar zeven kinderen in leven te houden, maar ook de vijf kinderen van haar broer en zijn vrouw. ‘Tijdens de ergste dagen van de hongersnood, begin mei, gingen zij op zoek naar een gaarkeuken. Daar dichtbij was een luchtaanval. Mijn schoonzus werd gedood, mijn broer loopt sindsdien mank.’

Satellietbeelden van maart en augustus tonen het grote aantal tenten in de haven van Gaza-Stad.

Planet Labs

Er is geen familie in Gaza die níét is getroffen door de oorlog, geen enkele. Iedereen heeft oorlogslittekens. Elke dag is een strijd – om voedsel, om medische zorg, om mentaal op de been te blijven. Daaroverheen komt nu de aanstaande bezetting van de belangrijkste stad van de Gazastrook, het hart van de gemeenschap.

Ik loop richting de dood, met mijn eigen voeten. We blijven lopen totdat we de Israëlische tanks zien.

Adbullah Oda

Kwam naar Gaza om te trouwen, nu gaat hij op hongertochten

‘De plek waar wij nu zitten, deze weg langs de zee, was een van de mooiste van Gaza’, zegt Adbullah Oda (29). ‘Hier waren cafés, restaurants, buitenlandse instituten, hotels met buitenlandse delegaties, je hoefde hier maar te wandelen om al je zorgen te vergeten. En kijk nu, ik herken het nauwelijks.’ Ook hij woont in dit ongeordende kampement bij de haven.

Abdullah komt uit Dubai, daar werkte hij als accountant. Een maand voordat de oorlog uitbrak, ging hij met zijn vader naar Gaza op familiebezoek – en om de hand te vragen van een meisje op wie hij verliefd was. Nu gaat hij op hongertochten, op een manier die hem ten diepste tegenstaat.

Als er berichten zijn dat er een voedseltransport binnenkomt bij Zikim, in het noorden, gaat hij op pad. ‘Ik loop richting de dood, met mijn eigen voeten. We blijven lopen totdat we de Israëlische tanks zien. Dan gaan we plat op de grond liggen, want dan begint het schieten. Als de vrachtwagens aan komen rijden, beginnen we te rennen. Het is duwen en trekken, als je valt, ben je d’r geweest. Ik pak zoveel ik kan en vertrek weer. Elke keer zie ik doden daar. Gisteren kreeg een man naast me een kogel in zijn oog. Hij lag bloedend op de grond dood te gaan, niemand kon helpen. Ik haat wat ik doe, pakken wat je pakken kunt, maar ik ben gedwongen het te doen. Mijn vrouw is zwanger en ons geld is bijna op.’

Kholoud, het meisje voor wie hij naar Gaza kwam, is nu zijn vrouw. Ze zijn getrouwd in een tent in Khan Younis, in het bijzijn van haar familie; zij zelfs in een witte jurk. Met haar en zijn vader besprak hij de afgelopen dagen wat hun nu te doen staat. Dat ze vertrekken uit Gaza-Stad als er een evacuatiebevel komt, staat vast. ‘We gaan niet wachten totdat we worden gedwongen door de dood en het geweld om ons heen.’

Waarheen ze gaan, hebben ze nog niet besloten. Misschien naar Khan Younis – veel valt er niet te kiezen. Hun grootste zorg is nu allereerst het transport van hun spullen: de tenten, matrassen, watercontainers, potten en pannen. Die moeten mee, met nog minder overleef je niet. Kosten voor vervoer? Abdullah hoort bedragen van rond de 1.000 sjekel, zo’n 250 euro. ‘We hebben niet eens geld om eten te kopen, dus hoe komen we aan zo’n bedrag? Ik heb op dit moment 20 sjekel, ongelogen. Misschien kan ik wat lenen van vrienden, maar ik denk niet dat iemand nog in staat is een ander te helpen.’

Hij hoopt dat het zover niet komt. Dat ze kunnen blijven waar ze nu zijn. Dat ze níét worden gedwongen. Ze hebben de kracht niet om dit allemaal nog eens te moeten doormaken, zegt hij.

Ik kan niet op een onveilige plek blijven, ik wil het leven beschermen van mijn overgebleven kinderen

Arwa Baba

Zal vertrekken, als het Israëlische leger daartoe de order geeft​​​​​​​

Arwa Baba (40) hoopt hetzelfde, maar vreest het ergste. Zij woont sinds een tijdje in een leegstaand gebouw niet ver van de haven. Het is deels verbrand, het plafond dreigt naar beneden te vallen, maar het is beter dan een tent, zegt ze. Alhoewel: als ze straks weg moeten, heeft haar gezin geen schuilplaats meer. Geen tent betekent geen bescherming. Ze heeft contact gezocht met vrienden in het zuiden, maar die konden niks bedenken.

Toch zal ze gaan, als het Israëlische leger daartoe de order geeft. ‘Ik moet gaan, ik wil het leven beschermen van mijn overgebleven kinderen. Ik kan niet op een onveilige plek blijven, ik heb genoeg verloren.’

