Dat een scholier die op 0,1 punt zakte voor zijn vwo-examen door tussenkomst van de rechter alsnog zijn diploma krijgt, gaat te ver. Door deze uitspraak wordt de wankele bodem onder het onderwijsrecht weggeslagen.
De voorzieningenrechter van Rechtbank Midden Nederland maakte het vorige week zo bont dat wat ons betreft een reactie gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk is.
Een scholier aan het Leidsche Rijncollege in Utrecht was volgens de school gezakt, onder andere vanwege een 5,0 voor zijn examen Nederlands. Met een 5,1 zou hij wel zijn diploma gehaald hebben, en dus vroeg hij om inzage in zijn eindexamen Nederlands. Hij wilde immers graag tegelijk met zijn vrienden aan zijn vervolgstudie beginnen.
Bij het beoordelen van het examen Nederlands worden taalfouten uiteraard meegeteld; de maximale aftrek bij zeven of meer taalfouten is vier punten. Het eindwerk van deze scholier bevatte veel meer dan zeven taalfouten, maar na de eerste zeven zijn die volgens algemeen gebruik niet meer gemarkeerd, en dus ook niet in de nabespreking met de scholier expliciet behandeld.
Bij de inzage bleken twee als zodanig aangemerkte taalfouten discutabel en die werden dus alsnog goed gerekend. De scholier ging in bezwaar tegen de oorspronkelijke beoordeling en kreeg gelijk, maar tot zijn eigen verbazing bleef de maximale puntenaftrek staan. Dat klopt natuurlijk ook, omdat er alsnog te veel taalfouten waren geconstateerd en de maximale aftrek dus van toepassing was.
De voorzieningenrechter in het door de scholier aangespannen kort geding gaat daar echter niet in mee. De rechtbank geeft aan dat de beoordeling van het bezwaarschrift onzorgvuldig is geweest omdat bij de inzage van het examen informatie is weggelaten die vervolgens bij de beoordeling wel is meegenomen, ofwel omdat een herbeoordeling heeft plaatsgevonden van fouten waarop het bezwaarschrift zich niet heeft gericht.
Door deze uitspraak wordt de wankele bodem onder het onderwijsrecht weggeslagen, ten eerste geeft deze uitspraak blijk van een volledig onbegrip van de werkdruk in het onderwijs, met name rondom de examens, en de werkwijze van docenten. In luttele weken moeten tientallen handgeschreven examens inhoudelijk en grammaticaal worden nagekeken aan de hand van paginalange correctievoorschriften.
Nu al vereist dat een ongelofelijke nauwgezetheid om iedere scholier recht te doen. Er vindt intensief overleg plaats tussen docenten binnen en tussen scholen om consistent te beoordelen. Een tweede corrector van een andere school doet het allemaal nog eens over en alle verschillen in beoordeling worden besproken.
Over de auteurs
Robert Jan de Boer is lector veiligheidsmanagement aan SDO Hogeschool en gespecialiseerd in de afstemming tussen regelgeving en de operationele praktijk. Hanneke Wetzeler is docent en voorzitter van de sectie Nederlands aan ORS Lek en Linge in Culemborg.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Maar meer nog blijkt uit deze uitspraak een minachting voor de professionaliteit en inzet van leraren. Om in de uitspraak te spreken over een ‘apert onzorgvuldige beoordeling’ of om te twijfelen aan geconstateerde fouten, hoewel die niet zijn gedocumenteerd, getuigt van dedain en afstand tot het onderwijs.
Docenten doen hun uiterste best om leerlingen aan een diploma te helpen, in de voorbereiding op het examen en ook bij de correctie ervan. Voor zover het correctievoorschrift en de taalrichtlijnen daartoe ruimte geven, worden alle mogelijkheden aangegrepen voor een hoger cijfer. Daar gaan ook vaak de discussies tussen de eerste en tweede corrector over. Tegelijk zijn alle correctoren in Nederland zich bewust van hun verantwoordelijkheid om het eindexamenniveau te bewaken.
Ten slotte wordt met deze uitspraak ontkend dat we al voldoende waarborgen hebben in het onderwijsrecht. Een landelijke commissie stelt de correctievoorschriften vast na overleg met docenten en de afstemming tussen eerste en tweede correctoren wordt nauwgezet gedocumenteerd. De onderwijsinspectie ziet toe op de kwaliteit van dit proces, en weet aan de hand van verschillen tussen schoolexamens en het landelijk examen waar misschien bijsturing nodig is.
De rechter had het beroep niet ontvankelijk kunnen en moeten verklaren, juist omdat (en terecht) de rechtsgang naar de bestuursrechter nog openstond. Dat deze alleen marginaal toetst is gegeven het bovenstaande volledig begrijpelijk. Door het integer uitgevoerde werk van de docent af te serveren gaat de rechter op diens stoel zitten.
Deze uitspraak is een zekere manier om de rechtsgang verder vast te laten lopen: er gaan op onderwijsfora al stemmen op om de examens maar oppervlakkig na te kijken en de rechter het laatste woord te geven in allerlei individuele gevallen. Maar bovendien verdient een scholier die zo veel taalfouten maakt en die er zo slecht voorstaat het om een jaartje over te doen, om zo beter voorbereid aan zijn vervolgstudie te beginnen. Echte vrienden zijn er dan ook nog wel.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant