Home

Voor de Vlaamse Beniamino Paganini (30) en Nele Vertommen (25) was het volkomen logisch om een nieuw barokensemble op te richten

Oude Muziek Ensemble Musica Gloria speelt zaterdag op het Festival Oude Muziek in Utrecht. Beniamino Paganini en Nele Vertommen houden allebei zielsveel van barokmuziek, en duikelen op jonge leeftijd al onbekende componisten en speeltechnieken op.

Artistiek leiders van Ensemble Musica Gloria: Beniamino Paganini (rechts) en Nele Vertommen. Foto: Olivier Middendorp

‘Kijk, we hebben een nieuwe pianokruk! Vanochtend binnengekomen.” Nele Vertommen sjouwt een inderdaad behoorlijk smetteloos exemplaar het kleine kerkje van het bijna even kleine dorpje ’t Woudt, onder de rook van Delft, binnen. Ze gaat daar deze warme zaterdagavond in juli optreden met haar ensemble Musica Gloria. De kruk is niet voor haarzelf trouwens, maar voor compagnon Beniamino Paganini, die onder andere klavecimbel speelt. Ze zijn net uit België gearriveerd, want daar komen zij en dus ook het ensemble vandaan.

Toen hij zeven was, hoorde Beniamino Paganini (30) op het oudemuziekfestival van Brugge de Mariavespers van Monteverdi. „Daar is de passie echt begonnen”, zegt hij, zittend in het gras naast de kerk. „Toen ik tien was mocht ik een instrument uitkiezen op de muziekschool, en mijn enige eis was dat het een barokinstrument moest zijn.” Het werd de traverso, de voorloper van de dwarsfluit. Al moest er wel even een gebouwd worden die klein genoeg was voor zijn kinderhanden.

Vrij snel kwam ook het klavecimbel erbij. Wat hem zo aansprak? „Goh ja, de warme klank van de houten instrumenten, de muziek zelf? Maar het is moeilijk om daar een vinger op te leggen. Ik weet wel dat dat het begin was van Musica Gloria, want de traverso is gestemd in barokstemming – een halve toon lager dan de moderne stemming. Daardoor kon ik niet zomaar met andere kinderen met moderne instrumentjes samenspelen. Terwijl ik samenspelen juist zo leuk vond. Van daaruit ben ik dan zelf maar dingen gaan organiseren, waarbij ik vriendjes hun violen en cello’s liet omstemmen.”

Toen Paganini twaalf was, gaf hij met die vrienden zijn eerste concert. Er moest een naam komen. „Ik zat met mijn Italiaanse papa aan de keukentafel. We hadden al snel ‘Musica’, maar dat was niet genoeg. Toen moest ik denken aan de eerste partituur die ik ooit kreeg; die van de Mariavespers. Het eerste woord dat ik daarin las was ‘Gloria’. Daar heb je het.”

In 2024 stond het ensemble in het fringeprogramma op het festival in Brugge, maar ook op Festival Oude Muziek in Utrecht. Dit jaar zijn ze terug in Utrecht, niet meer als jong talent, maar in de gewone dagprogrammering.

Op slag verliefd

En waar komt Nele Vertommen (25) het verhaal binnen? Zij kwam in 2018 bij Musica Gloria, maar deelt nu het muzikaal leiderschap met Paganini. Haar achtergrond is vergelijkbaar: op haar vijfde geraakt door de Matthäus-Passion op een cd in de auto, op slag verliefd op de hobosolo, waarop ze zo snel mogelijk les nam. Op haar elfde kwam de Vlaamse dirigent en hoboïst Paul Dombrecht naar haar muziekschool, met een hele collectie hobo’s, waaronder barokhobo’s. „Ik had natuurlijk les op een moderne hobo. Niemand had mij tot dan toe gezegd dat de hobo op die cd een barókhobo was. Het frustreerde me al jaren dat het me niet lukte om dezelfde klank als op de cd te maken. Ik voelde me in ’t zak gezet. ”

Toch vonden haar leraren het te vroeg om over te stappen naar barokhobo. Tot ze op haar veertiende een documentaire zag over barokhoboïst Marcel Ponseele. „Ik heb hem een mail gestuurd met de vraag of hij ook vond dat het te vroeg was om met barokhobo te beginnen. Zijn antwoord stuurde hij met de post: een barokhobo, als cadeau. Mijn moderne hobo heb ik verkocht, en als dat niet was gelukt had ik ’m uit het raam gegooid.”