Arwa woonde voor de oorlog in Beit Lahia, een van de groenste gebieden van Gaza, haar man werkte als dokter in het Indonesische ziekenhuis, niet ver van hun woonplaats. Ze hadden een dochter en vier zonen. Ze beschrijft hun leven als mooi, ook al waren er af en toe oorlogen. ‘Er waren zoveel fijne plekken. Het liefst gingen we naar de aardbeienvelden in Beit Lahia, aten we sinaasappels zo van de boom, of namen we koffie en cake mee naar het strand.’

Tot zover het leven van toen.

De eerste keer dat ze een kind verloor was op 6 juni 2024. Ze waren gevlucht naar Rafah, nadat het Israëlische leger het Indonesische ziekenhuis had belegerd.

In Rafah kwam ‘die vervloekte dag’ dat Israël een tentenkamp aanviel waarbij bijna vijftig mensen de dood vonden. ‘In de hele oorlog had ik zoiets nog niet meegemaakt. Mijn hart scheurde van angst, overal vlogen brokstukken rond, tenten stonden in brand, mensen schreeuwden het uit, er lagen verkoolde lichamen. Ik ging als een dolle op zoek naar mijn kinderen. Eerst vond ik Adnan, mijn oudste, hij had lichte verwondingen. Samen zijn we op zoek gegaan naar zijn jongere broer Muhammed. We vonden hem in een ziekenhuis, hij lag op de grond in een plas bloed. Hij is nog naar andere ziekenhuizen gebracht, tien dagen lang heeft hij gevochten voor zijn leven. Op 6 juni overleed hij, 14 jaar oud.’

Toen de route naar het noorden openging, tijdens het staakt-het-vuren eind januari, ging ook Arwa met haar gezin terug naar huis, naar Beit Lahia. Tussen de ruïnes bouwden ze met plastic een woonplek. Maar niet voor lang; Beit Lahia is, net als het naastgelegen Beit Hanoun, van de landkaart geveegd.

In het leegstaande gebouw in Gaza-Stad waar ze nu zitten, probeerden ze hun leven weer op te pakken. Dat is: duizelig zijn van de honger, water halen, op pad voor eten, hoe duur is het nu op de markt? ‘Voor het eerst in mijn leven gingen de kinderen naar bed met de vraag: is er een stukje brood? We hebben linzen gemalen om brood te bakken. En dan te bedenken dat wij een inkomen hebben, mijn man werkt nu in het Al-Shifa-ziekenhuis. Hoe moet dat zijn voor anderen?’

Haar zoon Adnan trok het niet meer, dat gehonger. Op een dag eind juli, vroeg in de ochtend, voordat iemand wakker was, besloot hij naar een distributiepunt te gaan. Ze hadden er al met hem over gesproken, zijn ouders, en het hem ten strengste verboden. Zijn vader had hem verteld over de vele doden en gewonden die hij in het ziekenhuis daarvandaan ziet komen; jonge mannen die in die dodenval zijn gelopen. Zijn moeder had hem verteld dat mensen daar veranderen in wilde beesten, verblind door honger. Dit was geen plek voor hem, deze zachtaardige, wat bange jongen.

‘Ik merkte in de nacht dat hij toch was gegaan, dus ik bleef wakker. Uren later hoorde ik rumoer in het kamp. Dat betekent: de jongens die naar de voedseltrucks zijn gegaan, zijn terug. Ze zeiden dat het een goede tocht was geweest, weinig schietpartijen. Maar onze zoon was er niet bij.’ Adnan overleed op 22 juli, 19 jaar oud.

Arwa stortte in, kreeg een kalmerend middel om te slapen. Dat haar zoon de dood tegemoet is gelopen om voedsel voor de anderen te halen, blijft onbevattelijk. Ze kan niet nog meer kinderen verliezen. Zodra het moment is gekomen, gaat ze.

Verantwoording

De Volkskrant werkt voor verslaggeving in Gaza samen met de lokale journalist Malak Tantesh. Foto’s en video’s zijn gemaakt door Osama al-Ashi. Beiden verblijven nu in Gaza-Stad, maar hoelang nog is ongewis.

Hoe baby Eilia in Gaza in leven wordt gehouden: ‘Ik voel haar pijn en ik kan haar niet helpen’

Vooral kinderen lijden onder de hongersnood in Gaza. De Volkskrant keek samen met een lokale journalist in een kliniek in Gaza-Stad hoe de bijna 1-jarige Eilia in leven wordt gehouden.

De zoektocht naar voedsel in Gaza is levensgevaarlijk

Het is levensgevaarlijk voor Palestijnse burgers om het schaarse voedsel dat in Gaza wordt verdeeld te bemachtigen. Vrijwel dagelijks vallen er doden bij de vier door Israël en de Verenigde Staten beheerde distributiepunten van de Gaza Humanitarian Foundation (GHF); vaak door gericht Israëlisch vuur.

Een dag bij een gezin in Gaza: ‘In de avond probeer ik de kinderen af te leiden van alle ellende’

In Gaza zijn naar schatting 1,9 miljoen mensen ontheemd. Ze zitten in scholen, halfgebombardeerde gebouwen en zelfgebouwde tenten. De familie Abu Samrah is na omzwervingen met zeventien mensen neergestreken in Al Mawasi. De Volkskrant keek een dag mee met het leven van het echtpaar Mustafa en Fatima, hun schoonzus Afaf en haar kinderen Ranya en Mohammed.

Source: Volkskrant

Previous

Next