In haar eerste jaar op het conservatorium leerde Vertommen Paganini kennen. „We speelden direct veel samen en ik werd ook meteen heel erg verliefd op hem enzo.” Want inderdaad, sinds Paganini en Vertommen samen een barokensemble leiden, leiden ze ook samen het leven. Op de vraag of Vertommen dan eigenlijk bij Musica Gloria wilde vanwege de muziek of vanwege Paganini, lacht ze ontwijkend: „We hebben samen een obsessie voor oude muziek, natuur, och zo veel redenen om verliefd te zijn op elkaar. Maar moest een van ons nou heel lelijk spelen, dan zouden we waarschijnlijk geen oog voor elkaar hebben gehad.”

Zo is Musica Gloria nu dus in de kale basis: Paganini en Vertommen. Per concertprogramma vragen ze bevriende musici om aan te sluiten, waardoor de bezetting van twee tot zevenendertig kan variëren. Doel van het duo: muziek uitvoeren die ze mooi vinden en daar compromisloos diep muzikaal en musicologisch induiken. Vertommen: „Vorig jaar zijn we voor een cd-opname speciaal naar het noorden van Duitsland gereden, omdat daar een orgel is dat perfect bij de muziek paste.”

Zeldzaam: het claviorganum

Die muziek was van een componist die ze herontdekten en waarvan ze nog steeds in de ban zijn: de Duitser Georg Österreich (1664–1735). Zoeken naar onontdekte componisten is niet alleen leuk, het is voor met name Vertommen ook een noodzaak. Paganini: „We houden van eind 17e-eeuwse muziek: Purcell, Buxtehude, Charpentier, Schütz. Probleem is alleen: zij hebben geen serieuze hobopartijen. Dus zoekt Nele naar componisten die dat wel hebben, zoals Österreich.” Vertommen vult aan: „Hij is een van de eersten die de hobo niet samen met de violen liet spelen, maar een individuele orkestpartij gaf.”

Nog iets wat ze anders doen? Spelen met veel spontane versieringen. Versieringen spelen op een hobo is volgens Vertommen lastig, omdat je elke volgende noot heel fysiek moet voorbereiden. Hobo wordt daarom, zeker in barokmuziekuitvoeringen, vaak relatief egaal gespeeld. „Dat zie je vaak ook in de partituur staan: simpele melodieën die je met twee jaar muziekschool wel kunt spelen. Maar folkmuziek bijvoorbeeld, bestaat ook uit simpele melodieën. Toch kleuren muzikanten die helemaal in met versieringen en een groove. Daarvan heb ik de sturende kracht van versieringen leren kennen. We zijn ervan overtuigd dat barokmuziek ook zo soepel moet klinken. Inmiddels heb ik het spontaan versieren onder de knie; ik denk dat ik nu de meest versierende hoboïst ben.”

Inderdaad, als het duo na het gesprek even repeteert, valt op hoe fysiek en virtuoos Vertommen het middelpunt van het ensemble is, stevig gestut door Paganini op klavecimbel.

Ook het concert in Utrecht, getiteld ‘De koekoek en de nachtegaal: Corelli & Händel in Rome’, is het gevolg van musicologisch uitpluiswerk: Paganini gaat Händel spelen op een claviorganum, een zeldzaam instrument dat zowel een klavecimbel als een orgel is. Musicologen ontdekten dat Händel er een had en bespeelde bij oratoria en orgelconcerten, maar je hoort het instrument nooit meer. Ook muziek van Arcangelo Corelli speelt hij op het claviorganum. Of Corelli het bijzondere instrument ook bespeelde weet Paganini niet, maar „er waren er meerdere in Rome, die móet hij gekend hebben.”

Source: NRC

Previous

Next